De staatsgreep van docters

Nu Winnie Sorgdrager BVD-chef Arthur Docters van Leeuwen tot de hoogste procureur-generaal heeft benoemd, heeft D66 een justitieel monopolie in handen. Partijgenoot Tom de Graaf staat al te popelen als voorzitter van de IRT-enquete. Hoe Vrouwe Justitia door de Democraten werd geschaakt.

‘ER ZAL TOCH wel een plaats zijn vanwaaruit bekeken Nederland er nobel, of tenminste draaglijk uitziet. Vanuit de hoogte, op een heuvel, een toren, lijkt het heel wat. Maar denk op dat moment niet aan al die giftige sektariers daarbeneden, die venijnige socialisten, domme katholieken, en de rijken die zichzelf zo graag “weldenkend” noemen. Daal niet af tot de hoogte van hun straten, want dan moet je ze recht in de bleke, ontstoken gelaten kijken.’
De auteur van deze gekwelde regels hoeft zich geen zorgen te maken. Met zijn nieuwe functie als opper-procureur-generaal van het Openbaar Ministerie in Den Haag zal Arthur Docters van Leeuwen zich zelden hoeven te verlagen tot straatniveau, ook al kunnen confrontaties met de bleke ontstoken gelaten van venijnige socialisten en domme katholieken natuurlijk niet geheel worden uitgesloten, gegeven het sociaal-democratische en jezuitische gehalte van Paars.
Na zich vijf jaar als chef van de Binnenlandse Veiligheidsdienst verdienstelijk te hebben gemaakt, stoomt de 49-jarige kogelronde jurist door naar de hoogste functie van het Openbaar Ministerie, liefderijk binnengehaald door de vorige bekleder van die post, de huidige minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Daarmee is een komeetachtige carriere in departementaal Den Haag (eerder werkte Docters van Leeuwen bij de ministeries van Financien, Binnenlandse Zaken en Justitie) tot een voorlopig hoogtepunt gekomen.
Het was geen geheim dat de BVD-chef al enige tijd verwoed op zoek was naar een nieuwe baan. Tijdens de D66-verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer liet hij zich al erg opzichtig aan de zijde van Hans van Mierlo fotograferen. De opvolging van Schelto Patijn als commissaris van de Koningin in Zuid-Holland ging net aan zijn gulzige neus voorbij, maar met zijn opper-PG-schap hoeft Docters van Leeuwen zich zeker niet bekocht te voelen.
Sinds de commissie-Donner eerder dit jaar de vloer aanveegde met de chaos en verwarring binnen het Openbaar Ministerie, is daar de tijd rijp voor een totale paleisrevolutie. Daarbij komt nog eens de noodzaak om de kolossale uitglijers en dito schandalen die er de laatste jaren onder auspicien van het OM zijn begaan (zie de IRT-affaire) grondig toe te dekken, en niet te vergeten de hervorming van de steeds meer van het justitiele apparaat vergende bestrijding van de georganiseerde misdaad. Kortom, in zijn nieuwe functie kan Docters van Leeuwen zich meer dan ooit ingraven in de gevoeligste zones van het landelijk bestuur, met alle gouden toekomstperspectieven vandien.
WIE HAD DAT kunnen denken van de zo zwaar onder Weltschmerz en broeierige verlangens gebukt gaande literator, die Arthur Docters van Leeuwen in een vorig leven was? Wie zijn vele bijdragen aan het literaire blad Maatstaf in de jaren zestig er nog eens op naslaat, staat oog in oog met een vervaarlijk kolkende ziel, een van spleen en ennui overlopende poete maudit, voor wie het leven eigenlijk te zwaar is en altijd in het teken staat van de droeve mislukking. Zie bijvoorbeeld het verhaal 'De staatsgreep’ in Maatstaf van oktober 1968, waarin de eenzame, aan Kafka’s helden herinnerende protagonist wordt uitgenodigd toe te treden tot een Gladio-achtige groep 'van mensen die vast in het verzet zouden willen gaan, als de Russen kwamen’. Nadat hij zich via lijn 66 (!!!) naar de afgesproken vergaderplek heeft gespoed, blijkt de verzetsgroep al vertrokken, en weer is er een droom in rook opgegaan.
Of lees de schrijnende elegie 'Koffie’, uit het jaar dat zijn partij werd opgericht: 'De vrouwen zagen me niet. Ze keken door me heen, er was zelfs geen afschuw op hun kleine gezichten te lezen. Vrouwen kijken niet naar een ongelukkige. Alhoewel, in het gezin waar mijn zorgzame ouders mij ondergebracht hadden, woonde ook een dochter. Krom en ellendig mager en een wereldkampioene in het dragen van de verkeerde jurken. De moedige hand die het zou wagen haar op een zekere plaats te strelen, zou vast een onuitroeibaar ekzeem oplopen. Als ik haar zag kreeg ik al een erectie. Maar ik durfde niet (uit angst voor eventuele opschudding), en was er daarom heilig van overtuigd dat ze mijn eer te na was.’
Gelukkig voor Docters van Leeuwen zag Winnie Sorgdrager hem wel degelijk staan. De Wonderwoman van D66, inmiddels vol journalistieke kalverliefde bezongen in de kolommen van zowel Elsevier als de Volkskrant, koerste direct na haar benoeming tot minister gelijk af op de benoeming van Docters van Leeuwen op het Openbaar Ministerie. Daarmee kreeg D66 in een klap een behoorlijk monopolie in handen op het terrein van Justitie, een sectie van het binnenlands bestuur waar het CDA voorheen heer en meester was.
Sorgdrager zelf, die tot medio jaren tachtig overigens nog een VVD-partijkaart op zak had, werd verleden jaar benoemd tot de leider van het vijfkoppige college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie in Den Haag, en de door haar uitgezette lijn van hierarchisering zal door Docters van Leeuwen ongetwijfeld worden voortgezet. Tijdens haar PG-schap was het Sorgdrager bijvoorbeeld al een doorn in het oog dat politiechefs als Eric Nordholt langs publicitaire weg steeds meer macht voor zichzelf zochten. Tegelijkertijd was ze als PG een geducht tegenstandster van Ernst Hirsch Ballins overspannen eisen aan Justitie op het gebied van de morele herbewapening van de Nederlandse samenleving, zoals zij ook weinig leek op te hebben met de steeds wilder wordende Miami Vice-strategieen op het gebied van politioneel undercover-werk. In de figuur van Docters van Leeuwen, die in ieder geval nog nooit is betrapt op al te grote illusies, heeft de minister precies de wat cynische Realo gevonden die ze nodig heeft bij de door haar voorgestane koers van justitiele nuchterheid.
VAN EEN GEHEEL ander kaliber was de man die tot aan de afgelopen zomer werd gezien als de belangrijkste procureur-generaal op het gebied van de bestrijding van de zware criminaliteit, mr. R. A. Gonsalves. Gonsalves, kampioen van het hernieuwde law and order- fetisjisme in de lage landen, was een warm voorstander van een telkens opgevoerde 'wapenwedloop’ met de georganiseerde criminaliteit. Een zo bescheiden mogelijk gedoseerd parlementair toezicht op de activiteiten van Justitie was hem daarbij, met het oog op de geheimhouding, meer dan welkom. Een en ander vloeide mede voort uit Gonsalves’ aangeboren autocratische temperament, dat hem precies maakte tot de ideale stormram die Hirsch Ballin in zijn jihad tegen de maffia en de algehele zedenverwildering zo deerlijk nodig had. Gonsalves leek dan ook hard op weg naar absolute macht binnen het Openbaar Ministerie als het ging om de georganiseerde criminaliteit.
Tot degenen die dat met meer dan lede ogen zagen aankomen, behoorde Winnie Sorgdrager. Zij kende Gonsalves persoonlijk: als officier van Justitie te Almelo, waar ze van 1979 tot 1986 werkte, werkte ze rechtstreeks onder Gonsalves, die haar op de werkvloer steevast aanduidde als 'meisje Sorgdrager’. Met zijn typische machogedrag moet Gonsalves, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en ondervoorzitter van de Avro, zijn jonge medewerkster veel afschuw hebben ingeboezemd.
Het moet voor Sorgdrager dan ook een geschenk uit de hemel zijn geweest dat Gonsalves in juni dit jaar in een klap van het toneel werd geveegd. Het VPRO-radioprogramma Argos kwam met een uitzending over het verleden van Gonsalves als ambtenaar binnenlands bestuur in Nieuw-Guinea in de jaren vijftig en zestig. De kampioen-misdaadbestrijder bleek zich als een ware despoot te hebben gedragen in Hare Majesteits dienst op Nieuw- Guinea. De onwillige Papoea-bevolking werd getiranniseerd met standrechtelijke executies, brandstichting, dwangarbeid en mishandeling. Weliswaar waren de Nederlandse regering en het Openbaar Ministerie geheel op de hoogte van de beschuldigingen aan het adres van Gonsalves, maar hem was toen (wie gaf er uiteindelijk om een handjevol Papoea’s?) de hand boven het hoofd gehouden. Dat Gonsalves juist in zijn finest hour opeens werd geconfronteerd met zijn bloederige jeugdzonden, werd door hemzelf en zijn beschermheren dan ook onmiddellijk in verband gebracht met een complot van de georganiseerde misdaad, ter verhindering van zijn opmars als Misdaadbestrijder Nummer 1.
Het bleek echter te gaan om een actie vanuit de justitiele wereld zelf. De Amsterdamse kantonrechter C. von Meyenfeldt bekende dat hij vitale stukken over Gonsalves’ verblijf in Nieuw-Guinea, van de hand van een oom die procureur-generaal in de kolonie was geweest, had toegespeeld aan de VPRO. Motief daarbij was Von Meyenfeldts afkeer van Gonsalves’ methoden, vroeger en nu. Von Meyenfeldt hamerde er echter ook op dat hij zeker niet de enige bron was voor het verhaal. Toen de VPRO bij hem op de stoep stond, hadden de betreffende journalisten al een heel dossier over de affaire-Gonsalves in handen, zo verzekerde de rechter aan Het Parool.
Er waren dus ook nog andere partijen in het spel die Gonsalves gaarne een pootje lichtten. Zo zei Sorgdrager, toen nog procureur- generaal in Den Haag, tijdens de hoogtijdagen van de affaire dat Gonsalves’ schrikbewind over de Papoea-bevolking geheel bekend was bij het Openbaar Ministerie. 'Het vormt geen enkel beletsel in zijn verdere carriere’, zei ze er toen nog fijntjes bij. Vervolgens mocht Gonsalves inderdaad aanblijven als PG in Den Bosch, maar zijn opmars was definitief gestuit. Nog altijd ventileren de liefhebbers van Haagse complotten de theorie dat Gosalves het slachtoffer werd van een interne actie bij het Openbaar Ministerie. Het zou een geheel nieuw licht werpen op de zo frisse verschijning van de nieuwe minister van Justitie.
HOE HET OOK zij, D66 mag zich nu de rechtmatige eigenaar voelen van Justitie in Nederland. Dat mag gerust een succes van megaformaat worden genoemd. De Democraten blijken nog steeds niet geheel tevreden: D66 loopt zich nu al warm voor het voorzitterschap van de parlementaire enquete naar de opsporingsmethoden van de politie, de IRT- enquete genoemd. Tom de Graaf, de kersvers uit de gelederen van het ministerie van Binnenlandse Zaken gerecruteerde jurist, wordt nadrukkelijk naar voren geschoven als voorzitter van de enquetecommissie.
Sorgdrager heeft zich pikant genoeg als een fel tegenstandster van die enquete ontpopt. Als gewezen hoofdrolspeelster van het Openbaar Ministerie is zij natuurlijk niet de eerste die staat te springen om openbaarmaking van de vele justitiele en politionele capriolen rond de drugsbestrijding.
Het is een patstelling die De Graaf, als parlementarier nog zo groen als gras, nog de nodige hoofdbrekens zal bezorgen. Maar geen nood: de nieuwe super-procureur-generaal zal hem een dezer dagen waarschijnlijk duchtig onderhouden over de vele bezwaren van praktische aard, die ook in deze kwestie tussen droom en werkelijkheid staan.