THEATER

De spelers zijn overlevenden

Pina Bausch & Jürgen Gosch

Ze stierven beiden in juni. De dood van toneelregisseur Jürgen Gosch (10 juni) was een aangekondigde dood, hij leefde en werkte in Berlijn al maanden in geleende tijd. De choreografe Pina Bausch begon er weliswaar steeds doorschijnender uit te zien, maar dat was eigenlijk al decennia zo – haar dood (30 juni) trof velen als een blikseminslag, zo kort na weer een première van weer een nieuwe, als vanouds vooralsnog titelloze Tanzabend von Pina Bausch. Ze waren generatiegenoten, Bausch was van 1940, Gosch van 1943. En Duitsers. Hij uit Cottbus, in wat toen-ie zes werd de DDR ging heten, een staatssocialistische worgcultuur die hij in 1978 moest ontvluchten omdat ze er zijn toneel al meteen niet lustten. Bausch uit het Ruhrgebied, waar ze na een dansopleiding in New York terugkeerde en waar haar thuisbasis lag, Tanztheater Wuppertal.
De kracht van hun werk maakte hen tot nomaden. Met aanvankelijk Nederland als vaak weerkerend reisdoel. Jürgen Gosch regisseerde op uitnodiging van intendant Jan van Vlijmen in 1987 zijn eerste opera in Amsterdam, Wagners Tristan en Isolde, uitgejouwd en afgeslacht door de meerderheid van de kunstkritiek en het publiek en door de dirigent-van-dienst, zijn landgenoot Hartmut Haenchen. Gosch zou in Nederland tot 2003 nog vier toneelvoorstellingen regisseren. Pina Bausch’ dansgroep toerde in 1978, het jaar waarin Gosch übersiedelte van de DDR naar de BRD, langs Nederlandse schouwburgen, met Strawinsky’s Sacre (in turfmolm) en de dansavond Arien (in water). De reacties waren (net als in Wuppertal trouwens) aanvankelijk nogal lauw. De grote doorbraak kwam toen Café Müller (op muziek van Purcell) in het Holland Festival werd getoond.
‘De spelers zijn overlevenden. De overlevenden komt één moment toe. Zij vieren hun festijn op het slappe koord, tussen gebouwen die met instorten bedreigd worden. De choreografie staat in de traditie van de dodendans.’ Deze tekst schreef Heiner Müller in 1981 voor Pina Bausch. Café Müller werd in dat jaar getoond in Carré, in het kader van ‘De Noodzaak van de Dans’, een van de vier thema-avonden uit het Holland Festival die de VPRO-tv rechtstreeks uitzond, gepresenteerd door Freek de Jonge, die een hoop tersluikse afrekeningen binnen het artistieke milieu in zijn presentatie stopte. Van dans zei hij niets te begrijpen, maar om de kracht van Bausch’ monumentale nachtmerrie vol stuiptrekkingen, wilde dansbewegingen in paden van razendsnel omgegooide caféstoelen op de muziek uit Dido en Aeneas kon ook cynicus Freek de Jonge niet heen.
Een jaar later was Tanztheater Wuppertal terug in Carré, nu in de piste en weer rechtstreeks op de Nederlandse televisie, een kleine drieënhalf uur lang. Nu kreeg het Nederlandse publiek te maken met een paar andere kanten van Pina Bausch, haar grimmige humor bijvoorbeeld, haar montage van persoonlijke associaties (‘die Pina fragte uns’), geënt op haar levenslange motto: niet hoe dansers zich bewegen interesseert me, maar wat ze beweegt. Bovendien was het een première, Pina Bausch was nog aan het werk. Walzer heette de avond, er zou derhalve worden gewalst. Na de pauze tekenden de dansers met krijt hun walspassen op de vloer van de piste, als betrof het een provinciale dansschool uit de jaren vijftig. En daarop begonnen Pina’s dansers niet alleen uitbundig te walsen, ze praatten er ook nog bij, en behoorlijk veel ook. De sprekende danser werd geïntroduceerd, met een paar goeie en veel geweldig slechte grappen. Heiner Müller: ‘Roodkapje ontmoet de wolf in de disco, die met geld van de dode grootmoeder haar liefde wil kopen.’ Enkele toeschouwers schreeuwden richting de piste: ‘Dans? Dans!’ en verlieten woest de zaal. Pina Bausch en haar dansers vervolgden onverstoorbaar hun gang. (wordt vervolgd)

Tanztheater Wuppertal opent het nieuwe seizoen op 10 september met een herneming van Café Müller en Le sacre du printemps. Inlichtingen: www.pinabausch.de/spielplan.htm