Film

De spaarzame hand

Film: El perro negro. Verhalen uit de Spaanse Burgeroorlog van Péter Forgács

De verteller: «In de buitenwijken van Madrid vindt een hond de foetus van een meisje en eet een deel van haar schedel op.» Krassige, wazige zwart-witbeelden. De werkelijkheid is nog net te zien. Op zich betekenen de beelden niets. Maar als elementen van een visuele syntaxis verkrijgen stad, hond en menselijke vrucht een universum aan betekenis. Eerst klinkt een toespraak van de Spaanse dictator Miguel Primo de Rivera, doet een dwerghansworst met een hoge hoed een gek dansje, en verschijnen Salvador Dali en Gaia in close-up. Dan stad, hond en foetus. Vervolgens: rijke mensen die dansen, schilderen en trouwen. Alleen in deze volgorde tekenen zich de contouren af van een hoofdmotief: het fascisme.

In de context ligt de betekenis opgesloten van El perro negro. Verhalen uit de Spaanse Burgeroorlog van de al langere tijd in Nederland werkende Hongaarse regisseur Péter Forgács. Net als in eerder werk van hem, bijvoorbeeld Angelo’s film, dat de VPRO een jaar of vijf geleden uitzond, gebruikt Forgács in zijn nieuwe film gevonden materiaal van amateurfilmers. Zij zijn de Catalaanse industrieel Joan Salvans i Pierra en de Madrileense student José Ernesto Diaz Noriega. Door hun ogen ziet de kijker de historie van Spanje in de aanloop tot de burgeroorlog.

Kijkend naar de kostbare beelden rijst de vraag: was de smalfilm de reality television van een eeuw geleden? Zeker, rijke mensen als Joan en enthousiastelingen als José hadden altijd een camera bij zich. Dat is nu anders; iedereen heeft een digitale camera in zijn zaktelefoon. Daar komt bij dat de media overal zijn, van razende videoreporters tot openbare be veiligingscamera’s en webcams. En toch, wie over honderd jaar een beeld wil krijgen van nu zal zich eerder wenden tot NOS of CNN dan tot de privé-filmpjes op de computer van een willekeurige Am sterdamse student. De kans is immers groot dat de privé-filmpjes deel zullen uitmaken van archieven bij CNN of NOS. Zie de berichtgeving rond de Aziatische zeebeving.

In El perro negro gebruikt Forgács het specifieke materiaal niet omdat hij een keus heeft, maar omdat het bestaat. Het is dus toeval dat wij het verhaal beleven door de ogen van Joan en José. En toeval is niet genoeg. Slechts door interventie van de maker, door ordening en bewerking, krijgen de beelden gewicht. Een hond die een foetus eet roept horror op bij de kijker, maar het tafereel heeft pas betekenis als het is geplaatst tussen een orerende dictator en mooie, dansende mensen. Dan is de hond het symbool van de hongerige, verorberende fascist, het politieke monster dat het einde van de onschuld zal forceren.

De amateurfilmers zagen het niet aankomen. Aan het begin van de film speelt Joan samen met vrienden een executie na op zijn landgoed La Barata. Onduidelijk is waarom zij dat doen. Wel blijkt hoe zorgeloos het bestaan van Joan en zijn gezin is. Het leven is een spel, vol champagne, chique kleding en eindeloze feesten. En ach, het is een detail als een jonge generaal, pas 33 en met de mooie naam Francisco Franco, carrière begint te maken. Wanneer Franco en zijn leger een mijnwerkers opstand neerslaan en tweeduizend mensen executeren, klinkt de stem van de verteller: «Op La Barata viert men een verjaardag. Kleine Merce wordt vier.» De geniale, onderkoelde vertelling verraadt de spaarzame hand van de regisseur.

Die toont Forgács ook in zijn beeldspraak: de communistische vlag is altijd rood gekleurd in de zwart-witbeelden; op kern momenten eindigt een scène met een bevroren beeld; en onverwacht verandert het beeld in een negatief. Forgács treedt terug en laat de beelden het verhaal vertellen. Zo is El perro negro zowel een staaltje «realiteitstelevisie» als een poëtische film over een bijzonder gruwelijke geschiedenis in Europa, een tijd toen de onschuld ophield te bestaan. En de camera, net als nu, op straat was om dat moment op te nemen.

Te zien vanaf 7 april