Godfather-saga nog altijd actueel

De stamboom van het kwaad

De ‹Godfather›-saga is altijd actueel, want de familie Corleone vertegenwoordigt het kwaad, en dat is van alle tijden. De extra’s op de DVD-versie van de film tonen hoe regisseur Coppola pas inzicht kreeg in zijn dwingende moraal toen hij deel drie opnam.

Eerst had ik de Godfather-films gewoon op VHS, en ik keek de saga minstens één keer per jaar. Na de aanschaf van een SuperVHS-videorecorder bleken de oude banden niet meer te voldoen. Ik nam ze opnieuw op van de tv — met een SuperVHS krijg je werkelijk superkwaliteit — en later schafte ik de widescreen-versies aan. Nog was ik niet tevreden. De DVD-box moest er komen, en zeker niet enkel vanwege de extra’s. De mogelijkheid om de ondertiteling aan en uit te zetten, een kijkje achter de schermen te nemen, geschrapte scènes te bekijken en Francis Coppola en Mario Puzo over het script te zien bekvechten — allemaal mooi meegenomen, maar doorslaggevend was de kwaliteit van beeld en geluid.

Omstanders vinden het nogal mal dat ik die saga telkens weer kan bekijken. Maar ik ben niet de enige. Er bestaat een niet-geregistreerd genootschap van mannen die zich eens in de zoveel tijd laven aan de mores van The Godfather.

De Godfather-saga is altijd actueel. We hebben het hier tenslotte over de stamboom van het kwaad, een heel wat verderfelijker icoon van de natuur dan de boom der kennis. Ook de laatste tijd doemen weer ontelbare parallellen op. Allochtone jongeren die aan groepsverkrachtingen doen en wier ouders hier volgens de kranten grinnikend commentaar op geven. Religies die van een kwade kern worden beticht, waardoor al hun aanhangers in een klap gevaarlijk lijken te zijn. Volkeren, al of niet in bezit van een land, die een ongeneeslijke voorkeur voor geweld toegedicht krijgen door toekijkende naties, want zie: hun kinderen blijken wandelende bommen of militante haviken. Anti-Amerikanen, die in elke Burger King een symbolische vijand zien en in elk westers land de duivel ontwaren. Of neem de maffia zelf. Nadat de mediageile John Gotti werd uitgeschakeld, zijn de families weer ondergedoken en ongrijpbaar geworden als in hun beginjaren. In 1996 dichtte gangsta-rapper Ice Cube de volgende regels: «Go to school is what you tell us/ but niggas in school is scared of the Goodfellas.» Een ronduit griezelige bekentenis. Bovendien de grootste dissonant in de poeha van de gangsta rap tot op heden. En nadat de maffia in Rusland en België werd gesignaleerd, lijken we nu eindelijk bereid toe te geven dat zij ook in Nederland haar tentakels heeft. Langzaam ontwaren we de spelletjes van haar kroost, maar hoe hoog haar kinderen in onze maatschappij zetelen, weten we nog niet.

Heeft Francis Ford Coppola ooit geweten dat wat hij in beeld bracht zoveel meer was dan een familiesaga die toevallig wortelde in het Italiaans-Amerikaanse criminele milieu? Wie de extra’s op de DVD-versie bekijkt, moet wel tot de conclusie komen dat de immer intuïtief filmende Coppola pas enig inzicht kreeg in de dwingende moraal van zijn verhaal toen hij deel drie opnam. In ieder geval zag hij toen pas iets van de deterministische dwingelandij van de eerste twee delen, getuige zijn worsteling met het gemoed van Michael Corleone in dat derde deel, een worsteling die we zien als hij werkt aan het scenario, ja, zelfs nog tijdens de opnames, en die dat derde deel dan ook jammerlijk doet ontaarden in een voorspelbare voltooiing van Michael Corleones Werdegang.

Wie wil, vindt in The Godfather een van de meest moralis tische verhalen ooit verfilmd. En dan heb ik het niet over de spelregels van deze beruchte familie, die vrijwel alle afkomstig zijn van de oude Vito Corleone, en die ik hier toch even wil opsommen:

  1. A man who doesn’t spend time with his family can never be a real man.

  2. Never tell someone outside the family what you’re thinking.

  3. Try to think as the people around you think, and then anything is possible.

  4. Keep your friends close, but your enemies closer.

  5. Never hate your enemies, it effects your judgement.

  6. When they come, they come at what you love.

  7. Strictly business, nothing personal.

Motto’s die zouden moeten dienen om de familie — en nu bedoel ik het gezin Corleone — te beschermen tegen overmoed. Maar dit rijtje motto’s levert zoveel paradoxen op dat het onmogelijk lijkt je eraan te houden, in welke wereld dan ook. En dat de jonge Vito deze regels nog met voeten treedt, moge blijken uit de scène in het tweede deel waarin hij als jongeman terugkeert naar Sicilië, om zaken te doen, maar ook om de moordenaar van zijn ouders en broer diagonaal open te snijden. Het hart, en dat is het probleem van de Corleones, laat zich niet temmen, ook niet door motto’s te verzinnen die als mantra’s moeten dienen. En juist omdat de familie hier als uitgangspunt wordt gezien, is het hart een eeuwige, onberekenbare metgezel, misschien zelfs wel de ultieme vijand.

De familie is voor de Corleones de enige vorm van samen leving die vruchtbaar geacht mag worden. Vriendschap bestaat niet in deze wereld. Zodra de familiehoofden bijeenkomen en elkaar «mijn goede vriend» noemen, doen ze denken aan een clubje kostschool jongens uit een van de jeugdboeken van J.B. Schuil. (Collegialiteit bestaat wel, maar enkel uit eigen belang.)

Michael Corleone begint in de filmsaga als een buitenstaander die nauwelijks gewenst is. Het toeval wil — zo blijkt uit de DVD-extra’s — dat de acteur Al Pacino eenzelfde rol speelde tijdens de opnamen van de films. Paramount zag niets in het bleke ventje dat van Broadway was geplukt, en zelfs halverwege de eerste film stond zijn positie nog ter discussie. Pas na het zien van de rushes waarin Michael de mannen die verantwoordelijk waren voor de aanslag op zijn vader doodschiet, kreeg Pacino van Paramount het groene licht, en op hetzelfde moment kreeg Micheal Corleone zijn plek binnen zijn familie. Parallel met de groei van de acteur Pacino loopt de teloorgang van de zuivere ziel van Michael. Vandaar, misschien, dat het zijn beste rol werd, al moet gezegd dat ook hij in deel drie lijdt onder het operascenario.

Ook Coppola werd lange tijd door Paramount als «nobody» gewantrouwd. Er stond tijdens de opnamen van dat eerste deel dan ook steeds een opvolger klaar. Coppola kreeg zelfs Paramounts «geweldsteam» op bezoek: of er niet wat meer gemept kon worden in de film? Coppola bedacht vervolgens de scène waarin zusje Corleone door haar halfzachte echtgenoot het hele huis door wordt geranseld. Paramount geraakte in zijn nopjes met de film en ook Coppola mocht blijven.

Ach ja: de goeie ouwe tijd.

Ondanks dit alles bleef de moraal van het verhaal gruwelijk eenduidig, vooral in het eerste deel. Het lijkt alsof Coppola dan al precies weet wat hij wil zeggen: elk kind van gewelddadige ouders groeit op als een gewelddadig mens, zoals elke vorm van kwaad dat door de patriarch wordt omhelsd vroeg of laat zijn kinderen zal treffen. Er zit in dat eerste deel geen scène die deze stelling ondermijnt. Die zat er wel in, maar is geschrapt (en te zien, met alle andere geschrapte scènes, op de bonusschijf).

In deel twee wordt, zoals ik al opmerkte, gesjoemeld door de jonge Vito. Maar om dit een blunder in het scenario te noemen gaat me te ver. We weten niet wanneer Vito precies zijn stellingen heeft geformuleerd en zijn verstand boven zijn hart heeft geplaatst. Dit hadden we kunnen zien in deel vier, dat al voor de helft geschreven was door Mario Puzo en dat handelde over de opkomst van de Corleones in het New York van de jaren twintig, waarvan we in deel twee het begin zien, met een nogal matig acterende jonge Robert de Niro als Vito Corleone. Maar het heeft niet zo mogen zijn. Paramount heeft zelfs nooit gereageerd toen Puzo ze dat halve scenario toestuurde met de vraag: doen of niet doen? (Met de dood van Mario Puzo verdween de kans op dit vervolg definitief.)

De teloorgang van Michael in deel twee laat echter niets te raden over. Coppola weet ook, zo blijkt uit de werkscènes, dat Michael in een zombie moet veranderen. De wijze waarop maakt dat je je als kijker, hoe goed ook bij zinnen, met alle «liefde» onderdompelt in het geweld. Neem de scène in deel twee waarin Michaels vrouw, gespeeld door Diane Keaton, vertelt dat ze weggaat. De ruzie die daarop volgt, wekt bij mij een buitenaardse partijdigheid op. Natuurlijk heeft zij alle recht om Michael te verlaten, natuurlijk heeft zij gelijk als ze hem verwijt een monster te zijn, natuurlijk wil zij de kinderen mee (ze zijn tenslotte in hun eigen huis beschoten en Michael is als vader een incompetente zak), natuurlijk werpt ze hem voor de voeten dat een kind van hem in haar optiek een kind van het kwaad is. Maar toch. Als zij trots meldt een kind te hebben laten aborteren, terwijl Michael in de veronderstelling leefde dat ze een miskraam had gehad, is de mep die ze voor de kop krijgt mij uit het hart gegrepen. Vraag me niet waarom. Ik vind het slaan van vrouwen het meest verachtelijke wat een man kan doen. Maar ik had — denk ik zeker te weten — in die positie minstens zo hard uitgehaald.

Dit is voor mij het raadsel van The Godfather: de film is zo dwingend dat ik, zelfs als door de wol geverfde kijker, telkens weer mijn hart voel vollopen met het kwaadste bloed denkbaar. Ik heb er dan ook vrede mee als Michael aan het slot van deel twee zijn broer, die hem nogal klungelig heeft verraden, laat doodschieten. Vrede heb ik daar mee; het juiste woord op de meest verkeerde plek.

Voor deze dwaze bedwelming heb ik na al die jaren nog geen verklaring. Waarom word ik als toeschouwer ook kind van het kwaad? Ik zou kunnen opperen dat als de situatie maar briljant genoeg gemanipuleerd wordt ik als de eerste de beste onnozele ziel het kwaad om de hals vlieg, al was het maar om geen derderangs emotie als cynisme te hoeven voelen. Want pure, bloedzuivere emoties, daar gaat het in deze saga om. En ik vrees dat de verslaving van de mens aan bloedzuivere emoties even vruchtbaar is voor de vrede en de kunsten als voor geweld.

Wat moet je hiermee als je de wereld afkeurt vanwege haar buitenzinnige voorkeur voor gewelddadigheden? Je kunt nu wel eindeloos je voorstellingsvermogen aanwenden om andermans brutaliteiten «voorstelbaar» te noemen, maar zelf neem ik daar geen genoegen mee als ik eens een tijdje burgerman speel, want ik voel mij altijd weer genoodzaakt partij te kiezen, en de gemaakte keuze kleurt dan weer mijn voorstellingsvermogen naar gelang de willekeur wil. Is dit voldoende om te verklaren waarom ik op de hand van Michael blijf, ook als ik hem als een blunderend beest beschouw? In het theater misschien wel, maar daarbuiten?

De crux van The Godfather deel drie is een lachertje. Dat Michael, na eerst de wetten van zijn vader te hebben verraden (de afrekening met Fredo bijvoorbeeld is volkomen personal), na zowel zijn verstand als zijn hart ondergeschikt te hebben gemaakt aan zijn hypocrisie (hij wil «legaal worden», ten koste van werkelijk alles), na zijn eigen gezin te hebben vernietigd door pure ijdelheid, dat déze volkomen verloederde Michael aan de doodskist van een door hem geliefde Don pas nu een identiteitscrisis krijgt, is te zot voor woorden. Een identiteitscrisis had Michael aan het slot van het eerste deel moeten overvallen, nadat hij zijn vrouw voorgoed heeft buitengesloten door haar eerst een nieuwe familieregel voor te schotelen — «Don’t ask me about my business, Kay» — en haar vervolgens een «gunst» te verlenen door haar één vraag te laten stellen, waarop hij ook nog eens met de leugen der leugens antwoordt: met moord heeft hij niets te maken. Even harteloos als dom, waarna hem dan ook nog slechts zijn ijdele eenzaamheid rest.

Natuurlijk heeft Michael Corleone zowel zijn hart als zijn verstand verraden, maar de oorzaak van dit verraad blijft het lot dat hem als kind heeft getroffen. Hij was de zoon van een Don, en die Don werd met de dood bedreigd. Michael móest de lieden die zijn vader wilden afmaken wel doodschieten, anders zouden ze na de eerste mislukte aanslag nog een poging wagen. Was Michael vóór dit alles nog iemand die zijn familie verwierp, nu bleek de familieband te sterk. Zijn wraak was een besluit van het hart (pa moet blijven leven) en het verstand (ik doe het wel, want mijn oudere broer moet voor de familie zorgen nu vader ligt bij te komen). Zo verried hij zichzelf twee keer, eerst als zuivere ziel, later als vader van kinderen.

Dit is geen determinisme meer; dit is wat je noemt «je lot». De eerste gedachte die uit dit alles voortvloeit, is dat de man die een gezin sticht het lot van dit gezin voor een heel groot deel kan bepalen. De volgende gedachte is dat al die familieleden nimmer meer in staat zullen zijn het lot in eigen hand te nemen. De ronduit vernietigende gevolgtrekking is dat het dus vooral de vraag is uit wat voor nest de stamvader komt: vredelievend of gewelddadig?

De stamboom is onverbiddelijk. Het kwaad blijkt enkel bij de wortel uit te roeien. Een bijbelse moraal, zogezegd.

We kunnen ons dan ook troosten met de conclusie dat de mensheid ten minste één verdienste op haar conto kan schrijven. De gedachte dat zij één grote familie is, is door filosofen, kunstenaars en burgers tezamen voorgoed van tafel geveegd. Dat neemt niet weg dat lieden als George Bush jr. maar beter niet naar films als deze kijken kunnen. Onlangs nog wist een voormalig CIA-directeur in NRC Handelsblad de huidige verhoudingen tussen Europa en de USA aan de hand van de film High Noon te verklaren, met als simpele conclusie dat Europeanen de laffe dorpsbewoners zijn die de sheriff, Amerika dus, als het erom spannen gaat, in de steek laten. Je houdt je hart vast als je je voorstelt wat George Bush jr. zou kunnen met de mores van Michael Corleone: zonen die het werk van hun vader denken te kunnen opknappen door het grootste faillissement van onze beschaving — de familie als hoeksteen van de maatschappij — nieuw leven in te blazen, door familieleden te ronselen als echte niet snel genoeg verwekt kunnen worden of afvalligheid vertonen, waardoor de eerste de beste agressieve bastaard die zich opdringt al snel de status van verloren zoon en troonopvolger weet te verwerven. Gelukkig verschillen families van volkeren en zijn determinisme en Volksempfinden al lang en breed ontmaskerd als simplificaties van de werkelijkheid.

Enfin. Ik zet deel één weer in de speler. De eerste woorden van deze filmcyclus klinken op. «I believe in America.» Yeah, right, pruttel ik nog tegen, voor ik weer gegrepen word door de macht der verbeelding. Om na de slotbeelden van het derde deel voor de zoveelste keer de duistere driften die ik heb gevoeld aan een onderzoek te onderwerpen. Hoe primitief ben ik eigenlijk? En hoezeer is mijn lot verantwoordelijk voor de beschaving die ik mij meen toe te dichten?