De stad als tijdbom

De rellen, gevechten en plunderingen in de Britse steden zijn het volgende bewijs dat in het Westen een burgeroorlog broeit. Van tijd tot tijd komt er een uitbarsting.

In juli 1977 gebeurde het in New York, toen tijdens een hittegolf plotseling de stroom uitviel en binnen een paar uur de brandstichtingen en plunderingen begonnen. In 1992 barstte het geweld los in Los Angeles, naar aanleiding van de rechtszaak tegen Rodney King, een zwarte man die door vier politieagenten was afgetuigd. De agenten werden vrijgesproken, de rellen en plunderingen begonnen. In 2005 waren de Franse banlieues aan de beurt. Hetzelfde patroon. Zo zijn er op kleinere schaal veel meer rellen geweest. En nu is het in de Britse steden gebeurd.

Als het oproer met een grote politiemacht is neergeslagen, komen de analyses. Armoede en werkloosheid zijn de oorzaken. Of het ligt aan de tegenstelling tussen de rassen. Of de integratie van de moslims is mislukt. De sociale media maken het degenen die we ‘de relschoppers’ noemen gemakkelijker zich in bepaalde buurten te concentreren.

Ze beginnen een tactiek te ontwikkelen. Wat we in de 'Arabische lente’ als een zegen beschouwden, is hier tot een vloek geworden. En dan komt de grote vraag. Wat kan de geordende maatschappij eraan doen? De antwoorden verschillen per politieke overtuiging. Rechts zegt: keihard aanpakken, veel strenger straffen. In Nederland wilde Ruud Lubbers destijds bootcamps, strafkampen voor de geweldplegers. Links zoekt de oplossing eerder in meer werk voor de jeugd, heropvoeding, dergelijke humanitaire maatregelen. Die remedie wordt door rechts weer als een verachtelijk bewijs van het politiek correcte denken beschouwd.

In The Economist citeert de columnist Bagehot premier Cameron. 'Er zijn in Groot-Brittannië regio’s die we niet meer achtergebleven kunnen noemen. Ze zijn regelrecht ziek. Er is hier behoefte aan een duidelijker code van normen en waarden waaraan de mensen zich in hun dagelijks leven moeten houden.’ En, besluit Bagehot, na deze rellen is dit misschien datgene wat de natie werkelijk wil. Weer een minister-president die de normen en waarden wil doen herleven, dacht ik. Zal het helpen? Nee.

Tien jaar geleden is het boek van de psychiater en gevangenisarts Theodore Dalrymple verschenen, Leven aan de onderkant: Het systeem dat de onderklasse in stand houdt. Hij beschrijft daarin uitvoerig en steunend op zijn ervaring de verwording van het deel van het volk dat in de achterbuurten woont, het zuipen en drugsgebruik, het vechten, de buitenechtelijke kinderen, de normalisering van de misdaad. En dan stelt hij herhaaldelijk de schuldvraag. Zijn antwoord is dat alle ellende uiteindelijk de schuld van links is. Daar zijn de 'slachtoffercultuur’ en het waardenrelativisme uitgevonden. Links en 'de intellectuelen’ zeggen dat degenen die tot de onderklasse horen het niet kunnen helpen dat ze zo diep gezakt zijn. Het is de schuld van 'de maatschappij’. Zo worden ze door links met hun verontschuldigingen bediend.

Ik geloof dat de werkelijkheid anders is. Een van de oorzaken van het ontstaan van de onderklasse is de verwaarlozing van het onderwijs, en het is waar dat links daarvoor in hoge mate medeverantwoordelijk is. In Nederland zijn de experimenten met het onderwijs ongeveer een halve eeuw geleden begonnen. En volgens het meest recente onderzoek is nu meer dan elf procent van de bevolking functioneel analfabeet. Dit betekent dat omstreeks 1,7 miljoen mensen niet meer kunnen begrijpen wat er op de verpakkingen staat van alles wat ze in de supermarkt kopen. Deze groeiende massa van functioneel analfabeten maakt wel deel uit van de consumptiemaatschappij. Ze kijken tv, ze gaan naar de evenementen, trappen lol, nemen volop deel aan het consumentisme, waarbij ze door de reclame ongeremd worden aangemoedigd. Ze hebben evenveel recht op genieten als een bankier die zijn bonus heeft geïncasseerd. Recht op genieten, in principe van alles, is het grondbeginsel van het consumentisme, de ongeschreven ideologie die zich in de loop van een halve eeuw in het Westen heeft gevestigd.

Dan ontstaat plotseling als uit het niets een frustratie. Een agent heeft een verdachte doodgeschoten, een feest is 'uit de hand gelopen’, een voetbalwedstrijd draait uit op rellen. Nu blijkt dat het consumentisme zijn eigen proletariaat heeft: de verongelijkte massa die ervan overtuigd is recht te hebben op alles en plotseling beseft dat ze er maar een armzalig deel van krijgt. De eerste ruiten gaan aan scherven. Geweld zien leidt tot geweld plegen, heeft Jean-François Revel geschreven, in 1968 nadat hij getuige was geweest van de Franse studentenrevolte. Die waarneming blijft geldig.

Maar in de gefragmentariseerde samenleving van vandaag ligt oneindig veel meer reserve aan geweld verborgen. Het consumentisme heeft een nieuwe klassenmaatschappij doen ontstaan. In elke stad ligt een tijdbom verborgen. Een betrekkelijk gering incident kan een verwoestende kettingreactie veroorzaken. Dat is in de Britse steden opnieuw bewezen. Voor het prediken van normen en waarden is het te laat.