Te veel partijen hebben belang bij een voortdurende strijd

De somalisering van Congo

Sinds de dood van negen blauwhelmen in Congo twee weken geleden lijkt er sprake van een verharding in het optreden van de VN-vredestroepen. Te veel partijen hebben belang bij een voortdurende strijd.

CONGO – «De vredesmissie van Monuc is onze laatste kans. Niemand is tevreden over het functioneren van de VN-troepen, maar als ze vertrekken zullen op grote schaal nieuwe gevechten uitbreken. Dat betekent de somalisering van Congo. Dan valt het land definitief uit elkaar», zegt Déo Mirindi, namens een lokale ngo betrokken bij de ontwapening en demobilisatie van verschillende milities in Congo. Tot nu toe vond demobilisatie op vrijwillige basis plaats, maar sinds de dood van negen blauwhelmen nabij de stad Bunia twee weken geleden lijkt er een lichte kentering in het optreden van de VN-troepen waarneembaar. In reactie op de dood van hun collega’s begaf een Pakistaanse eenheid zich vorige week naar het gebied waar de verantwoordelijke militie voor het incident, het Front voor Nationalisme en Integratie (FNI), zich ophoudt om naar wapens te zoeken. Bij het vuurgevecht dat volgde kwamen meer dan vijftig rebellen om het leven. Voor het eerst in vijf jaar liet de VN-vredesmissie Monuc haar tanden zien. Een woordvoerder van de missie kondigde aan dat er meer operaties in voor bereiding zijn om milities te ontwapenen.

Het oosten van Congo wordt beheerst door een keur aan milities. Ondanks een vredes akkoord en de benoeming van een overgangs regering anderhalf jaar geleden wil het niet vlotten. Een aantal gewapende groeperingen maakt geen deel uit van de vredesregeling, maar ook onder de partijen die wél getekend hebben heerst het opportunisme dat zij wellicht bij een voortdurende strijd meer belang hebben.

Déo Mirindi is net terug uit Walungu, 45 kilometer ten zuidwesten van Bukavu, waar hij gesproken heeft met leiders van de FDLR, de rebellengroepering die voor Rwanda aanleiding vormt om telkens Congo binnen te vallen. Naar schatting vijftien procent van deze groep bestaat uit Interahamwe, die een belangrijke rol speelden in de Rwandese genocide in 1994. De rest van de naar schatting twaalf- tot vijftienduizend strijders bestaat uit jongeren die later zijn gerekruteerd en in kleine groepen het platteland van de provincies Zuid- en Noord-Kivu terroriseren. Met familie zou het om veertigduizend mensen gaan die volgens het vredesakkoord naar Rwanda moeten worden gerepatrieerd. «Maar ze willen helemaal niet terug», zegt Mirindi: «Een aantal van hen wacht in Rwanda processen voor deelname aan de genocide en de rest ziet geen enkel perspectief in terugkeer. De Congolese bevolking is het spuugzat om met een Rwandees probleem te worden opgezadeld dat bovendien nog eens door het buurland als excuus wordt gebruikt om militaire acties op ons grond gebied uit te voeren.»

Er gaat in Congo nauwelijks een dag voorbij zonder gewelddadige incidenten. Sinds het vredesakkoord zijn er alleen maar meer gewapende groepen bijgekomen. Het nieuwe Congolese leger, het FRDC, waarin een aantal voormalige rebellengroeperingen is opgegaan, is in een oude gewoonte vervallen, ontwikkeld tijdens het 32-jarige bewind van president Mobutu. De soldaten krijgen geen soldij, dus stelen ze hun voedsel bij elkaar of plunderen hele dorpen leeg.

Maar de VN-vredesmacht is er toch om de bevolking te beschermen en de milities te ontwapenen? «Tot nu toe hadden we te weinig troepen om de problemen daadwerkelijk aan te pakken», zegt woordvoerster Sylvie van den Wildenberg. «In maart zijn enkele van de beloofde versterkingen gekomen, maar dat is nog altijd maar de helft van het aantal troepen waar we om gevraagd hebben. Toch zijn we wel in staat om beter op te treden.»

De Monuc begint haar geduld te verliezen met de verschillende rebellengroeperingen die hun wapens nog niet hebben ingeleverd. «Ze sturen het hele transitieproces in de war. Ik denk dat ons geen andere keus rest dan ze met geweld te ontwapenen. Ik verwacht dat de Veiligheidsraad eind maart, als vergaderd wordt over de verlenging van de missie, het mandaat zal versterken. Dat zou een Hoofdstuk 7-operatie in houden, peace enforcing in plaats van peace keeping.»

Onder de bevolking in het oosten van Congo heerst vooral onbegrip over het optreden van Monuc. De grote vraag is waarom ze voornamelijk in de steden patrouilleren en niet zorgen dat de veiligheid op het platteland verbetert. Veiligheid op het platteland betekent dat boeren hun velden weer kunnen gaan bebouwen. Per dag sterven naar schatting duizend mensen in Congo als gevolg van de strijd, voornamelijk door ondervoeding en een gebrek aan toegang tot gezondheidszorg. Van den Wildenberg van Monuc noemt Congo «een vergeten noodsituatie». Alleen al in Zuid-Kivu zijn er 420.000 ontheemden op een bevolking van vijf miljoen mensen. De situatie in Noord-Kivu en Ituri, waar de strijd zich de afgelopen maanden heeft geconcentreerd, is nog nijpender. En de meeste hulpbehoevenden zijn slecht bereikbaar. In de afgelopen jaren is de aandacht van veel hulp organisaties verschoven naar andere nood gebieden, zoals Darfur, Afghanistan en Irak. Hoewel de gevolgen nog niet merkbaar zijn, wordt gevreesd dat de tsunami in Azië nog meer hulp zal wegzuigen uit Congo.

Volgens Déo Buuma van het Institut Vie et Paix is het gebrek aan troepen niet de echte reden waarom Monuc niet succesvol is: «Ze hebben een zware en gecompliceerde opdracht, waarvoor ze eigenlijk niet zijn uitgerust. Ze zijn onervaren en voor de ontwapening van gewapende milities zouden ze eigenlijk nauw met de bevolking moeten samenwerken. Het ontbreekt Monuc aan inlichtingen over de gewapende groepen. De bevolking verschaft haar geen informatie, omdat die vreest voor represailles zodra de VN-troepen vertrokken zijn.» Het voornaamste resultaat op het conto van Monuc is dat ze tot nu toe met hun aanwezigheid voorkomen hebben dat er op grote schaal nieuwe gevechten uitbreken.

De kans dat er een volgende ronde van gevechten komt, wordt hoog ingeschat. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen die voor 30 juni gepland staan neemt de kans op oorlog toe, denkt ook Déo Mirindi: «De politici van vandaag zijn de militieleiders van gisteren. Ze kunnen er op ieder moment voor kiezen om naar de wapens te grijpen. Deze politici voelen zich niet echt gebonden aan het vredesproces. Ze hebben meer te verliezen bij verkiezingen dan bij oorlog. De kans dat ze gekozen worden is klein. Alleen president Kabila en zijn partij maken een kans.»

Het paleis van de gouverneur ligt op de hak van «La botte», een landtong in het Kivumeer in de vorm van een laars. De gouverneur komt in krijgsheerstijl aangescheurd. Voorop een pick-up met militairen op de achterbak, machinegeweer in de aanslag of raketwerper op de schouder, daarachter volgt de four-wheel drive van de gouverneur. Didas Kaningini Kyoto neemt sinds een aantal maanden het gouverneurschap waar, nadat de vorige gouverneur wegens verduistering van anderhalf miljoen dollar in Kinshasa is ontboden en nog altijd niet op zijn post is teruggekeerd.

«De oorlog klopt voortdurend op de deur van Congo», zegt hij. Hij is ontevreden over het leger, dat hij als een sleutelelement in de crisis van het land ziet. «Het leger bestaat uit verschillende facties die elkaar bestrijden. Soms openlijk. Sommige partijen bereiden zich voor op een nieuw conflict. Op z’n best is er sprake van een gewapende vrede. Tegelijkertijd is er een dreiging van buiten. Rwanda kan ons aanvallen en in Bujumbura verblijft een aantal hoge militairen van Mobutu die plannen hebben om gewapenderhand de macht te heroveren.»

Maar als een nationaal leger zo essentieel is, waarom krijgen de soldaten dan niet betaald, net als vele andere ambtenaren? «Door de onveiligheid op het platteland zijn we niet in staat belasting te heffen. Bovendien zijn er onder verschillende besturen allerlei mensen in dienst genomen, zodat we niet weten wie we moeten betalen», luidt het excuus van Didas Kaningini Kyoto. Hij vindt het mandaat van VN-missie Monuc te zwak: «De bevolking begrijpt eigenlijk niet wat ze doen, omdat ze op cruciale momenten verzuimen in te grijpen, zoals bij de aanval van rebellengroepen vorig jaar mei op Bukavu.» Monuc greep niet in toen de rebellen de stad bezetten. Pas naderhand hebben ze een akkoord afgedwongen, maar toen was er al op grote schaal geplunderd en waren er veertig mensen omgekomen.

De vraag is of Congo op tijd klaar zal zijn voor de verkiezingen. Begin januari suggereerde de voorzitter van de Nationale Kiescommissie niet te star vast te houden aan verkiezingen op 30 juni, gezien de stroef lopende transitie en vooral de voortdurende ongeregeldheden in het oosten. Ook met het oog op de staat van de infrastructuur in het binnenland lijkt dat geen vreemde suggestie. De meeste wegen in het oosten zijn onbegaanbaar. Over een afstand van tweehonderd kilometer van Bukavu naar Kamituga doet een vrachtwagen een maand. Naar Kisangani is alleen vervoer door de lucht mogelijk. Mirindi vindt het logisch dat de voorzitter van de kiescommissie de suggestie opwierp om de verkiezingen uit te stellen, ook al leidde dat in Kin shasa onmiddellijk tot protesten waarbij doden vielen. «Technisch is het onmogelijk om op dit moment verkiezingen te houden. Maar we moeten niet vergeten dat de huidige politieke elite belang heeft bij uitstel. Ze zullen niet verkozen worden en willen dus zo lang mogelijk blijven zitten. Verkiezingen zullen zelfs tot een nieuwe oorlog leiden, omdat de verliezers de wapens zullen oppakken.»

Toch mag de dreiging van een nieuwe oorlog geen reden vormen om de verkiezingen uit te stellen, vindt hij. «In de nabije toekomst zal er waarschijnlijk geen dag zijn dat het in het hele land rustig is. Het bestuur van vandaag is niet legitiem. Het is noodzakelijk dat de Congolezen hun stem kunnen uitbrengen. Als de verliezers dan opnieuw de wapens oppakken, vechten ze tegen een legitieme regering die steun van de internationale gemeenschap zal genieten.»

Ook Sylvie van den Wildenberg vindt het gebrek aan veiligheid geen reden om de verkiezingen maar eindeloos uit te stellen: «De Nationale Kiescommissie beslist over het organiseren van verkiezingen en eventueel uitstel. Er is overeengekomen dat de verkiezingen twee maal zes maanden uitgesteld kunnen worden. Binnen die tijd moet Monuc in staat zijn de veiligheidssituatie zodanig te verbeteren dat er gestemd kan worden. Onveiligheid alleen kan geen reden zijn de verkiezingen uit te stellen. Zelfs als naar aanleiding van de verkiezingen nieuwe gevechten uitbreken, is dat geen reden. Monuc is niet een dag na het stemmen vertrokken. Dan ontstaat er een nieuwe situatie. We lopen niet weg voor problemen.»

Deze reportage kwam mede tot stand door een bijdrage van de NCDO