Idfa: ‘The Sugar Curtain’

De smeden van de toekomst

De Groene-dag op IDFA 2019

30 november 10:00, DeLaMar Theater, Amsterdam

Bezoek zaterdag 30 november Idfa met De Groene Amsterdammer: een dagvullend programma met zes films die op het festival in première gaan. Geselecteerd door de redactie van De Groene Amsterdammer - begeleid door interviews met makers en inleidingen door Groene-redacteuren.

Aanmelden

The Sugar Curtain, 2006, regie Camila Guzmán Urzúa © IDFA

Camila Guzmán Urzúa groeide op in het paradijs. Iedereen had genoeg te eten en een dak boven zijn hoofd, alle kinderen kregen gratis onderwijs en dreunden op school vol overgave de mantra’s van ‘de nieuwe mens’ op. Ze geloofden heilig wat ze van hogerhand werd voorgehouden: dat ze de ‘smeden van de toekomst’ waren.

Dat was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. De Chileense Camila Guzmán Urzúa was als tweejarige kleuter in 1973 naar Cuba gekomen, toen de staatsgreep van generaal Pinochet in Chili haar vader, de bekende filmmaker Patricio Guzmán, het land had uitgejaagd. Het waren ‘de gouden jaren van de Cubaanse Revolutie’ en Camila ontwikkelde zich als een voorbeeldig pioniertje: ‘Ook ik zei dat ik wilde zijn als Che.’

De dreun jaren later kwam voor haar derhalve net zo hard aan als voor vrijwel haar hele generatie. Het paradijs waarin ze zo geloofde, bleek niet meer dan een zeepbel die met het einde van de Koude Oorlog onbarmhartig uiteenspatte. Het einde van de Sovjet-Unie, de sponsor van de revolutie, betekende het einde van de kunstmatige relatieve welvaart en het begin van het tekort aan alles, wat door de autoriteiten eufemistisch de Speciale Periode werd gedoopt. ‘Het einde van het geluk en het begin van het ongeluk’, vat een van de geïnterviewden het in de documentaire The Sugar Curtain krachtig samen.

Guzmán Urzúa verhuisde kort voor de ineenstorting naar Parijs en keerde jaren later terug op zoek naar het verloren paradijs van haar jeugd. Ze ondervroeg klasgenoten van weleer, die haar hielpen met het reconstrueren van een in en in gelukkige jeugd. Althans zo lijkt het op het eerste gezicht in de film, wanneer de nostalgie en het perspectief van het opgroeiende kind de overhand hebben. Maar geleidelijk aan begint het verhaal van het perfecte verleden barsten te vertonen, want haar ex-klasgenoten blijken zich wel degelijk ook de minder fijne kanten van het leven van een revolutionaire scholier te herinneren. Zoals het gedwongen ‘vrijwilligerswerk’ aan de lopende band in de fabriek: ‘Heb je Modern Times van Charlie Chaplin gezien? Zo was het precies. Pure uitbuiting.’

‘We moesten mensen verklikken’, zegt een ander. ‘Er is geen enkele ideologie die dat rechtvaardigt.’ Of de infame sessies van ‘zelfkritiek’ waaraan de scholieren zich eens per maand moesten onderwerpen.

Op een bijna terloopse manier wordt zo het geheugen van de filmmaakster gecorrigeerd. Opvallend is echter dat de hoofdpersonen weinig klagen over het heden (de documentaire dateert uit 2006), over het feit dat er nauwelijks fatsoenlijk eten te koop is, dat het openbaar vervoer bijna non-existent is, of dat de elektriciteit om de haverklap uitvalt. Ze brengen dat dagelijkse afzien te berde met grote gelatenheid, als nuchtere constateringen. ‘We leefden op een wolk’, zegt een lid van de muziekgroep Habana Abierta. ‘We hadden de wereld niets te bieden om deze status te handhaven. We ruilden politiek voor olie, en toen de olie op was ging alles naar de verdommenis.’

‘Ik voel dat het land van mijn jeugd is verdwenen’, treurt Guzmán Urzúa. Maar dat niet alleen, zo ongeveer een hele generatie Cubanen met wie ze opgroeide is naar het buitenland verdwenen. De ‘smeden van de toekomst’ hadden in Cuba niets meer te zoeken.


The Sugar Curtain van Camila Guzmán Urzúa draait in het programma Top10. Voor data en tickets zie idfa.nl