De Spaanse reddingsactie is niet voor oma Dulce

Montcada i Reixac – Eerst is de bejaarde mevrouw met de spaarbankboekjes in de hand alleen maar verontwaardigd: ‘De bank heeft me bestolen! Het is mijn geld, ik heb het nodig om te kunnen eten!’ roept ze in de megafoon voor de deur van het bankfiliaal. Dan wordt ze steeds bozer en slaat haar aanklacht om in een onverstaanbaar gejammer.

Het is ’s ochtends al warm hier op straat in deze voorstad van Barcelona. De vrouw met de spaarbankboekjes, ze is zeventig en blijkt Dulce Paulano te heten, dreigt van haar stokje te gaan. Na enkele minuten verschijnt de ziekenwagen. Het ambulancepersoneel stelt een zenuwinzinking vast.

En wat is er verder met Dulce Paulano aan de hand? Hetzelfde als met een miljoen andere Spanjaarden, overwegend bejaarden. Dulce leeft samen met haar zoon (45) en kleinzoon (10) van een pensioentje van zeshonderd euro. Haar man overleed zes jaar geleden en hij liet zo’n veertienduizend euro spaargeld na. De spaarbank­directeur vond dat een interessant bedrag en hij overtuigde Dulce ervan om dat geld te steken in een nieuw en absoluut gegarandeerd product met een fantastisch hoge rente: preferente participaties. Dulce verkeerde in de veronderstelling dat ze haar spaargeld op elk moment kon opnemen. Niet dus. Dit geweldige product, dat alle moeders van alle Spaanse bankdirecteuren zelf uiteraard ook hebben gecontracteerd (mocht u nog twijfels hebben), blijkt in onleesbaar kleine lettertjes een levenslange looptijd te hebben.

De omvang van deze zwendel – zo niet juridisch, dan toch zeker moreel – is gigantisch. Bij elkaar gaat het om 26 miljard euro en achttien financiële instellingen. Alleen al Bankia maakte met deze ‘verfijnde financiële producten’ drie miljard euro afhandig van meestal bejaarde spaarders. Hun fout was om te vertrouwen op een bankdirecteur die ze in veel gevallen al hun hele leven kenden. Om de misleiding te versoepelen gaven de banken hun klanten boekjes die als twee druppels water leken op de traditionele spaarbankboekjes.

Bankia wordt door de staat gered met 23,5 miljard euro. De miljoen gedupeerden van de preferente participaties kunnen naar een soortgelijke reddingsoperatie fluiten, heeft de regering al laten weten. Maar denk niet dat de autoriteiten de kleine spaarders in de kou laten staan. De Spaanse centrale bank heeft een ferme maatregel aangekondigd. Met ingang van 2013 mag de letterhoogte in bankcontracten niet kleiner zijn dan 1,5 millimeter. Als dat slaat op de hoogte van de rompletters is de tekst nog net zonder loep te lezen. Maar dat maakt de Banco de España niet duidelijk. Als het inclusief stok- en staartletters is, schiet het blote oog hopeloos te kort. Zoals de centrale bank zelf, zeg maar.