De Spaanse Opstand laat nog even op zich wachten

Barcelona - Terwijl Spanje in rap tempo op vijf miljoen werklozen afstevent, blijft het op straat rustig. Niet dat de bevolking geheel wars is van boosheid en verontwaardiging. Maar vooralsnog richten die zich op de schoppartijen van Real Madrid, vermeende aanstellerij van rivaal Barça, torenhoog gras in de hoofdstad en het wereldwijde complot van Unicef tegen J. Mourinho. Toch is vijf miljoen veel.

In maart 2008 bereikte de werkloosheid de grens van twee miljoen. Premier Zapatero beloofde toen ‘volledige werkgelegenheid’. Een jaar later, mei 2009, was het aantal werklozen verdubbeld: vier miljoen. Minister Salgado van Economie stelde ‘groene lootjes van herstel’ in het vooruitzicht. In april 2010 hadden 4,6 miljoen mensen geen baan. Minister Corbacho van Werkgelegenheid verzekerde dat het ergste van de crisis voorbij was. Spanje hield de adem in.
Inmiddels zitten we op 4.910.200, bijna 21,3 procent van de beroepsbevolking. Die werkloosheid is niet gelijkmatig verdeeld. In Baskenland zit twaalf procent zonder werk, in Andalusië bijna dertig. Van de immigranten heeft 32 procent geen baan, tegenover achttien procent van de Spanjaarden. Dramatisch is de situatie voor jongeren tot 35. Bijna de helft is werkloos en verwacht wordt dat een flink deel van hen helemaal nooit aan de slag zal komen.
Waarom breekt er dan toch geen opstand uit? De angst is zo groot dat deze verlamt in plaats van mobiliseert, zegt socioloog Pere Beneyto. Het idee dat het verloop van de gebeurtenissen onvermijdelijk is, verklaart ook een deel van de passiviteit: de financiële markten als een soort natuurwet. Jongeren ontsnappen aan de pijnlijkste gevolgen van de crisis door steeds langer bij hun ouders te blijven wonen. Veel werklozen ontvangen nu nog uitkeringen. ‘Zodra die stopgezet of gekort worden, zullen de spanningen snel toenemen’, zegt hoogleraar Vicenç Navarro. Een andere reden voor het uitblijven van protest is dat een vijfde van de Spaanse economie zich afspeelt in het schemerduister. Een deel van de werklozen verlicht zijn financiële nood door in deze sector zwart bij te klussen.
Misschien dat verse bezuinigingen nodig zijn om de Spanjaarden de barricaden op te jagen. Op dit punt lijkt staatssecretaris van Financiën Ocaña bereid zijn steentje bij te dragen. ‘Na de aanpassingen aan de inkomstenkant gaan we de uitgaven aanpakken’, zei hij vorige week. De vijftien miljard bezuinigingen van het afgelopen anderhalf jaar waren kennelijk nog niks bij wat komen gaat. Met de voetbalthrillers tussen Barça en Madrid achter de rug wordt het dan misschien toch nog wat met die opstand.