Film - Straight Outta Compton

De soundtrack van de suburbs

Straight Outta Compton, over de hoogtijdagen van de hiphopband N.W.A., laat zien welke rol kunst kan spelen in kansloze omstandigheden. De bandleden waren straatjournalisten.

Medium straight outta compton 02037921 st 3 s high

1989. Op straat liggen tientallen cd’s en platen, allemaal met dezelfde voorkant: zes jongens van rond de twintig kijken, van onderaf gefotografeerd, boos de camera in. Ze dragen stuk voor stuk een petje en zijn op één na allen van Afro-Amerikaanse komaf. De meest rechtse figuur richt een pistool op de lens, links staat de niet te missen parental advisory-waarschuwing. Het is de hoes van een van de populairste rapplaten aller tijden: Straight Outta Compton (1988), gemaakt door de groep N.W.A. (die overigens uit vijf leden bestaat, niet uit zes). Snel na verschijning wordt het album razend populair, tot verbazing van de rappers zelf, maar hier op straat heeft zich juist een mensenmassa verzameld die het album wil verbieden. Men vindt het te agressief. Te anti-autoritair. Schadelijk voor de jeugd. Luid protesterend werpen mensen hun N.W.A.-albums op straat, waar vervolgens een bulldozer alles platrijdt.

Het geheel duurt nog geen minuut, maar het is een van de kernscènes uit de film Straight Outta Compton. Zelden werd een rapgroep zo bewonderd en verguisd tegelijkertijd als N.W.A. (een afkorting van Niggaz Wit’ Attitudes). Het was misschien niet de grootste hiphopact van zijn tijd – echte wereldhits hadden ze niet, de groep bestond slechts enkele jaren –, maar de controverse die er rondom het vijftal ontstond was ongeëvenaard. Het speerpunt van die controverse: de single Fuck the Police (1988), waarin N.W.A. zich nadrukkelijk en hevig tegen de politie keerde: ‘When I’m finished, it’s gonna be a bloodbath of cops, dying in L.A.’

Het nummer leidde tot een officiële waarschuwing van de fbi, N.W.A. mocht het niet meer spelen tijdens liveshows, deed dat natuurlijk toch, werd opgepakt, er ontstond alsmaar meer heisa, tegenstanders schreeuwden nog harder om het verbannen en vernietigen van deze ‘kwaadaardige muziek’, voorstanders beriepen zich op de vrijheid van meningsuiting.

Het interessante aan de discussie die ontstond was niet zozeer dat het ging om creatieve vrijheid tegenover het ondermijnen van autoriteit – dat soort twistgesprekken kennen we immers al wel en verloopt altijd hetzelfde –, maar dat het draaide om twee partijen die er stellig van overtuigd waren dat ze het juiste deden. De overheid had het idee dat het enkel opkwam voor haar vertegenwoordigers, namelijk de politie, en N.W.A. zag zichzelf niet als nodeloos vijandig, maar als politiek commentator. Zoals Ice Cube, voornaamste tekstschrijver van de groep, in Straight Outta Compton verzucht wanneer hij de bulldozers zijn werk ziet platrijden: ‘You speak a little truth and people lose their mind.’

Die houding, de gedachte dat het hier gaat om muziek die meer biedt dan enkel vermaak en die geen oorzaak is van geweld in de getto’s maar een weerspiegeling ervan, maakt Straight Outta Compton meer dan de zoveelste vakkundige biopic over een kansarm stel dat uitgroeit tot een grootse succesformatie. Voor de goede orde, dat van-de-straat-naar-de-top-element zit ook duidelijk in de film, maar daarnaast laat Straight Outta Compton overtuigend zien welke rol muziek, of breder: kunst, kan spelen in schijnbaar kansloze omstandigheden, waarin voor vrijblijvendheid geen enkele ruimte is.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was Compton helemaal geen verkeerde plek om op te groeien. Een vrij doorsnee blanke suburb in Zuid-Californië, met keurig bijgehouden voortuinen, nauwelijks criminaliteit en vanaf tien uur ’s avonds stilte op straat. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisden echter steeds meer Afro-Amerikanen vanuit de getto’s van het nabijgelegen Los Angeles naar Compton, omdat de huizen daar betaalbaarder waren. De nieuwe inwoners brachten hun armoede met zich mee, de werkloosheid en criminaliteit in Compton namen zienderogen toe, de stad verpauperde, de blanke inwoners trokken naar nieuwe suburbs, en begin jaren tachtig was Compton plots uitgegroeid tot een uitvergroot equivalent van een getto, met extreem veel geweld en armoede – een achterbuurt op stadsformaat.

Voor een twintiger die in die omgeving opgroeit, is het om evidente redenen verleidelijk zich in de criminaliteit te begeven: daarmee valt een stuk eenvoudiger geld te verdienen dan met het zoveelste bijbaantje, als bendelid geniet je bescherming van je omgeving, en bovendien zijn er amper alternatieven. Immers, welke universiteit zit er nou te wachten op een donkere jongen uit Compton? Welk bedrijf geeft zo iemand nou een werkelijke kans?

Hiphop is kunst om te overleven, om niet te verzanden in het bestaan dat al voor je is uitgestippeld

Hoewel Straight Outta Compton (de film) voorbij gaat aan de echt bloedige kanten van het leven in Compton – de spaarzame klappen die worden uitgedeeld hebben geen ernstige gevolgen en mensen overlijden alleen buiten beeld – is het vanaf de eerste scène duidelijk dat armoede hier de norm is. Mensen hangen verveeld rond op straat, niemand durft een ander te vertrouwen en de spaarzame figuren die wel geld hebben, verdienen dat met crackdeals. Veelzeggend is wat dat betreft de scène waarin de zeventienjarige Ice Cube (voortreffelijk gespeeld door zijn zoon, de acteur O’Shea Jackson Jr.) achter in een schoolbus op een kladblok teksten zit te schrijven en van een medescholier de schertsende vraag krijgt of hij soms denkt dat hij een poëet is. Cube wuift de opmerking weg, maar de achterliggende gedachte is duidelijk: hier, in Compton, wordt geen geld verdiend met zomaar woorden op papier, niemand is hier geïnteresseerd in literatuur. Dit wordt nog eens onderstreept als de schoolbus wordt stopgezet door leden van de beruchte bende The Bloods, waarvan een bendelid de bus vervolgens binnengaat met wapperend pistool, enkel en alleen om duidelijk te maken dat ze gerespecteerd dienen te worden.

Toch zet Ice Cube door. Hij is namelijk niet bezig zomaar wat rijmwoorden op te schrijven, het zijn gedachten die hij per se kwijt wil. Over zijn leven, over de buurt waarin hij opgroeit, over het gebrek aan mogelijkheden voor een opgroeiende tiener. Met onder meer Dr. Dre richt hij al snel N.W.A. op. De sleutelfiguur van de groep is Eazy-E die flink geld heeft verdiend met drugsdeals maar daarmee wil stoppen. In de openingsscène van de film, een fraai opgebouwde onderhandeling met twee stugge potentiële kopers, ontsnapt hij ternauwernood aan de politie en hij beseft dat dit niet lang goed kan gaan; op deze manier zal hij ofwel in de gevangenis eindigen, ofwel onder de grond.

Hiphop vormt voor Eazy-E en de zijnen van meet af dus geen bijkomstigheid, het is geen onschuldig tijdverdrijf van mensen die hun leven verder op orde hebben. Nee, de muziek is juist een redmiddel om aan het gangbare leven in Compton te ontsnappen. Om niet zoals iedereen te verdrinken in de poel van armoede en geweld. En ook om de buitenwereld naar hen te laten luisteren, eindelijk eens de sociale onvrede kenbaar maken.

Gangsterrap, zo wordt de muziek van N.W.A. vaak genoemd. Een wat misleidende term, al is het maar omdat het woord bij velen beelden oproept van gouden kettingen, grote monden en inhoudsloze pocherij. Als Straight Outta Compton ergens in slaagt, is het wel het overtuigend tonen dat het werk van N.W.A. veel meer om het lijf heeft. Ice Cube omschrijft de groepsleden halverwege de film als ‘straatjournalisten’, en dat is een treffende beschrijving: steeds opnieuw draait het in de (woedende) muziek van N.W.A. om hun armoede, om het geïnstitutionaliseerde racisme waarmee ze dagelijks te maken hebben, om het geweld op straat. Die onderwerpkeuze wordt in de film misschien een tikkeltje romantisch, maar vooral effectief toegelicht: veelvuldig wordt wat de groepsleden meemaken direct in verband gebracht met wat ze schrijven. Het ene moment hangen ze rond op een straathoek, het volgende moment horen we Eazy-E indringend rappen over the boyz in the hood, verveeld op zoek naar actie. Even later zien we hoe de gehele groep zomaar door de politie tegen de grond wordt gedrukt en wordt gefouilleerd, en meteen daarna maakt N.W.A. zijn Fuck the Police.

Zulke scènes werken bijzonder goed, omdat ze niet alleen op een fraaie manier vormende momenten in de hiphopgeschiedenis tonen, maar impliciet ook duidelijk maken welke grote betekenis die muziek voor de betrokkenen heeft: het is kunst om te overleven, om niet te verzanden in het bestaan dat al voor je is uitgestippeld.

Ongetwijfeld is dat de reden dat N.W.A. eind jaren tachtig prompt zoveel mensen bereikt, ook ver buiten Compton. En dat in 1991, als in Los Angeles de vermaarde Rodney King-rellen uitbreken, de muziek van de groepsleden voortdurend wordt gedraaid en eigenlijk dient als soundtrack voor de grote maatschappelijke onvrede. Volgens sommigen wordt hiphop aan de westkust van de Verenigde Staten pas volwassen vanaf het moment dat N.W.A. in volle stadions fuck the police schreeuwt. Volgens anderen is hiphop nadien eigenlijk nooit meer zo goed geworden. Hoe dan ook zit in de muziek een zeldzame levenslust die ook in 2015 nog overkomt, die ervoor zorgde dat ik als blanke tiener uit Amsterdam-Zuid naar weinig anders kon luisteren, en die je ook doet afvragen hoe het kan dat zo’n hecht collectief zo kort heeft bestaan.

Je zou zeggen: met zoveel succes en dan ook nog een gedeelde vijand als de fbi wordt de onderlinge band alleen maar sterker. Maar snel na het grootste succes valt de groep uiteen, en bijna onvermijdelijk wordt de film dan ook wat fragmentarischer, onvaster: het draait minder en minder om de sociale context, en alsmaar meer om kleine (lang niet altijd interessante) onderlinge intriges. Daarnaast valt in toenemende mate op hoezeer Ice Cube en Dr. Dre, de enige twee N.W.A.-leden die vandaag de dag nog steeds succes hebben en die als producers bij deze film zijn betrokken, hun stempel hebben gedrukt op het verhaal. Steeds nadrukkelijker (en eigenlijk ook krampachtiger) worden ze als meest creatieve personages naar voren geschoven. Het roept op zijn minst de vraag op wat de andere groepsleden eigenlijk van deze versie van hun geschiedenis vinden. Zou Eazy-E, wiens dood in 1995 als dramatisch hoogtepunt van de film dient en wiens laatste levensjaren ten onrechte worden afgedaan als periode van nostalgie en ideeënarmoede, ooit toestemming hebben gegeven voor Straight Outta Compton?

Vermoedelijk niet. Ook enkele andere sleutelfiguren (manager Jerry Heller, groepslid MC Ren) hebben zich al publiekelijk gedistantieerd van het project wegens ‘te subjectief’. Tot op zekere hoogte is zoiets onvermijdelijk, een speelfilm hoeft ook geen absoluut historisch overzicht te geven, maar ergens valt het wel te betreuren. Straight Outta Compton laat namelijk zo zeldzaam krachtig zien welke omstandigheden leiden tot het ontstaan van nummers als Fuck the Police, de oorzaken van de woede komen zo krachtig naar voren, dat het verhaal het verdient om verteld te worden, en ook om meer te zijn dan een verhaal van de overlevenden.


Straight Outta Compton draait nu in de bioscoop


Beeld: N.W.A in Straight Outta Compton. Foto Universal Pictures International