Buitenland

De sprint van Macron

President Macron wil geen ‘slaapwandelaar’ zijn. Dat was volgens de pers de boodschap van de toespraak die hij vorige week hield in het Europees Parlement. Hij zou met het woord slaapwandelaar verwezen hebben naar The Sleepwalkers, een bestseller uit 2012. Daarin heeft Christopher Clark het bekende verhaal van de aanloop naar de Grote Oorlog nog eens mooi opgeschreven. Maar zijn hit-status dankt dit boek vooral aan de tot de verbeelding sprekende metafoor uit de titel: hoe de Europese leiders al slaapwandelend de afgrond tegemoet gingen. Het lijkt vandaag wel.

Toch is het de vraag of Macron naar het boek van Clark verwees. Dat de Hollandse en Brusselse intelligentsia elke Angelsaksische boekenhype slaafs volgt, zegt veel, maar niet over de leeslijst van het Elysée. Sterker, de Franse president die een Europa-rede louter opbouwt rond een boek van een Australische historicus moet nog geboren worden.

Waarschijnlijker is dat Macron de inspiratie voor zijn rede uit eigen land haalde. In 1999 schreef de filosoof Régis Debray (1940) – een illustere held uit links Frankrijk – al over l’Europe somnambule, ‘het slaapwandelende Europa’. En zoals een Franse intellectueel betaamt, ging Debray daarbij op zoek naar de waarheid achter de historische reconstructie van gebeurtenissen. In 2006, tijdens de nasleep van het Franse ‘nee’ tegen het Europese grondwettelijke verdrag, hernam het maandblad Le Monde diplomatique de diagnose van Debray.

‘Le Diplo’ bracht het ‘non’ in verband met de rellen in de voorsteden en de agressieve demonstraties van jongeren tegen versoepeling van het ontslagrecht, die het nieuws toen beheersten. De analyse: het ging hier om ‘Occident contre Occident’, een strijd van een Europees ‘Westen’ tegen een ‘Westen’ van hyperliberalisme. De conclusie van ‘le Diplo’ was alarmerend: de EU legitimeerde een fatale uitverkoop van de ‘humanistische beschaving’, terwijl ze deze juist zou moeten verdedigen.

Hier werd Debray van stal gehaald: het ‘Brusselse’ Europa was gevaarlijk aan het slaapwandelen. De mensen voelden dat. Zij werden er bang van, vooral omdat de liberaliseringen zo ahistorisch tekeergingen, en zich op microniveau ontpopten als onvrijheid en vervreemding. Of, in de woorden van Debray: de ‘hele keten der memorie’ – het onderwijs, de letteren, de kunsten – was hierdoor reeds uiteengereten. Datzelfde jaar probeerde François Hollande de précarité (onzekerheid, kwetsbaarheid) tot het thema te maken van de presidentsverkiezingen. Zijn PS zou die verliezen.

De EU zal de race naar de waarheid niet winnen

Tien jaar later golfde een onderstroom, die al jarenlang aan het aanzwellen was, gulzig en verslindend over de Amerikaanse en Europese politiek. Massa’s en elites begonnen voor die aanrollende golf uit te rennen, vluchtend en feestend tegelijk. Het was de nazomer van 2016. De Britten hadden voor Brexit gestemd. Trump voerde nog volop campagne. De retoriek van de stoethaspel veroverde het publieke debat. Wat zo ontstond was een spontaan georganiseerde ‘race naar de waarheid’.

Die race is nog in volle gang. Voor de traditionele politiek is het een uitputtingsslag. Veel ballast moet afgeworpen worden, hooggestemde idealen gaan eraan: te energievretend. De finish ligt voorbij de façades van de instituties van het naoorlogse Westen, hoeders van de globalisering en de mensenrechten. Wat zullen we daar vinden? Leegte of toch oud en nieuw idealisme?

Toen de race in 2016 echt begon, werd Trump van de Europese voorpagina’s verdrongen door Angela Merkel en Viktor Orbán. ‘Burka versus bloedworst’, zoals de laatste hun botsing in de vluchtelingencrisis omschreef. Orbán richtte zijn pijlen op de politici van de Brusselse elite. Zij zouden de vluchtelingencrisis zien als ‘een snelweg om het op de natiestaat en het christendom steunende Europa te vernietigen’. ‘Nihilisten’, noemde hij ze.

Orbán voorspelde zo vast wat de ‘race naar de waarheid’ aan het licht zou brengen: achter de Brusselse gevels tiert de zielloosheid welig, evenals de decadente zelfbevlekking die daarbij hoort. Dit komt in de buurt van Debrays beeld van het slaapwandelende Europa: een funest totalitarisme van bijzaken, geworteld in een waan van liberalisering en achteloosheid over beschaving.

Slaapwandelend zal de EU de race naar de waarheid niet winnen, door een sprint van Macron alleen evenmin. Al was het alleen maar omdat hij zich omwille van de EU aan flexibilisering van de Franse arbeidsmarkt heeft verplicht. Zonder Europese vrienden die met hem willen mee sprinten kan Macron de achterstand onmogelijk inlopen voor de finish daar is.