De soap van de draagmoeder

Draagmoeder pleegt abortus. Volgende dag heeft draagmoeder zich bedacht en wil ze het kind in aanbouw zelf houden. De Nederlandse pers en vooral de Britse media doen alsof het komkommertijd is.

Nu valt het nog niet mee om uit te vinden wat er werkelijk aan de hand is. Want zelfs over de leeftijden van de betrokkenen verschillen de diverse beschaafde, minder beschaafde en ronduit onbeschaafde kranten van mening. Echtpaar, zoveel is wel duidelijk, heeft alles gedaan om eigen kind te krijgen. Na een aantal miskramen en een ongebruikelijk hoog aantal IVF-pogingen komt men op het idee van een draagmoeder. Waarom men zich dan tot een Brits bemiddelingsbureau wendt, is niet duidelijk. Commercieel draagmoederschap is in Nederland verboden, maar in Groot-Brittannië ook. Alleen is de gegroeide praktijk wat ruimer en poogt men via ruime onkostenvergoedingen het draagmoederschap aantrekkelijk te maken voor het legioen arme vrouwen in het Verenigd Koninkrijk.
Dat gaat natuurlijk fout. Geldzorgen zijn niet zo'n beste reden om een periode van hormonale turbulentie in te gaan en zwangerschap is zoals bekend over het algemeen geen emotioneel neutraal verlopend proces. Draagmoeder wil meer geld; echtpaar denkt: eerst het kind, dan het geld. Draagmoeder wil boter bij de vis, begint te dreigen met abortus, bedenkt intussen dat ze er zelf nog wel eentje bij wil en poogt via het abortusverhaal voorgoed van het echtpaar af te komen. Echtpaar gaat volgens de kranten in de rouw.
Behalve slechte soap zijn er hier twee dingen aan de hand. Ten eerste is de vraag wat er toch met mensen gebeurt in dat proces van kinderwens naar obsessief en allesoverheersend moeten. Die mensen staan al jaren in regelmatig contact met hulpverleners, artsen en andere onvruchtbaarheidsindustriëlen. Wordt dan onder ‘begeleiding’ niet verstaan dat men tijdens het proberen ook probeert te leren leven met een eventuele mislukking? Het omgekeerde lijkt over het algemeen te gebeuren: mensen die kinderen willen en bij wie het niet lukt, besluiten min of meer vrijblijvend met een arts te gaan praten om zich vervolgens jaren lang in tijdrovende, emotioneel belastende procedures verwikkeld te zien die gaandeweg het halve leven dicteren: wanneer je op vakantie kunt, wanneer je elkaar lief dient te hebben (en in welk standje), hoe laat je opstaat en hoeveel je drinkt, wat je eet en wat je aan hebt. Aan het einde van die tocht is er zoveel geïnvesteerd dat er blijkbaar geen weg meer terug is.
De verleiding is groot om eenvoudig op je voorhoofd te wijzen. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Dit soort gekte wordt namelijk tenminste versterkt, zo niet veroorzaakt, door een medisch circuit dat zich met zijn speeltjes wel amuseert maar zelden (en vrijwel nooit van tevoren) nadenkt over de maatschappelijke gevolgen van al die fijne technologie die mensen stimuleert om zich nimmer bij iets neer te leggen - niet bij kinderloosheid, niet bij pijn, niet bij de dood.
En ten tweede zijn er dan de media, die altijd zo graag een belangrijke rol opeisen in het ethisch debat. Stellen die dan iets zinnigs aan de orde? Welnee, die wijzen op hun voorhoofd en verliezen zich in sappige maar onzinnige details.