Plato

De staat als ziel

Plato, Het bestel Verzameld werk deel 9.

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf Uitg. Bert Bakker, 456 blz., ƒ 65,-

Het gaat niet goed met u. U drinkt, rookt en eet te veel. U denkt de hele tijd aan seks. U staat rood. Hoewel het uw stellige voornemen was alleen nog maar heel goede boeken te lezen, kunt u het niet laten elke week enkele uren zoek te brengen met het doorbladeren van de weekendbijlagen van Trouw, Volkskrant en NRC. U surft wat op het net, zapt wat voor de buis, leutert wat over het privé-leven van uw dierbaren. Maar wat er uit uw handen komt is allemaal even vluchtig en overbodig. Terwijl u zo graag beroemd en belangrijk zou zijn.

Volgens Plato heet de kwaal waaraan u lijdt onrechtvaardigheid. Om uit te leggen hoe dat zit, heeft hij een boek van vierhonderd bladzijden geschreven, dat onder de weinig aansprekende titel Het bestel vertaald is door Hans Warren en Mario Molegraaf. Opdat u niet slechts gedeelten leest, maar het boek van kaft tot kaft doorneemt, hebben vertalers en uitgever besloten u geen enkel hulpmiddel in de vorm van hoofdstuktitels, tussenkopjes of inhoudsopgave te bieden. Wilt u weten wat Plato u aanraadt, dan zit er niets anders op dan het boek te kopen, in een stoel te gaan zitten en bij het begin te beginnen.

In het Grieks heet het werk Politeia, wat vertaald zou kunnen worden als: «gemeenschap van maatschappelijk actieve burgers» of: «staatsbestel waaraan burgers actief deelnemen». Hoewel de titel een standaardwerk over politieke theorie doet verwachten, gaat het boek over geluk en rechtvaardigheid. Psychologie, pedagogie en sociologie spelen een grotere rol dan staatsrecht. En een niet te verwaarlozen deel is gewijd aan literatuur.

De Politeia is een vreemd boek. Anders dan dialogen als Symposion, Phaidros en Phaidon, die beschouwd kunnen worden als hoogtepunten van de Europese literatuur, rammelt de plot van de Politeia aan alle kanten. De verteller, die Sokrates heet, brengt met enkele vrienden de avond door ten huize van de hoogbejaarde industrieel Kephalos. Als het gesprek op rechtvaardigheid komt, blijkt algauw dat niemand precies weet wat dat inhoudt. De zoon van de gastheer moet toegeven dat het slecht behandelen van je vijanden deze alleen maar slechter maakt, en de beroepsintellectueel Thrasymachos slaagt er niet in aannemelijk te maken dat wie onrechtvaardig is een grotere kans op macht en geluk heeft dan iemand die zwak en rechtvaardig is. Wat volgt is niet zozeer een gesprek als wel een door beleefdheidsfrasen onderbroken monoloog van Sokrates, waarin deze ongeveer de hele wereld overhoop haalt. Wat de heren ondertussen drinken, waarom de meeste aanwezigen gedurende driehonderd bladzijden hun mond houden, en hoe verschrikkelijk laat het wordt, blijft in het ongewisse. Halverwege het tweede hoofdstuk lijkt de auteur vergeten te zijn dat hij het boek als literair werk was begonnen. In die zin is de Politeia een goede illustratie van Plato’s stelling dat poëzie in een gezonde maatschappij taboe is.

De Politeia moge als roman mislukt zijn, dat betekent niet dat het geen spannend boek is. Integendeel. Om te kunnen uitleggen wat rechtvaardigheid is, heeft Plato een psychologische theorie nodig, en omdat de ziel geen al te toegankelijk studieobject is, trekt hij eerst een analogie met de maatschappij als geheel. In de loop van het gesprek wordt een ideale samenleving geschetst die uit twee, zo mogelijk strikt gescheiden bevolkingsgroepen bestaat: enerzijds de domme, hitsige werkende klasse, anderzijds de volgens Spartaanse principes getrainde militaire klasse, waaruit dan weer de filosofen gerekruteerd worden die de staat moeten leiden. Deze drie standen corresponderen met de drie compartimenten waaruit onze ziel zou bestaan: een gedeelte dat op bevrediging van primaire verlangens is gericht, een fel en eerzuchtig gedeelte, en ten slotte het intellect. Zoals de filosofen bepalen wat goed is voor soldaten en arbeiders houdt het intellect de lagere driften in bedwang. Wanneer ieder zijn eigen taak doet, ontstaat, zowel op staatkundig als op psychisch niveau, een situatie die we rechtvaardig kunnen noemen.

Het boek omvat een complete metafysica, een theorie over het ontstaan van de verschillende staatsvormen en een weerzinwekkend voorstel tot eugenetica. De meest onthullende zin is deze: «Maar ja, de waarheid verdient meer respect dan een mens.»