De stalinist versus de nazi’s

Boedapest - De politie in Hongarije is een onderzoek gestart tegen de 89-jarige Béla Biszku, de minister van Binnenlandse Zaken van Hongarije van 1957 tot 1961, toen duizenden mensen werden vervolgd en ruim tweehonderd geëxecuteerd voor hun deelname aan de Hongaarse opstand van 1956. De aanklacht: Biszku zegt in een recente tv-documentaire dat ‘het onderdrukken van die opstand terecht en legitiem was’. Daarvoor kan hij nu drie jaar cel krijgen.
Je hoeft het niet met Biszku eens te zijn om je toch af te vragen waar dit strafrechtelijk onderzoek nou goed voor is. Het gaat immers niet om zijn verantwoordelijkheid voor schendingen van mensenrechten - dat zou niet onterecht zijn - maar voor zijn mening dat het communisme een zegen voor de mensheid was. Nu wordt die gedachte door weinig Hongaren serieus gedeeld, maar ook wie die achterhaalde mening nog wél aanhangt, mag het in Hongarije niet meer zeggen sinds de nieuwe nationaal-populistische regering van premier Viktor Orbán in juni een wet invoerde die 'het ontkennen van algemeen bekende misdaden begaan door nazi’s en communisten’ strafbaar stelt. Wrang genoeg is de zaak tegen Biszku aanhangig gemaakt door een parlementslid van het extreem-rechtse Jobbik, een partij die vol zit met mensen die in alle openheid en tot nu toe ongestraft antisemitische slogans uitkramen, het nazisme verheerlijken en aanzetten tot haat tegen zigeuners.
De laatste twintig jaar is er in Hongarije geen enkele oude partijbons vervolgd, omdat de regering en de oppositie in 1989 afspraken dat er geen vervolging, wraak of bijltjesdag zou zijn. Die afspraak maakte de vreedzame overgang naar een democratie mogelijk en daar had iedereen belang bij. Maar Fidesz afficheert zich graag als fervente anticommunistische kracht en zet daarbij de socialistische oppositie neer als de corrupte erfgenamen van de oude communistische partij.
Dat is grotendeels lariekoek. De socialisten van nu waren in de jaren zeventig en tachtig op z'n slechtst hervormingscommunisten. Zeker, sommige van deze kameraden wisten in de jaren negentig precies welke te privatiseren staatseigendommen ze voor een appel en een ei konden kopen, anderen werden de nieuwe topmensen van de multinationals in het land en er was heel wat corruptie. Maar dergelijke types vind je ook volop in de rijen van Fidesz zelf, van staatspresident Pál Schmitt en minister van Buitenlandse Zaken János Martonyi tot de superrijke oligarchen achter Fidesz. De pot verwijt de ketel.
Intussen ervaart de oude stalinist Biszku nu ook aan den lijve wat het is om als kleine burgerman verstrikt te raken in de raderen van een grote politieke machinerie.