De spoken van soeharto

VOLGENS JAVAANSE traditie bestaat er geen toeval. In de ochtend van zaterdag 27 juli ontruimden vechtersbazen en oproerpolitie het hoofdkwartier van de Partai Demokrasi Indonesia in Jakarta, dat door aanhangers van Megawati Soekarnoputri bezet was. Er braken heftige rellen uit. Boven de statige wijk Menteng vormden zich rookwolken. NRC-correspondent Dirk Vlasblom zag de rook opstijgen vanuit het raam van het ziekenhuis waar zijn vrouw zojuist van hun dochtertje Mieke Megawati was bevallen. Toen hij merkte dat zijn vrouw in slaap was gevallen, verliet hij het ziekenhuis en dwaalde hij tot na middernacht door de hoofdstad. In twintig jaar was er niet meer zo'n groot oproer geweest.

IN EEN UTRECHTSE nieuwbouwwijk zit Vlasblom (44) in zijn flat op de bank. In de keuken staat nog een verhuisdoos. De voormalig correspondent in Jakarta ziet er mager en bleek uit. De overgang van een tropisch naar een gematigd klimaat bezorgt hem lichamelijke ongemakken. Hij heeft het gedwongen vertrek uit Indonesië, na zeseneenhalf jaar, nog niet verwerkt: ‘Ik heb het idee dat mijn hoofd en mijn ziel nog niet helemaal gearriveerd zijn.’
De stukken die Vlasblom voor NRC Handelsblad schreef, werden de voorbije jaren ook op de Indonesische ambassade in Scheveningen gelezen. Niet altijd met instemming. Dus werd Vlasblom af en toe bij de directeur Journalistieke Zaken van het Indonesische ministerie van Informatie geroepen. Vlasblom: 'Ik kreeg dan thee met wat lekkers erbij. We spraken over koetjes en kalfjes. Allemaal uiterst hoffelijk. Na een kwartiertje kwamen we dan, op mijn initiatief, ter zake. De directeur had vertaalde artikelen op zijn bureau liggen, waarvan sommige passages waren aangestreept. “Moet dat nou zo?” “Welke feiten kloppen er dan niet?” “Het gaat niet om de feiten. Het gaat om gevoeligheden, om formuleringen.” Maar ieder jaar werden mijn verblijfs- en mijn werkvergunning probleemloos verlengd.’
Het laatste jaar had Vlasblom geen 'signalen’ meer gehad van het departement. Vorig jaar zomer was een nieuwe directeur Journalistieke Zaken aangetreden. Vlasblom: 'Medio april liep mijn vergunning af. Na drie weken belde ik eens op. Toen kreeg ik te horen dat het departement een verzoek aan de hoofdredactie in Rotterdam zou richten om mij te vervangen. Ik had de termijn van vier jaar overschreden. Een termijn die ik noch een van de andere correspondenten kende. Maar misschien bestaat die regel wel en wordt hij alleen gebruikt als men iemand kwijt wil.’
Waarnemend hoofdredacteur Van der Vaart schreef een 'beleefde, maar gedecideerde brief’ terug, waarin het verzoek werd afgewezen. Opnieuw werd verzocht de vergunning van Vlasblom met nog een jaar te verlengen. De correspondent stelde zelf de Nederlandse ambassade op de hoogte van het probleem, waarop ambassadeur Paul Brouwer aan de directeur-generaal van Informatie een 'diplomatieke, maar krasse’ brief schreef.
Om een lang verhaal kort te maken: Vlasblom moest eruit. De argumentatie werd erbij gezocht. Toen uiteindelijk ambassadeur Kadarisman en zijn hoofd Politieke Zaken Sihombing in Den Haag op het matje van Binnenlandse Zaken werden geroepen, werd hun een aantal gesloten vragen voorgelegd. Vlasblom: 'Met andere woorden, de ambassadeur werd geen uitweg gelaten om zonder gezichtsverlies op mijn zaak terug te komen.’ Op 5 augustus hoorde de correspondent dat zijn werkvergunning definitief niet zou worden verlengd. Een maand later stapte het gezin Vlasblom op het vliegtuig. 'Noch de krant, noch ik had behoefte aan een rel. Mijn schoonfamilie is Indonesisch, ik wil geen persona non grata worden en de krant wil de post Jakarta niet kwijt. Ik koester geen wrok, de krant heeft me goed behandeld.’ Per 1 oktober is Vlasblom in vaste dienst gekomen als redacteur.
WAAROM ZOU HET Indonesische regime problemen hebben met hem onwelgevallige verslagen in een krant in een ver buitenland?
'Zeker weet ik het niet, maar mijn speculatie is dat er in Nederland veel mensen wonen met een Indonesische achtergrond die familie en vrienden in dat land hebben. Via hen drong mijn berichtgeving dus door. Ik ben er door bekenden in Jakarta ook wel eens over aangesproken. Bovendien is de krant in Indonesië te koop, zij het voor veel geld. Nee, het weglakken van journalistieke verhalen gebeurt niet meer. Maar buitenlandse bladen worden nog wel gescreend. Als een blad te laat werd bezorgd, kon je er donder op zeggen dat er een kritisch verhaal in stond.’
Denkt u dat u ooit nog kans maakt om weer in Indonesië aan de slag te kunnen?
'Ik weet het niet. Via een bron die ik geheim moet houden, heb ik begrepen dat het besluit niet gebaseerd is op een ambtelijk advies. Dat wil zeggen dat het een politieke beslissing was. Mijn bron meldde me dat ik “vijanden binnen het Indonesische kabinet” heb. Maar ook dat de evaluatie van mijn correspondentschap over een jaar of twee, drie wel eens heel anders kan uitpakken.’
Na de presidentsverkiezingen dus. Is Soeharto dan weg?
'Lijkt me niet. De oude heer gaat nog wel een aantal jaren mee. Als hij wil, wordt hij opnieuw president. En hij wil, want zijn klus zit er nog niet op. Officieel omdat de armoede nog niet uit de samenleving is gebannen. In werkelijkheid omdat hij het zakenimperium van zijn kinderen en kleinkinderen veilig wil stellen. Veel Javanen op het platteland zien Soeharto als de vader van de vooruitgang. Een vooruitgang die er onmiskenbaar is geweest. Het leven in de desa’s is, vergeleken met vroeger, sereen en welvarend. Een van de belangrijke doelstellingen van de Nieuwe Orde, de depolitisering van het platteland, is geslaagd. Maar dynastiek denken, dat doen die dorpsbewoners weer niet.
Soeharto’s populariteit slaat niet automatisch over op zijn kinderen. En binnen het leger groeit de frustratie over de business van de familie.’
Hoe kunnen er ooit echte veranderingen - politieke en sociaal-economische dus - komen zolang het leger alomtegenwoordig is en alles onder controle heeft?
'Er bestaan in Nederland veel voorstellingen van Indonesië, maar ze zijn vaak weinig realistisch. Je hebt het nostalgische, oud-koloniale beeld. Vervolgens het toeristische van de sawa’s tegen de achtergrond van een vulkaan en de Balinese danseresjes. En dan is er het sterk gepolitiseerde beeld van “het generaalsregime”. Alle drie erg eendimensionaal, erg incompleet. De omvang van het leger wordt bijvoorbeeld sterk overdreven. Samen met de politie telt het maximaal 533.000 man, dat is nog niet eens een kwart procent van de beroepsbevolking. Natuurlijk heeft het leger macht. Het heeft het monopolie op geweld en, vanwege de zogeheten dwifungsi, het wettelijk erkend recht om mee te besturen en mee te ondernemen.
Het leger boet echter aan betekenis in. De kinderen van de elite willen vóór alles geld. En dat bereik je niet meer zo snel via een militaire loopbaan, want het legeraandeel in staatsbedrijven slinkt. De kinderen van de generaals willen geen generaal meer worden. De particuliere zakenwereld staat veel meer in aanzien. Maar die wereld is grotendeels, voor zo'n 65 procent, in handen van etnische Chinezen met hun typisch Aziatische conglomeraten.
Maar de belangrijkste macht is nog steeds de civiele bureaucratie. Die is alomtegenwoordig en heeft een grote greep op het land. Indonesië is een sterk verstatelijkte samenleving. Die machtige bureaucratie, waarin in afnemende mate gepensioneerde militairen een rol spelen, heeft ook een naam: Golkar, de regeringspartij die de touwtjes in handen heeft.’
OPNIEUW DE VRAAG: waar moeten de echte veranderingen vandaan komen?
'Die moeten uit de samenleving komen, met steun van het leger. In de eerste plaats dus, vanwege de depolitisering van het platteland, uit de steden. De meerderheid van de stedelingen bestaat uit fabrieksarbeiders, hele kleine ambtenaartjes en vooral minuscule ondernemertjes, scharrelaars. De tokohouder, de taxichauffeur, de riksjarijder. In de stad zijn ook de fysieke gevolgen van de nog steeds groeiende kloof tussen arm en rijk het duidelijkst zichtbaar. De armen worden weliswaar iets minder arm, maar de rijken worden veel sneller nog rijker. Dat is te zien aan de huizen, de Mercedessen. Anders dan op het platteland wordt er in de stad dan ook heel wat gemopperd. Als je bijvoorbeeld in een kleine warung een hapje gaat eten en er is een zekere mate van vertrouwelijkheid, dan hoor je openhartige, kritische gesprekken. Men is redelijk goed op de hoogte van allerlei toestanden. De meest gevoelige zaken lopen via het geruchtencircuit. Die kun je dus niet op het eerste gehoor vertrouwen, maar ze kunnen je wel op ideeën brengen.
Aan de ontevredenheid van de kleine stedeling heeft Megawati stem gegeven. Bovendien heeft ze allerlei aanvallen en pesterijen van de machthebbers steeds trefzeker weten te pareren. Dat heeft haar populariteit vergroot.
In de drie jaar dat Megawati Soekarnoputri leidster van de PDI was, heeft zij zich ontwikkeld tot voorvrouw van de stedelijke onderkant, van de wong cilik, de kleine mensen. Met groeiende steun onder de stedelijke intelligentsia.’
ZE MAG DAN steeds populairder worden, maar ze heeft nauwelijks macht. Regering en parlement zijn nog steeds stevig in handen van de Golkar. Waarom heeft Soeharto zich zo verbeten getoond in het bestrijden van Megawati?
'Vanwege de combinatie van de naam Soekarno en haar stijgende populariteit. Maar vooral vanwege de naam. Daar zijn de machthebbers bang voor. In de Indonesische politieke cultuur zitten veel irrationele elementen. Vergeet niet dat het Soeharto, toen hij de feitelijke macht al had, drie jaar heeft gekost om Soekarno op te volgen. En hij heeft hem nooit voor de rechter durven slepen, wat hij wel had gekund. De eerste president van de republiek is nog steeds heel populair.
Daarbij komt het geloof in de wahyu. Dat is zoiets als de kracht van goddelijke herkomst, die leiders in staat stelt te regeren. Dat verklaart ook waarom Soeharto nooit in een paleis of woning van zijn voorganger heeft willen wonen; daar waart de wahyu van Soekarno nog rond. En nu, in de persoon van diens dochter Megawati, staat het spook van zijn rivaal weer op.’
En de felheid waarmee Muchtar Pakpahan, de voorzitter van de onafhankelijke maar vooral onaanzienlijke vakbond SBSI, wordt aangepakt? Waaruit verklaar je die?
'Dat is het andere spook, het spook van het communisme. Kijk, de oude baas wil door zijn entourage niet overtroefd worden. Daarom is er de afgelopen jaren steeds meer middelmatigheid in Soeharto’s hofhouding gekomen en datzelfde geldt voor de legertop. Niet bepaald de verbeelding aan de macht. Wat die middelmatigen wel weten, is dat de vader van Pakpahan - Johan Pakpahan - in de jaren zestig heel actief is geweest in de boerenbond BTI. Dat was een typisch communistische mantelorganisatie. Niet dat Johan communist was, hij was een protestants-christelijke Batak. Maar voor de legertop belichaamt de zoon de wederopstanding van het communisme.’
Het regime heeft, door Megawati aan te pakken, zelf bijgedragen aan haar populariteit. Kan de vervolging van Pakpahan er ook toe leiden dat die kleine SBSI nog eens wat gaat voorstellen?
'Ik denk het niet. De SBSI bestaat uit een paar progressieve intellectuelen die iets goeds willen doen voor de kleine man, en uit ontevreden ex-kaderleden van de officiële vakcentrale SPSI. De SBSI is in wezen niet veel meer dan een actiegroep. Het formaat van de mensen naast Pakpahan is niet zo groot. Zolang Pakpahan in de bak zit, komt er steeds meer de klad in zijn organisatie. En Pakpahan is een christen, terwijl de overgrote meerderheid van de Indonesiërs islamiet is. Een christen is een makkelijke prooi voor het regime. Wat ik me wel kan voorstellen is dat er in de schoot van de officieel gewaarmerkte SPSI een echte vakbondsoppositie opstaat.’
ER IS NOG EEN groepering die door de machthebbers wordt aangemerkt als communistisch, namelijk de onofficiële Democratische Volkspartij (PRD) van voormalig economiestudent Budiman Sudjatmiko. Wat is daarvan waar?
'De PRD is een tamelijk nieuw verschijnsel. Eerst was het een vereniging, Persatuan, die pas eind juni werd omgezet in Partai. Toen medio juni duidelijk werd dat Megawati tijdens een schijncongres van de PDI in Medan op aanstichten van het regime als partijvoorzitster zou worden afgezet, begon het te gisten in de PDI-achterban. Niet alleen in Jakarta maar ook in andere grote steden kwam het tot grote demonstraties met duizenden deelnemers. Na de afzetting van Megawati leidden die demonstraties tot een handgemeen met de politie in Jakarta. De militaire commandant van de hoofdstad heeft vervolgens protesten op straat verboden. In ruil daarvoor mocht er worden geprotesteerd in het partijbureau van de PDI. Daar werd een “vrij podium” opgericht à la de Speaker’s Corner in Hydepark. En daar liet de PRD van zich horen met felle redevoeringen over en weer.
De PRD wordt nu dus mede de schuld in de schoenen geschoven van de rellen van 27 juli. De partij zou communistisch zijn. Maar de PRD wordt gevormd door linkse student-activisten en ex-studenten wier programma terug te voeren is op de denkbeelden van Tan Malaka, een libertair-socialistisch leider uit de jaren veertig. De PRD is zeker geen revival van de communistische partij PKI.’
Megawati afgezet, Pakpahan en Sudjatmiko in de cel, alles onder controle - blijft Soeharto na de verkiezingen van 1998 gewoon president?
'Dat verwacht ik wel. Maar Soeharto heeft niet het eeuwige leven. Ik acht het onwaarschijnlijk dat hij zijn volgende periode van vijf jaar zal volmaken. En omdat zijn terugtreden het draaipunt is en blijft bij de toekomstige veranderingen in Indonesië, is vraag nummer een in dat verband wie er straks vice-president gaat worden. Want als Soeharto invloed wil hebben op zijn opvolging, zal hij zijn tweede man in 1998 zelf willen aanwijzen.’