De sportcarrousel

De Europese voetbalkampioenschappen, de Tour de France, de Olympische Spelen - het kan niet op deze zomer met sport op tv. Zelfs Mart Smeets vind het af en toe bizar: ‘Om half twee in de nacht paardesport zitten kijken, dan ben je gek.’ Gesprek met een slaaf van zijn vak, maar… ‘een gelukkige slaaf’.
MART SMEETS: ‘Wat brengt een mens ertoe om een oranje vlaggetje buiten op zijn auto te steken? Omdat dat bij Blokker voor f2,95 wordt aangeboden? Dat is toch bezopen. Natuurlijk heb ik ook een Oranjegevoel, maar ik ga er niet mee te koop lopen. Mensen die dat wel doen, vind ik stuitend dom en vervelend.’

We lunchen op de dag na de interland Nederland-Engeland in een NOS-kantine. Om ons heen: honderden oranje slingers en ballonnen. Oranje heeft de avond tevoren een ongenadig pak voor de broek gehad. Het is overal het gesprek van de dag, maar Smeets heeft niet gekeken. ‘Ik moest een stukkie schrijven.’ Zoals hij eerder Nederland-Zwitserland miste omdat zijn dochter die avond een diploma kreeg uitgereikt. Ook de kwartfinale tegen Frankrijk zal hij niet live zien. 'Dan ben ik bezig met andere, veel interessantere sporten. Volleybal, wielrennen - kijk eens wat daar gebeurt. Daar wordt aan sport gedaan. Na een dagje rondlopen bij de trainingen van het volleybalteam vergeet je dit idiote gedoe rond het Nederlands elftal.’
Hij is korzelig komen binnenwandelen. Loopt met dat grote lijf bij de afhaalbuffetten zijn collega’s herhaaldelijk van de sokken, en als bij het afrekenen zijn verfomfaaide NOS-pasje met foto te voorschijn wordt gehaald, zegt hij: 'Kijk, zo zie je eruit als je hier wat langer werkt.’
Hij begon bij Studio Sport halverwege de jaren zeventig, op een moment dat het programma drie uitzendingen in de week had. Nu, zegt hij, hebben we er 28. 'Acht-en- twin-tig! Sportjournalistiek is een grote kolkende golf geworden, het hele jaar door, maar op dit soort dagen bereikt die wel zijn hoogtepunt. Iedereen loopt hier op zijn tandvlees. En toch is dit misschien wel de leukste maand van m'n leven. Om de dag ben ik met Olympische sporters in de weer, zo nu en dan zie ik nog een heerlijke voetbalwedstrijd. Nou, wat wil een mens nog meer?’
EEN KRANTEFOTO van een paar maanden geleden toonde een heel wat somberder beeld: de redactie van Studio Sport aangeslagen bijeen, nadat KNVB-voorzitter Jos Staatsen bekend had gemaakt dat de rechten van het Nederlandse competitievoetbal waren ondergebracht bij het nieuwe, concurrerende tv-kanaal Sport 7. Smeets: 'Dat beeld klopt, maar het kreeg wel ontzettend veel lading mee door de woorden van Van der Louw en Kees Jansma. Zij waren namens de NOS direct bij de onderhandelingen betrokken. Wij, de andere redacteuren, werden door hen eens in de week bijgepraat, en uit die gesprekken kwam een redelijk positief beeld. We dachten: nou, dat zit wel goed. Jansma en Van der Louw waren vervolgens buitengewoon aangeslagen, maar ik wil altijd direct relativeren. Wedstrijd gespeeld en verloren. Vervelend, maar dan moet je maar beter je best doen.’
Nederland was toen in rep en roer. Zelfs premier Kok toonde zich geschokt dat het Nederlandse voetbal de publieke omroep was ontvallen. Bent u niet teleurgesteld dat er zo weinig concrete actie was?
'Nee, want het is niet interessant. Wij gaan ook na 18 augustus, de dag dat Sport 7 begint, gewoon door met het maken van sportprogramma’s. Alleen zullen we het voetbal wat later brengen dan mensen de afgelopen veertig jaar van ons gewend waren. Verder verandert er in wezen niks. Goed, ik hoop natuurlijk wel dat de kijker het verschil hoort tussen Theo Reitsma en - wie gaat dat doen? - Andy Houtkamp. Als je dat niet hoort, ben je op z'n minst gek. Want wat ze daar bij Sport 7 hebben aan personeel, kan nog niet eens Reitsma’s veters strikken.’
Bent u benaderd door Sport 7?
'Nee. Verder zo ongeveer iedereen bij de Studio-Sportredactie, maar ik niet. Ze zullen mij ook nooit vragen. Ik ben natuurlijk niet de leukste mens om binnen te halen. Bovendien: ik hoor bij dit kluppie, ik vertoon hier al twintig jaar mijn kunstjes. Sport 7 gaat het doen met nieuwe, jonge, veulenachtige wezens. Als ik op hun stoel zat, zou ik zeggen: ik wil ook een vent hebben die journalistiek in orde is, die weet wat televisie is, en de lijnen kan uitzetten. Een Reitsma. Ja, ik zou het ook kunnen, maar ik wil het nog niet. Ik wil nog zo graag dat filmpie maken van die dames-volleyballers. Ik denk niet dat Sport 7 zoiets snel zal doen. Want dat levert aan inkomsten namelijk geen fuck op. Dat kost alleen maar geld.’
DE MAN DIE de deal tussen KNVB en Sport 7 in belangrijke mate bekokstoofde, was KNVB-voorzitter Jos Staatsen, door Smeets in een recent interview betiteld als 'een ramp voor de sport’. Nu zegt hij: 'Toen het boboisme in de sportbonden zijn hoogtijdagen beleefde, werd er geroepen om echte managers. Maar dat slaat vervolgens door. Staatsen is geen manager maar een uitbener. Hij saneert tot op het bot. Ik denk dat je met zo'n instelling niet in de sport past. Sport is niet saneren, sport is juist opbouwen.’
Vooral het feit dat Staatsen als bondsbestuurder controle wilde uitoefenen over de uit te zenden beelden, zit hem dwars. 'Uit wat voor geest komt zoiets? Uit een naieve geest die denkt dat de wereld zo in elkaar zit? Je kunt nooit macht uitoefenen door sport op te leggen aan het volk.’
Is er nog wel journalistiek onafhankelijk te opereren, nu de commercie oprukt en een gebrouilleerde relatie tussen pers en topsporters de kijkcijfers laat kelderen?
Smeets: 'Wij hebben de voetbalspelers tot in het extreme gevolgd en ze met sportjournaals en interviews belangrijk gemaakt. Daardoor kunnen ze nu zo'n grote bek opzetten. Wij hebben het zelf gedaan. Waarom? Om ze te vriend te houden? Nee, gewoon om ze te volgen. Maar er speelde de afgelopen jaren wel een element mee van: laten we ze nou maar gunstig stemmen, want wie weet. Dat zijn trouwens zaken die bij ons nooit echt helemaal uitgesproken worden, hoor. Zeker niet in redactievergaderingen.
Kijk, vroeger mochten wij als redactie nooit wat - een reclamebord te lang in beeld betekende twintigduizend gulden boete. Nu wordt je geacht om het juist wel te doen. Maar ik geloof niet dat er informatie achtergehouden wordt, niet bij de NOS. Je onafhankelijkheid is de grootste kurk waarop je drijft. Maar in de televisiewereld van nu is het onmogelijk om honderd procent onafhankelijk te zijn. Er zijn momenten dat je moet samenwerken. Ik denk dat het geen geheim meer is dat ABN-Amro het Rotterdamse tennistoernooi in mooie co-produktie met de NOS op het scherm brengt. Hoe dat wordt geregeld, weet ik niet, daar ben ik niet bij. Maar ik merk dat ik zes jaar geleden de kijkers meedeelde dat we naar het Ahoy- toernooi in Rotterdam gingen, en nu moet ik zeggen dat we naar het ABN-Amrotoernooi overschakelen. Dat wordt je wel duidelijk gemaakt in de redactievergadering.’
Stemt dat u treurig?
'Als ik dat zou zeggen, ben ik zo'n kuis heidsridder. Het is onvermijdelijk. Je kunt niet meer zonder. De penningmeester heeft een zak geld en die kan maar een keer worden uitgegeven. Om mee te draaien in het hele grote circuit, zul je concessies moeten doen. Onze bazen doen dat zonder inspraak van de redactie. Dat laatste stoort me weleens.’
Hij pulkt wat restanten haring tussen zijn tanden vandaan. 'Ach, laat mij nou maar gewoon mijn Tour de France doen en mijn filmpjes maken. En soms heb ik wel het vermoeden dat het filmpie niet helemaal door de NOS wordt betaald, maar door een ander. So be it. Koffie?’
KOMENDE ZATERDAG begint hij aan zijn zoveelste Tour, direct gevolgd door de Olympische Spelen. Het bezorgt hem, zegt hij, een 'tintelend gevoel van avontuur’. Over de kwaliteit van zijn verslaggeving maakt hij zich geen zorgen, wel over hoe hij zichzelf over anderhalve maand op Schiphol zal terugvinden. 'Ik heb nu twee vervelende operaties achter de rug - nee, geen kanker. Ik voel dat wel. Ik ben bijna vijftig, en gedraag me nog als een jonge hond.’
En het werk wordt ook zwaarder: 'De Nederlandse tv-wereld heeft pas recent ingezien dat sport relatief goedkoop is. Goedkoper bijvoorbeeld dan het maken van drama. Zo'n Tour de France, daar hoef je niet veel aan te doen. Je zet die Nelissen en die Smeets op tijd achter een microfoon, en je zorgt dat in Hilversum een van onze jongelingen ’s ochtends vroeg voor de buis “Goedemorgen” zegt. Dan pruttelt het vervolgens de hele dag wel door. In Frankrijk zijn ze begonnen met die idiote, acht uur durende Tour-verslagen. En nu doen alle landen dat, omdat de omroepbazen bang zijn dat de kijkers anders op een buurland afstemmen. Verschrikkelijk, het is de grootste ramp die wij televisiekijkers aandoen. Je moet je voorstellen: zitten er dertig volwassen sportverslaggevers om half tien ’s ochtends aan een klein dorpsplein, op drie kilometer afstand van het peloton. Daar is nog geen mens, geen koffie, niks. Ja, een kastje waar al die kerels in kijken, en dan moeten we zeggen: kijk dat peloton daar nou eens rustig rijden. Ja godverdomme, vind je het gek als ze nog acht uur berg op moeten knoerten?’
Of die keer dat hij zichzelf om half twee ’s nachts paardespringen zag aankondigen. Hij speelde met de gedachte de kijker eens vermanend toe te spreken: 'Wie gaat er nu om half twee ’s nachts naar knollen zitten kijken! Dan ben je gek. Dat moet je niet doen.’ Maar hij hield zich in. 'Ja, ik ben een slaaf van dit vak, weliswaar een gelukkige slaaf, maar het is wel zo. Iemand moet het doen. Een ander mooi voorbeeld: bij de Champions League-finale Ajax-Juventus zat ik heel keurig op Nederland 3 het Sportjournaal aan te kondigen. Keurige das, geschminkt. Dan weet je dus dat je voor niemand zit te praten.’
Hoe bizar de overdosis sport op tv deze zomer ook is, er klinkt amper protest. Is sport inderdaad geaccepteerd als de nieuwe religie? Hij kijkt vermoeid voor zich uit. 'Het is in ieder geval bon ton om sport te omarmen. Dat is begonnen bij voetbal toen duidelijk werd dat niet alleen jan met de pet op de tribune zat, maar dat er ook nog dichters, schrijvers, kunstenaars en cabaretiers zich onder het voetbalvolk gingen mengen. En daar vervolgens over schreven ook. Nou, in andere sportculturen wordt dat al decennia gedaan. In Angelsaksische landen is sport algemeen geaccepteerd als mooi onderwerp voor lectuur, maar zeker ook literatuur.’
Was er een specifiek moment van omslag in de waardering voor sport?
'Het WK-voetbal van 1974 was een eerste doorbraak. Dat was voor het eerst dat “we” - plaats het duidelijk tussen aanhalingstekens! - dat “we” meespeelden. Toen keken er al miljoenen. Maar ik vermoed dat vooral de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles belangrijk zijn geweest. Tijdens die McDonald’s-games, zoals ze later smalend werden genoemd, is sport opengesteld voor commercie. Daarna zijn veel televisie-organisaties benaderd door het bedrijfsleven om joint ventures aan te gaan of langere programma’s te maken van evene menten of toernooien. In Nederland is ook het EK van 1988 belangrijk geweest. Twee namen staan daarin centraal: Kees Jansma en Rinus Michels. Zij hebben de nababbel gestalte gegeven - dat was echt Vader & Zoon. Dat is de basis geweest voor alle nabeschouwingen, niet alleen bij voetbal maar ook bij andere sporten. Daar varen we op het ogenblik eigenlijk op door - zij het met een hele, hele grote kurk die voetbal heet.
Twee miljoen mensen kijken naar Turkije tegen Kroatie - en een slechte wedstrijd, dat houd je niet voor mogelijk! Er zijn in dit pand documentairemakers die een half jaar werken aan iets prachtigs - cultureel of zwaar politiek geladen. Die trekken deze dagen vijftig-, misschien tachtigduizend kijkers. Er wordt weleens meesmuilend gezegd: die NOS, dat is alleen nog maar voetbal. Kun je roepen: daar ben ik het niet mee eens. Maar als je eens voorzichtig de kijkcijfers erbij pakt, jezusmina, dat is schrikbarend, echt schrikbarend.’
Hij maakt zelf soms ook de andere kant van de medaille mee. Anderhalve week voor het interview zag ik hem in boekhan del De Vries te Haarlem zijn nieuwste, negende boek, Overleven, signeren. Op hetzelfde moment werd in Londen het EK- voetbal geopend. Bij Smeets’ tafeltje kwamen in een half uur misschien zes, zeven mensen langs. Was hij niet teleurgesteld over die lage opkomst?
'Nee, dat is precies wat ik wil: mijn reele plaats. Hoewel de vergelijking niet helemaal opgaat. Afgelopen zaterdag was ik in Eindhoven, ook met voetbal op tv. Honderden mensen, een groot circus. Waanzinnig, al weet ik ook wel weer waarom het is: vaderdag. Ik heb wel 298 keer “Voor de liefste vader van de wereld” moeten opschrijven.’
Waarom kopen tienduizenden mensen een boek waarin een man beschrijft hoe hij worstelt met z'n urinestraal?
'Weet ik niet. Het is ook maar een probeersel. Dat ze al die verhaaltjes over Greg Lemond en Michael Jordan lazen, dat weet ik nu wel. Nu moet ik voortdurend horen dat ik te eerlijk ben, me te kwetsbaar opstel. Maar ik denk dat kwetsbaarheid heel goed is, zeker in mijn vak. Ik zit al in een glazen kastje, letterlijk en figuurlijk. Als ik schrijf, moet het waar gebeurd zijn. Fictie kan ik niet maken, dat zullen mensen nooit accepteren. Hij bedenkt maar wat, zullen ze zeggen. Wat doet-ie dan zondagavond, bedenkt-ie dan ook maar wat?
Ik wil met mijn boeken duidelijk maken dat het leven alleen maar het omzeilen van klippen is. Triest? Nee, er zit nog wel een accolade achter: een heleboel mensen denken dat mijn leven een prachtig mooi, rijk, glitterbestaan is. Dat wil ik juist ontkennen in dit boek. Glitter bestaat niet als je hard werkt.’
Toch zal, schat ik, tachtig procent van de lezers na de laatste pagina acuut sportverslaggever willen worden.
'Ja, de romantiek druipt er wel vanaf. Dat is de essentie van mijn werk en daarom doe ik het ook zo graag. Anders was ik wel ergens pr-functionaris geworden bij een verzekeringsmaatschappij. Als je tegen de vijftig loopt moet je dat toch zo langzamerhand worden?’
U KLAAGT WELEENS: 'Overal beginnen ze over sport als ik ergens binnenkom.’ Maar op een muziekprogramma voor de Vara na, doet u ook weinig anders.
'Ik zit in die sportcarrousel, en die carrousel draait vrij hard. Om daar uit te raken… Maar ik voel me daar ook lekker bij.’
Hij vertelt over de tijd dat een aantal Studio-Sportredacteuren bij de presentatie van Nova betrokken was. 'Er werd daar heel badinerend over ons gesproken: ach, het zijn maar sportjournalisten. Onzin. Sport gaat niet alleen maar over monomane, records-nastrevende mensen die gek doen. Het is een heel normale bezigheid, waar al het menselijk leed in versterkte mate zichtbaar is. Neem Edgar Davids, die uit de selectie van Oranje werd gezet: recht uit het leven gegrepen. Maar Nova mocht volgens de mensen die de touwtjes in handen hebben niet te gewoon worden. Het moest iets verhevens hebben, dat programma. Het was niet prettig om het te maken. Daar is een aantal sportjournalisten erg beschadigd uitgekomen.’
Hoewel ze hem ter redactie al 'opa’ noemen, wil hij doorgaan in de sport. Een denkbeeldig hoogleraarschap sportjournalistiek, zou hij dat ooit accepteren? 'De Stuiveling van de sport…’ Hij barst uit in homerisch gelach. 'Nee joh, ik heb niks meer of minder dan andere collega’s, ik zit er alleen wat langer in. Dat mensen mij op straat herkennen heeft ook niks te maken met kwaliteit. Als je lang genoeg op de buis bent geweest, ga je deel uitmaken van het meubilair bij mensen thuis. Er zijn zoveel mensen die tegen me zeggen: ik ken jou. Nee, moet ik dan weer zeggen: je herkent mij. En dat alleen maar omdat ik veel met m'n harses op de buis kom. Dat is geen verdienste. En beschuldig me nou niet van valse bescheidenheid - dit is de waarheid.’