Brazilië is uit de droom ontwaakt

De smartphone-revolutie

Na een lange periode van groei stagneert de economie van Brazilië. De nieuwe middenklasse heeft het plafond bereikt en wil meer. ‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat ergens in Brazilië wordt geprotesteerd.’

Medium brazil1

São Paulo – Ongeveer een jaar geleden kwam de Braziliaanse ex-president, socioloog Fernando Henrique Cardoso, te laat en bozig aan op een bijeenkomst met investeerders. Hij had vastgezeten in de file in zijn auto met airco, vertelde hij. Maar toen hij een groep mensen opeengepakt bij de bushalte in de hete middagzon zag staan wachten, vroeg hij zich af waarom ze in hemelsnaam niet in opstand kwamen tegen die armoedige omstandigheden. Brazilië zou ieder moment ‘kortsluiting’ kunnen krijgen, volgens de socioloog.

Brazilië kreeg ‘kortsluiting’. Miljoenen mensen gingen in juni de straat op. Het waren studenten, maar ook ouders met kinderen, rijke mensen, arme mensen, mensen die riepen om betere sociale voorzieningen, een einde aan de corruptie. En ze schreeuwden om het recht van protest, omdat de politie de week ervoor keihard op protesterende jongeren had ingeslagen.

De berichten over Brazilië waren tot voor kort alleen maar himmelhoch jauchzend. The Economist zette in 2009 het Christusbeeld van Rio de Janeiro als raket op de voorpagina onder de kop ‘Brazil Takes Off’. Het land zou Engeland als economie hebben ingehaald. Terwijl Europa in crisis verkeerde, haalde Brazilië mooie groeicijfers, dankzij de export van mineralen en voedselgewassen naar China en een sterk groeiende binnenlandse markt. President Luíz Inácio Lula da Silva (2003-2010) en zijn opvolgster Dilma Rousseff behaalden een ongekende populariteit onder een groot deel van de bevolking.

Het paradepaardje van beide regeerperioden heet ‘de opkomst van de nieuwe middenklasse’, een groep die de laatste jaren voor het eerst toegang heeft gekregen tot allerlei consumptie- en kredietmogelijkheden. Daarnaast heeft de overheid het aantal sociale uitkeringen aan het armste deel van de bevolking uitgebreid. Men bereikt inmiddels dertien miljoen families (een kwart van de bevolking) die rond de veertig euro per maand krijgen.

De Braziliaanse overheid onderscheidt daarbij vijf sociale klassen (van E naar A), waarbij E bestaat uit extreem armen die met ongeveer één dollar per dag leven, en D uit armen. De C-groep staat voor de nieuwe middenklasse (rond de tien dollar per persoon per dag). Wie tot de B-groep behoort, is welvarend. De kleine A-groep is rijk of superrijk. Van oudsher vormden die vijf klassen een scherpe piramide. Nu vormt de middengroep een dikke uitstulping in het geheel, want die groeide het afgelopen decennium uit van een derde naar de helft van de Braziliaanse bevolking.

Maar, relativeert de filosoof Vladimir Safatle van de Universiteit van São Paulo, de opkomst van deze nieuwe ‘middenklasse’ bestaat uit mensen die weliswaar de extreme armoede achter zich hebben gelaten, maar nu in relatieve armoede leven, Hij legt uit: ‘Bij de Braziliaanse C-klasse gaat het om mensen die anderhalf keer het minimumsalaris verdienen, zo’n driehonderd euro. Voor 94 procent van alle nieuwe banen die de afgelopen tien jaar zijn gecreëerd, staat dat salaris.’ De middenklasse zoals men die in Europa kent beperkt zich tot de groep die officieel welvarend of rijk (B en A) wordt genoemd.

‘Ik verkondig al drie jaar, sinds de economie begon te stagneren, dat er een sociaal plafond is voor de mensen uit de C-groep’, zegt Safatle. ‘En dat komt hierdoor: zodra men in Brazilië rond de zevenhonderd euro verdient – vader en moeder werken –, is de eerste stap om de kinderen van de slechte openbare scholen af te halen en op een privé-school te zetten. Men sluit vervolgens een particuliere zorgverzekering af en koopt een auto op afbetaling om niet meer de bus te hoeven nemen. Daarmee is beslag gelegd op het grootste deel van hun inkomen. Dat is economisch hartstikke irrationeel, want daardoor kan men nauwelijks meer geld uitgeven aan andere dingen. Heel veel families hebben inmiddels schulden opgebouwd.’

De Braziliaanse families zien zich overgeleverd aan dure (en ook vaak slechte) particuliere voorzieningen of aan de dramatisch slechte openbare voorzieningen. In afgelegen openbare ziekenhuizen of gezondheidsposten in de periferie van de steden zijn vaak geen artsen aanwezig, patiënten worden opgevangen op brancards in de gangen of worden duizenden kilometers vervoerd om ergens behandeld te worden waar wel artsen zijn. In de particuliere zorg is het vaak niet veel beter. Verzekeringen vergoeden geen medicijnen en betalen een schijntje voor behandelingen, waardoor veel (goede) artsen niet voor de verzekeraars willen werken.

Het aantal leerlingen dat de middelbare school afmaakt is klein en de kwaliteit van het openbare onderwijs is slecht. Slechts tien procent van de leerlingen die de middelbare school afronden voldoet aan de minimale eisen in wiskunde, volgens de organisatie Todos pela Educação (Allen voor het Onderwijs). Aan de andere kant is Brazilië er de laatste twintig jaar qua onderwijs enorm op vooruit gegaan, doordat nu bijna alle kinderen op school zitten. Jongelui uit de arme periferie van de grote steden bereiken nu ook vaker de universiteiten, mede dankzij een beurzenstelsel van de overheid.

De samenleving is daardoor kritischer geworden. De mensen verwachtten dat president Dilma Rousseff in haar regeerperiode de kwaliteit van de openbare voorzieningen zou verbeteren, denkt Safatle. ‘Maar dat kan ze niet. Brazilië heeft een belachelijk belastingstelsel waarin een bankier net als ik 27 procent belasting betaalt. We hebben geen progressief stelsel, zelfs geen erfrechtbelasting. Zonder een hervorming kan Brazilië nooit een sociaal land worden. Dat is nergens ter wereld gelukt zonder de rijken te belasten.’

De protesten van afgelopen juni zijn volgens Safatle daarom het directe gevolg van de onvrede van de bevolking over het stagneren van de sociale welvaart in de samenleving. ‘De beweging is in gang gezet door autonome protestgroepen, zoals de beweging voor gratis openbaar vervoer Passe Livre en de daklozenbeweging, maar is overgenomen door de rest van de bevolking. Ook de mensen die niet de straat op zijn gegaan zeggen de protesten te steunen.’

‘Brazilië zou een nieuwe vorm van democratie kunnen uitvinden, dankzij de democratische crisis’

De bevolking wil het heft in eigen handen nemen, volgens Safatle, die de afgelopen twee maanden al openbare lessen op straat gaf, in het centrum van São Paulo en voor het Congres in Brasília. ‘De congresleden kwamen pal na de protesten met het voorstel om al het geld van de toekomstige olieboringen uit zee aan onderwijs uit te geven. Maar dat gaat nog minstens een jaar of acht duren. Als dat geld al wordt verdiend, want de opbrengst van die boringen is nog onzeker. De mensen willen nú antwoord.’

Alleen president Rousseff had volgens Safatle vlak na de grote manifestatie een geweldig idee: het uitroepen van een grondwetgevende vergadering. ‘Het idee was om een grootschalige politieke hervorming aan de bevolking voor te leggen. Daarin zou dan bijvoorbeeld gekozen kunnen worden voor een publieke financiering van de politieke campagnes, in plaats van financiering door bedrijven, zoals nu het geval is.’

Een groot deel van de corruptieschandalen in de Braziliaanse politiek wordt veroorzaakt door de verstrengeling van de belangen tussen de bedrijven en de politiek, die de bedrijven in ruil voor deels illegale campagnegelden compenseert met grote overheidsopdrachten. Plannen voor politieke hervorming lopen al jaren dood binnen het Nationale Congres. De politiek schoot het idee van Dilma Rousseff dan ook bijna onmiddellijk af als onhaalbaar. ‘De politieke klasse doet nu weer alsof haar neus bloedt. Maar dat is pathetisch. We moeten de democratie opnieuw uitvinden’, aldus Safatle.

Volgens de filosoof heeft Brazilië na de ‘neoliberale’ fase onder ex-president Fernando Henrique Cardoso (1995-2002) en twee termijnen van ‘lulisme’ onder Lula en Dilma een nieuwe cyclus nodig. ‘De vertegenwoordigende democratie heeft haar grenzen bereikt. De mensen willen voor zichzelf kunnen beslissen. Dat is iets wat je overal ter wereld ziet gebeuren, naar mijn mening sinds de crisis van 2008, toen duidelijk werd hoe fragiel ons politieke systeem is. Dat vereist reflectie. Een land dat als eerste de crisis is uitgekomen is IJsland, waar men een directe democratie heeft ingevoerd. Als tien procent van de bevolking het niet eens is met een nieuwe wet, dan kan men daar zijn veto over uitspreken.’

De Braziliaanse politiek kan nu nog proberen de boel voor zich uit te schuiven, denkt Safatle, ‘maar de woede-explosie onder de bevolking komt onherroepelijk terug en zal dan nog veel heftiger zijn dan in juni. Er gaat nu al geen dag voorbij zonder dat ergens in Brazilië wordt geprotesteerd.’

Een politieke ommezwaai zal afhangen van de manier waarop de onvrede wordt gekanaliseerd, stelt Oscar Vilhena, directeur van de rechtenfaculteit van de Fundação Getúlio Vargas. ‘Ikzelf ben nog van de geitenwollensokkengeneratie die protesteerde via mensenrechtenorganisaties en andere sociale bewegingen’, zegt hij. ‘Ik wist niet dat de huidige jongeren zo sterk politiek geëngageerd waren via de sociale media. Men bleek al heel lang met elkaar te communiceren over zaken als het slechte openbaar vervoer.

Uit onderzoek door onze wiskundefaculteit blijkt dat de protesten vooral werden geleid door kritische jongeren: studenten die smartphones gebruiken. Na de grote protestmanifestatie op 17 juni hebben wij als rechtenfaculteit gezegd dat we met die jongeren in gesprek moeten.’

Een van de jongeren met wie Vilhena sprak, was Bruno Torturra, van de alternatieve journalisten van Mídia Ninja, een groep die vanaf het begin de protesten volgde met smartphones en het politiegeweld live op internet zette. Vilhena vertelt: ‘Bruno zei mij: “Wij zijn de baas van deze tijd. Wij kunnen de politieke machthebbers laten wankelen met onze protestmarsen. Maar morgen hebben we jullie intellectuelen nodig om nieuwe politieke voorstellen uit te werken, zoals voor een hervorming van de politiemacht. Daar hebben wij de kennis niet voor in huis.”’

Hij vervolgt: ‘Daarop hebben we besloten een forum op te richten (“Het Brazilië dat wij willen”) waarin we met faculteiten, ngo’s en jongerenbewegingen in gesprek gaan over de politiek, de gewelddadige politie en de steden. De steden zijn minder abstracte politieke eenheden dan de federale politiek. Directe democratie zou er best eens kunnen gaan werken met de toepassing van de nieuwe sociale media. Als jij bijvoorbeeld vanuit huis kunt stemmen via internet, is dat lang niet zo vermoeiend als een wijkvergadering. Brazilië zou zo een nieuwe vorm van democratie kunnen uitvinden, dankzij de democratische crisis.’

Ook Bruno Torturra zelf is positief over de protesten. ‘De grote winst van de afgelopen tijd is dat de straat en het internet elkaar eindelijk hebben gevonden. Veel mensen uit de culturele en journalistieke hoek komen momenteel uit hun isolement en zoeken de dialoog met de politiek, waarbij men de straat gebruikt om gehoord te worden. Dat veel politici in hoofdstad Brasília ons nog niet horen, komt door het isolement waarin zij verkeren. De hoofdstad ligt zo ver in het binnenland dat het wel lijkt alsof ze vanaf de maan regeren, of als een soort Marie Antoinette die niet doorheeft wat er in haar land speelt.

Maar het is een onomkeerbaar proces. Wat mij betreft kunnen we daarom een standbeeld oprichten voor enerzijds de militaire politie, die zo hard op de betogers en omstanders insloeg dat het iedereen te gortig is geworden en anderzijds voor de betogers, die het allemaal met hun mobiele telefoons en camera’s hebben vastgelegd.

De middenklasse, die nooit meedoet, is uit haar inertie gekomen en de straat opgegaan. Niemand verwachtte zoveel mensen. Ik weet zeker dat volgend jaar, tijdens het wereldkampioenschap voetbal en de verkiezingen, de protesten in volle hevigheid zullen terugkeren.’


Beeld: Ricardo Moraes / Reuters