Filosofie als gesprekstechniek

De Sokrates-industrie

Een veelgehoorde klacht is dat de filosofie van vandaag te abstract is geworden. De methode van de grote denker Sokrates — populairder dan ooit - biedt uitkomst: in een cursus ‘socratische gesprekstechniek’ wordt een praktische draai gegeven aan het aloude ‘Ken uzelf’.


EEN GOEDE DAG in Athene. Xenophon wandelt door een betrekkelijk nauwe steeg wanneer een bol ventje met een kale, paars aangelopen kop hem tegemoetkomt. Plotseling heft het mannetje zijn stok en verspert Xenophon de weg. Alsof hij het antwoord echt zelf niet had kunnen bedenken, vraagt hij op een zuigerig toontje:


‘Weet jij waar vis wordt verkocht?’


‘Ja, op de markt.’


‘En weet jij waar mensen deugdzaam worden?’


‘Nee.’


‘Kom dan maar mee.’


Xenophon volgt Sokrates en zal hem, op weg om een deugdzaam mens te worden, de komende jaren nog op vele wandelingen vergezellen.


Een druilerige dag in Leusden. Dikke druppels rollen van het strodak over de ramen van conferentieoord De Queeste. Midden in een rustiek, zompig berkenbos vindt vandaag de training Socratische gesprekstechniek plaats. Het is tien uur in de ochtend als de cursisten binnentreden. Ze worden hartelijk welkom geheten door Paul Wouters en Erik Heijerman. Wouters is directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW). Hij heeft een boek geschreven over ‘denkgereedschappen’ en zegt: ‘Als er behoefte is aan metagesprekken ben ik er.’ Aan het gesprek zal Wouters verder niet actief deelnemen, kondigt hij aan. Hij strijkt zijn stropdas glad en gaat zitten.


Heijerman, zwart colbert over een bonte houthakkersblouse, is de gespreksleider van vandaag. ‘Mijn taak is het gesprek to the point houden’, zegt hij met onvaste stem. Heijerman is sedert 1982 aan de ISVW verbonden. De socratische trainingen hebben zijn bijzondere belangstelling. Het mooiste gesprek dat hij ooit mocht leiden vond hij het gesprek dat ging over de vraag waarom een spiegel links-rechts spiegelt en niet onder-boven. ‘Dat was echt een gaaf gesprek.’



SOKRATES IS hot. Alles wat maar met filosofie te maken heeft is deze jaren hot, maar ‘het socratisch gesprek’ oefent een wel heel sterke aantrekkingskracht uit op managers, projectontwikkelaars, leraren, ouders en overheidsdienaren. Socratisch marketingplannen, socratisch met ondergeschikten omgaan, socratisch je leerlingen bijspijkeren en socratisch werknemers ontslaan: het kan allemaal, zo leren ons de methoden die de Sokrates-industrie dezer dagen in handige arrangementjes de deur uit doet.


Waarom juist Sokrates, een filosoof die bijna tweeëneenhalf millennium geleden leefde? Al bij leven moet Sokrates’ denkvermogen legendarisch zijn geweest. In het Symposium vertelt Alkibiades hoe de filosoof op een slagveld, verdiept in de rijke dalen van zijn geest blootsvoets en in dunne mantel over ijs kon lopen, of ineens 24 uur op de plaats kon verstillen omdat hij in gedachten verzonk — waarop zijn medestrijders verbaasd constateerden: ‘Sokrates staat sinds vanochtend over iets na te denken.’ Rond het jaar 2000 is de fascinatie voor Sokrates nog immer actueel. In ‘Socratische dialogen in onze tijd’, zijn bijdrage aan de bundel Receptie van de klassieken IX merkt de Amsterdamse wetenschapper S.R. Slings op dat een veelgehoorde klacht is dat de filosofie van nu te abstract is, en zo het contact met de menselijke ervaring heeft verloren. Het is mogelijk dat Sokrates de gewenste toenadering biedt. Slings citeert een cursusleider die zijn cursisten voorhoudt: ‘In het socratisch gesprek wordt de verbinding weer hersteld die in veel filosoferen verloren is gegaan, namelijk die tussen abstracte begrippen (zoals vrijheid) en dat waaruit deze begrippen geabstraheerd zijn, de wereld van de ervaring.’


Dat contact, de verbinding tussen filosofie en eigen leven, wordt de 21ste-eeuwse cursist wel aangeboden. In De Queeste kan daartoe bijvoorbeeld de cursus Socratische gesprekstechniek worden gevolgd. De cursist leert er helder redeneren om ingrijpende beslissingen kracht bij te kunnen zetten. Voor 3000 gulden per persoon krijgt hij met een tussenpoos van ruim een maand tweemaal twee dagen lang les in Sokrates.



IN HET LESLOKAAL komt een koffiejuf binnen. Ze schenkt alle kopjes vol. ‘Een socratisch gesprek moet je eigenlijk gewoon doen’, zegt cursusleider Heijerman. ‘Maar natuurlijk niet voordat de cursisten zich hebben voorgesteld.’


Er wordt een ronde gemaakt.


Tim is vader, Amsterdammer en ondernemer. Hij heeft een familiebedrijf en doet in audio. Tim zegt ‘kerkelijke wortels’ te hebben. Hij is zelfs nog praktiserend katholiek. In zijn parochie is hij druk doende met het ‘zoeken naar contact met de buitenwereld’. Deze cursus moet hem daarbij helpen. Want Tim is bang ‘methodisch op te drogen’. Naast Tim zit Henriëtte, eveneens ondernemer. Haar bedrijf heet Conscience. Het is een ‘onderzoeks- en adviesbureau’. Henriëtte heeft in Twente al eens eerder een socratisch gesprek gevoerd. Naast Henriëtte zit Mark. Mark vindt het ‘leuk om met mensen te kletsen’. Vaak merkt hij dat mensen ‘langs elkaar heen kletsen’. Daar wil hij iets aan doen, doch de ware reden van zijn aanwezigheid blijkt een andere te zijn. Mark werkt bij de ING-bank. Onlangs vernam hij dat zijn chef voornemens is zijn contract niet te verlengen. Omdat hij gebrekkig zou functioneren! Dat is hard aangekomen. Zijn vriendinnetje wees hem op de cursus. Dan is er nog Mia, die ‘een cocktail van filosofie en sociologie’ heeft gestudeerd. Enige kennis aangaande Sokrates is haar daarom niet vreemd. Momenteel geniet ze een sabbatical year waarin ze zich herbezint. Ze werkte bij een zorgverzekeraar. Ten slotte is er Henk. Hij zal volop deelnemen aan het gesprek, daar niet van. Zijn motivatie verschilt echter. Als verslaggever van het businessblad FEM/De Week is hij voornamelijk aanwezig om verslag te doen van de cursus.


Net als Xenophon meelopen met Sokrates naar ‘daar waar mensen deugdzaam worden’ lijkt niet de eerste motivatie om aan de cursus deel te nemen, terwijl de spreuk ‘Deugd is kennis’ voor Sokrates toch van essentiële betekenis was. Uit de door Plato opgetekende dialogen blijkt dat Sokrates kennis telkens weer gelijkstelde aan zelfkennis. Om die reden fascineerde hem ook de spreuk ‘Ken uzelf’, die was aangebracht boven de ingang van de Delphi-tempel. Jezelf een morele spiegel voorhouden, was Sokrates’ devies. De hoogstpersoonlijke zielenzorg is de kern van zijn boodschap. Instituten als ISVW destilleren vooral het praktische nut uit de socratische dialogen, zoals ook vastgesteld wordt door Slings. Hoewel Sokrates veeleer op ontwrichting van bestaande definities uit is, wordt in het 21ste-eeuwse socratische gesprek langs inductieve weg grondig gestreefd naar een consensus.



‘DANK JULLIE WEL’, zegt gespreksleider Erik na de voorstelronde in Leusden. Van tevoren heeft iedereen een concreet voorbeeld moeten bedenken bij De Vraag: Zijn redelijke beslissingen altijd de beste? Hierom draait het allemaal. Als op die vraag eendrachtig een antwoord wordt gevonden, is de dag geslaagd. ‘De Vraag wordt behandeld aan de hand van het voorbeeld van een van jullie’, zegt Erik. ‘Dat voorbeeld wordt uitgebeend en zo teruggebracht tot een kernformulering. Hetgeen leidt tot een aantal vooronderstellingen die in het gesprek het twistpunt gaan vormen. Er wordt gezocht naar antwoord op de uitgangsvraag door uit het voorbeeld algemeenheden te putten.’


Met een blauwe stift tekent Erik op een flipover het te volgen schema. Van een blaadje leest hij de spelregels op: ‘Probeer zoveel mogelijk te concretiseren.’ Verder, zegt hij, moeten de deelnemers vooral kritisch zijn, maar óók streven naar consensus, moet men kort en bondig zijn en mag niemand advocaat van de duivel spelen. ‘We moeten gezamenlijk iets zien te bereiken.’ Dan grijpt Paul in. ‘Het doel is niet consensus, Erik. Elkaar goed begrijpen is het doel. De groep zélf onderzoekt, Erik. Je zoekt het algemene in het bijzondere.’


Na de lunch doet Erik ‘de drie gespreksvormen’ uit de doeken. ‘Er is een zaakgesprek, waarin het onderzoek naar het voorbeeld gedaan wordt. Ten tweede is er het strategiegesprek, dat bedoeld is om richting en structuur van het gesprek te bepalen. En ten slotte is er het metagesprek, dat gevoerd wordt als er emotionele kwesties of vragen over de methode aan de orde komen.’ Tim heeft direct al een vraag: ‘Wat als ik per ongeluk de leiding overneem? Die neiging heb ik namelijk nogal.’ Henriëtte weet het antwoord. ‘Een van ons kan altijd een metagesprek aanvragen.’ Erik ziet in zijn ooghoek Paul goedkeurend knikken.


Eén voor één vertellen de kandidaten het voorbeeld dat ze bij de stelling hebben bedacht. Na lang onderhandelen wordt besloten met het voorbeeld van Henriëtte verder te gaan. Als docente biologie moest zij ooit eens student Lex de klas uit zetten. Omdat hij te vaak afwezig was en bovendien een ontwrichtende werking op de groep had. ‘Het was een redelijke beslissing’, zegt Henriëtte. ‘Maar of het de beste beslissing is, weet ik niet. Ik denk van wel.’


Erik zegt dat Henriëtte zo helder mogelijk moet vertellen wat er aan haar beslissing voorafging. ‘Ik gaf samen met een assistent college’, vertelt ze. ‘Lex was er niet, meteen de eerste dag niet. Juist vanwege de tempobeurs is dat heel onverstandig.’ Als Tim vraagt wat de tempobeurs precies behelst, zegt Erik tot Tims ongenoegen dat het niet terzake doet. ‘De tweede dag was Lex er wel. Maar ja, hij had wel zijn eerste huiswerk gemist. Ik merkte in die les dat hij niet goed meekwam. Ook zei hij niet te weten of hij wel zou blijven. De derde dag was hij er weer niet.’ Driftig maken de cursisten aantekeningen. Erik schrijft in razend tempo op de flipover. ‘Lex is dan dus al twee keer niet geweest en heeft ook twee keer al huiswerk gemist. De week daarop hoorde ik dat hij een studentenafspraak niet is nagekomen. Voor mij was het toen duidelijk dat Lex weg moest.’ Erik trekt zijn colbert uit. ‘Die maandagmiddag kwam hij een geleend boek terugbrengen. Toen heeft mijn collega het gezegd. Zelf wilde hij ook niet meer, gaf hij aan.’ Erik hangt de onleesbaar volgeschreven vellen aan de muur. ‘We moeten zo langzamerhand wel richting kernbewering’, zegt hij. Daarop heft Henriëtte haar handen ten hemel en zegt: ‘Mijn docentenemmer liep vol ten gevolge van het niet nakomen van afspraken. Hij trad de boel met voeten.’


‘Maar officieel mag je toch twee keer afwezig zijn’, zegt Henk.


‘Niet méér dan twee keer’, zegt Henriëtte. ‘En met de afwezigheid in het studentengroepje was dat station gepasseerd.’ Paul zit heftig te gebaren. Maar Erik grijpt niet in. Paul heeft doorzien dat voortzetting van het gesprek geen antwoord op de beginvraag op zal leveren. Dit omdat Henriëttes beslissing niet redelijk was maar onvermijdelijk. De regels waren overtreden en zij moest de student wel verwijderen.



GESTELD DAT halverwege, recht uit de Hades, het mannetje met de paars aangelopen kop, opvallende mopsneus en bolle ogen het zaaltje binnenliep, dan zou hij roepen: ‘Sofisterij, het is je reinste sofisterij. Jullie doen niet wat jullie beloven. De Deugd? Jullie leren helemaal de deugd niet. Jullie zijn oplichters, jullie werken met misleidende argumenten.’ Want wat dit nog te maken heeft met de ooit door Sokrates gebezigde methode wordt wel erg onduidelijk. Heel, heel simpel gesteld ging het hem erom op basis van consequent vragen inducerend op de definities van algemene begrippen te komen. Vervolgens draaide Sokrates de werkwijze om en probeerde op deductieve wijze te toetsen of wat de mensen in het begin zeiden nog klopte.


Dat juist het bedrijfsleven van nu met Sokrates wegloopt is niet verwonderlijk. Welbeschouwd is de socratische methode zoals we die van Plato kennen behoorlijk ondemocratisch. Want van discussie is geen sprake: er is er maar één die de vragen stelt. Bovendien zijn die nauwelijks neutraal maar zeer suggestief — grote kans dat Sokrates uitvinder mag heten van de leading question, de suggestieve vraag.


Sokrates maakt in het gesprek de dienst uit, zijn tegenstanders mogen slechts ja en nee zeggen. Kortom: ideaal voor in het bedrijfsleven.


Te Leusden gaat Henriëtte onverstoorbaar voort: ‘Het is best een heavy beslissing. Misschien had hij wel een goede reden om er niet te zijn. Wat als zijn moeder overleden was?’ Mark: ‘Maar waarom zou jij je moeten verantwoorden? Je hebt toch volgens de regels gehandeld?’ Tim: ‘Dat vind ik nou weer zo typisch Hollands. Naar de regels kijken. Als ondernemer kijk ik naar de oplossing.’ Henriëtte: ‘Ik heb zonder meer een goede beslissing genomen.’ Mia: ‘Waarom vraag je je dan nog af of het een probleem is?’ Henriëtte: ‘Omdat het door emotie ingegeven is. Ik denk dat de persoon Lex doorslaggevend is geweest. Ik mocht hem niet!’ De monden vallen wagenwijd open. Erik stelt meteen voor een strategiegesprek te voeren. ‘We moeten de onderzoekslijn verleggen. We zouden Henriëtte om een nadere invulling van haar irritatie kunnen vragen.’ Henriëtte: ‘Heel simpel. Ik had al een grens overschreden door hem dat boek te lenen. Hij had iets terug moeten doen maar in plaats daarvan bleef hij weg.’


Tijd voor een snack. Na de korte pauze zegt Erik dat we ‘richting antwoord op de beginvraag’ moeten gaan. ‘Misschien onder invloed van Tims confronterende opmerkingen zijn we uitgekomen bij de kern van de zaak, namelijk dat irritatie over de persoon Lex de beslissing heeft gerechtvaardigd. Vervolgens heeft Henriëtte er procedurele argumenten bij gezocht. Wat vinden jullie daarvan?’ Henk: ‘Volgens mij is de irritatie ook gevoed door het overtreden van de regels.’ Henriëtte: ‘Eh… ja ik denk het.’ De conclusie is volgens Erik dat er zowel redelijke als onredelijke elementen in Henriëttes beslissing zaten. Dan staat Paul op. ‘Het is tijd afscheid te nemen van het gesprek. Een bevredigend antwoord is er niet gekomen. Ik zou jullie willen vragen een beeld te formuleren bij de loop van het gesprek.’ Mia’s beeld is het treffendst: ‘Ik moest denken aan een wilde rit dwars door de woestijn. Af en toe doemde een fata morgana op waar we dan heen koersten. Ik heb niet het idee dat we in een oase zijn aangekomen.’ Paul knikt: ‘Inderdaad. De afwisseling divergeren-convergeren was onvoldoende. Een goed socratisch gesprek moet kloppen als een hart.’



SOKRATES’ aantrekkingskracht trof in de jaren tachtig ook Marcel van Dam, die het tv-programma De achterkant van het gelijk presenteerde. De makers brachten er een variant op de socratische methode in praktijk, ‘niet om te winnen maar om achter de waarheid te komen’. Zo zou bereikt kunnen worden wat Plato Alkibiades al in het Symposium liet formuleren, toen deze de socratische methode aanprees: ‘Over pakezels praat hij en over allerlei smeden, schoenmakers en leerlooiers, en hij lijkt steeds in dezelfde woorden hetzelfde te zeggen, zodat een onervaren en onverstandig mens altijd om zijn woorden zal lachen. Maar als je ze dan ziet opengaan en erin doordringt, zul je ontdekken dat het om te beginnen de enige woorden zijn die van binnen zin hebben en dat ze verder goddelijk zijn, talloze beelden bevatten van morele kwaliteiten en een enorme reikwijdte hebben, of liever nog alles bestrijken waaraan je aandacht hoort te besteden als je je goed wilt ontwikkelen.’


Louter vragen en redeneren, en ondertussen ‘divergeren en convergeren’? Sokrates is ook een mystieke figuur, die put uit ‘een innerlijke bron van helderheid’. In zijn door Plato opgetekende verdediging laat hij niet na te verklaren dat ‘er zich in mij iets goddelijks en demonisch voordoet’. Ligt niet alleen aan Plato: Plutarchus spreekt in De demon van Sokrates over ‘het vermoeden dat het daimonium van Sokrates geen visioen was, maar het waarnemen van een stem of het besef dat een woord op een geheimzinnige wijze tot hem kwam’. Op geheimzinnige wijze bereikte Sokrates ‘een daimoon die zonder stem alleen door de inhoud van zijn openbaring op zijn geestelijke bewustzijn inwerkte’.


Behalve dat zich hier weer een geliefde drogreden van Sokrates openbaart — schermen met een oncontroleerbare hogere macht — ligt hier waarschijnlijk de grootste reden van Sokrates’ huidige aantrekkingskracht: old age meets new age.