De spierballenironie verliest

Marisha Pessl
Special Topics in Calamity Physics
Viking/Penguin, 514 blz., € 19,65

Poëzie na Auschwitz, ironie na 11 september, humor na Wouter Bos – het gaat allemaal gewoon door. Ironie alleen al omdat de term meestal zo ruim wordt opgevat dat elke meerduidige opmerking als ironisch wordt gekenschetst – zou het vaak niet adequater zijn te spreken van ‘spelen met meerduidigheid’? Stop. Deze recensie wordt onderbroken voor een onontkoombare mededeling. Er zit niets anders op, het zal hier ook even over de auteur moeten gaan. Talloze recensies vertellen deze maanden over de hype die Marisha Pessl heet, zelfs distributeur Penguin kwam met een verontschuldigende brief waarin enigszins temperend over de hype wordt geschreven – over ironie gesproken. Om wie gaat het? Marisha Pessl is een vrouw van 27, blond en mooi, niet mysterieus-mooi maar met stralend witte lach en zo’n wat-zijn-we-allemaal-weer-gelukkig-blik. Onuitstaanbaar, zo vinden velen. Toets haar naam in en wantrouwen en jaloezie, heel veel jaloezie, komen je op het internet tegemoet. Critici en bloggers, de laatsten vaak met eigen literaire aspiraties, zagen het blonde fenomeen al voor het boek uitkwam als een klap in het gezicht van de ware literatuur (waarvan zij als vanzelfsprekend de torenwachters vormen). Nu is de leeftijd van de auteur dit keer relevant, maar wel om een licht andere reden. Einde mededeling.

Zonder jeugdige overmoed was een inspirerend, levenslustig en gewaagd boek als Special Topics in Calamity Physics er nooit gekomen. Marisha Pessl schreef een spannend moordmysterie en onderzocht tegelijk hoe een individu zich verhoudt tot het mooie, rijke en het duistere, niet-leuke dat onze cultuur aanbiedt. Had het krankzinnig hoge aantal referenties aan literatuur, wetenschap en film bij een oudere heer direct pompeus aangedaan, Pessl schrijft zo gevat, slim en grappig over zware en lichte zaken dat ze ermee wegkomt. Alle vormen en stijlen die ze gelezen en gezien heeft, gebruikt ze vrolijk door elkaar. Het is niet anders en spijtig voor het nijdige literaire circuit: dit boek is het waard om aanbevolen te worden.

Toegegeven, het is wel een beetje ontmoedigend dat wanneer je aan een boek begint de referenties je direct om de oren buitelen. Anekdotes worden aangehaald zonder dat ze worden naverteld en op bijna elke pagina staan bronvermeldingen en verwijzingen naar wetenschappelijke werken, literatuur of internetsites, soms bestaat de bron echt, vaak ook niet. Special Topics in Calamity Physics past gemakkelijk bij de moderne Amerikaanse literatuur van de wat jongere schrijvers als Jonathan Franzen, Dave Eggers, Benjamin Kunkel en Jonathan Safran Foer: schrijvers die zich door hun voorgangers niet laten kisten maar dankbaar, speels en met een zekere lichtheid gebruik maken van oude stijlen en tradities.

In de proloog vertelt tiener Blue van Meer dat dit een autobiografisch werk wordt over wat haar de laatste jaren is overkomen. Dat heeft iets te maken met de zelfmoord van een lerares, die misschien wel helemaal geen zelfmoord was, zo doet Blue’s relaas vermoeden. Zonder dat ze het expliciet zegt, spreekt ze met de lezer af: dit wordt een spannend moordmysterie. Ze besluit om haar relaas te structureren met behulp van een leeslijst: elk hoofdstuk heeft iets te maken met het thema van een literair werk.

Haar vader, Gareth van Meer, is een excentrieke linkse professor die samen met Blue langs Amerikaanse B-universiteiten reist. Moeder is verongelukt en Blue wordt door haar vader behandeld als een genie en continu volgestampt en geïndoctrineerd met kennis die een normaal mens pas jaren later bereikt. In dit exposé is al sprake van echte dramatische ironie: zonder dat zij het nog weet, en hoewel zij de verteller is, beginnen wij als lezers te ontdekken dat die vader een vreselijke vent is. Zijn continue afzeiken van alles wat populair en modern is, en waar jongeren van Blue’s leeftijd van houden, vormt geen lichamelijke maar wel een geestelijke aanranding van de Lolita met wie hij poëzie reciterend door de Verenigde Staten toert.

De spannende plot speelt zich af in Blue’s laatste schooljaar, waarin ze op één plek blijft wonen, en waarin volwassenwording zal plaatsvinden als ze toetreedt tot een clubje excentriekelingen rond lerares Hannah Schneider, een verschijning als de femme fatale uit een film noir (jaloerse bloggers verwijten Pessl dat ze Donna Tartt na-aapt). Maar behalve het moordverhaal dat dan op gang komt, is het boek veel meer en een van de belangrijkste thema’s is: hoe verhoudt een mens zich tot de kennis die hij opdoet op school, uit boeken en van films. Wat doe je ermee?

Pessl schrijft vrolijke zinnen als: ‘I suppose it was just one of those December Dog Day Afternoons, when Love and its wired cousins – Lust, Crush, Eat Up, Have It Bad (all of whom suffered from ADHD or Hyperkinetic Syndrome) were on the loose and in heat, terrorizing the neighbourhood.’ Je voelt dat ze lekker op dreef is als een karakter wordt getypeerd met de bijzin: ‘whose perfume hung in the air like a battered piñata’. Maar telkens maakt ze daarna verbinding met de meer duistere kanten die in de ziel en dus ook in de cultuur huizen.

Zou er met ironie toch iets bijzonders aan de hand zijn? Iets wat misschien al met het versuffen in de zorgeloze jaren negentig zijn intrede deed? Het lijkt wel of er een vorm van ironie is die een beetje misplaatst is geworden: de meer mannelijke vorm van ironie waarin de buitenwereld altijd het slachtoffer is en de protagonist, soms een beetje stiekem, toch een stoere vent. Noem het spierballenironie. Een andere vorm lijkt juist welig te tieren, behalve in boeken ook in columns en op weblogs, en dat is de ironie geschreven door vrouwen. Die vorm heeft meer met de binnenwereld dan met de buitenwereld te maken, en meer met zelfrelativering en zelfspot. Als dit, grove, onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke ironie bestaat, dan komen de twee samen in dit boek: Gareth van Meer maakt alles belachelijk en gebruikt daarvoor vaak ironie. Zijn dochter Blue relativeert niet alleen de buitenwereld maar ook haar eigen gedachten, dat doet ze met serieuze verwijzingen tot referenties aan de Bouquetreeks. Met zelfspot in ieder geval. Over de plot kan niks gezegd worden, maar wat van het begin overduidelijk is: de spierballenironie van de vader verliest.

Verschijnt 30 september als Calamiteitenleer voor gevorderden bij Anthos