© AVTOTROS

Wie lacht niet die zichzelf beziet? Was ik dat tv-mannetje met voorliefde voor drama, dat zich lang beperkte tot Hilversums aanbod? Niet dat daar geen kwaliteit vandaan kwam en komt. Maar als je lang niet aan de Amerikaanse streamingdiensten wilde – uit prehistorisch ‘toegankelijkheid voor iedereen’-geloof; uit eurocentrisme; uit kortzichtige zuinigheid – dan had je als ‘dramaspecialist’ dus geen letter begrepen van het grote Albuquerque-stuk in de Volkskrant, begin deze week. En had je geen idee gehad wie Walter White, Jesse Pinkman, Saul Goodman en de legendarische Kim Wexler waren. Alsof je Effi Briest, Hans Castorp, Eline Vere en Frits van Egters niet kende. Nou ja, bij wijze van… Netfix dus, en specifieker: Breaking Bad en spin-off Better Call Saul, spelend in New Mexico. Niet dat die in mijn top-vijf zouden komen (wel top-tien), maar dat bewijst alleen hoe groot het aantal uitstekende tot geniale dramaseries is geworden.

Dus moest ik me wel bekeren tot onder meer House of Cards (met Kevin Spacey, sorry), Fargo (inmiddels verhuisd naar Amazon en Videoland), Seinfeld, Narcos, Bojack Horseman, The Queen’s Gambit, The Kominsky Method. Tot Britse producties op dat Amerikaanse platform als The Crown, Sex Education, Wanderlust tot Dix pour cent (Franse humor blijkt toch soms leuk te kunnen zijn). Maar ook, en meer nog, tot meesterlijk: Shtisel (Israël) en dito Bir Bakadir (Turkije). Dan denk je even voldoende veramerikaniseerd en geglobaliseerd te zijn, word je nerveus van vragen als: ‘Succession gezien?’ Nee. ‘Wat? En The White Lotus? Ook niet? En dat noemt zich dramakenner?’ Dus naar HBO Max, verslaafd geraakt aan die twee series, maar ook beland bij het heftige, overspannen, deprimerende en toch ontroerende muziekgedreven jongerendrama Euphoria. Vond er fascinerend True Detective. Plus de opvolger van meesterlijk The Wire: We Own This City. Maar tot vreugde en ontzetting kwam ik ook de Verzamelde Sopranos tegen. Vreugde omdat die bij weerzien nog altijd geweldig blijken (Gandolfini was geniaal); ontzetting omdat het zo ongelooflijk véél is, de tijd van leven krimpt en de boeken in mijn kasten zachtjes wenen.

Trouwens, nog voor HBO bekeerde ik me kort tot Apple TV+ dat niet alleen het geestige Ted Lasso produceert maar ook de hier zelden genoemde, dus nooit geroemde kostuum-comedy Dickinson over, jawel, dichter Emily. Verrukkelijk! Historie en anachronisme totaal verweven. Zo dacht ik helemaal bij te zijn. Maar: ‘Jij kent Atlanta niet? Onder welke steen lig jij?’ Allemachtig, moest ik naar Disney+. Zag die inderdaad uitzonderlijk goede ‘zwarte’ serie en veel meer. Het in De Groene recent geprezen The Bear. Het oudere, fascinerende Babylon Berlin van de oosterburen. Maar bovenal: een van de leukste en mooiste maar lang onvindbare comedy’s, Better Things van en met Pamela Adlon. Over iemand als zijzelf: alleenstaande stemactrice Sam met drie dochters en een onmogelijke Britse moeder. Zó geestig, uit het leven gegrepen en zo vaak ontroerend. Zó Amerikaans en herkenbaar tegelijk. Ooit gestart in samenwerking met Louis C.K., maar nadat ze om bekende redenen met hem brak, in haar eentje voortgezet en geen spat minder geworden. Integendeel. En zo jubelt een voormalig polderdrama-calvinist over door Amerikanen gemaakte of aangeboden overvloed.

Maar ‘koopt Nederlandse waar, dan helpen wij elkaar’. De soms hoge kwaliteit daarvan blijkt alleen al uit de Volkskrant-keus voor Beste Series 2022. Vroeger was er een aparte categorie ‘Nederlands’ omdat die de algemene top-tien zelden haalde. Dit jaar komt Rampvlucht (KRO-NCRV), over de neergestorte Boeing op de Bijlmer, in de algemene lijst op nummer 8. En wordt Het jaar van Fortuyn (AVROTROS) tot beste aller series, internationaal, uitgeroepen. Tikje chauvinistisch wellicht, maar verdedigbaar. Niet genoemd, maar ook heel sterk The Spectacular (VPRO) over de IRA in Limburg, jaren tachtig/negentig. En opvallend bij alle drie: de inhoud is contemporaine geschiedenis met directe of indirecte lijnen naar de politiek – heel lang ondenkbaar in ons dramaland. Was er ook nog De verschrikkelijke jaren ’80 (VPRO), communeleven en -gekte. En hadden we een seizoen eerder de leuke vanzelfsprekend-lesbische serie Anne+ (BNNVARA). Het geweldige I.M. over Connie en Ischa (AVROTROS) en het onthutsende Mocro Maffia (RTL). En hadden we al meer seizoenen het voortreffelijke Oogappels (BNNVARA). Om van het onvergelijkbare Promenade (NTR) maar te zwijgen.

En dan ben je er nog niet, want de streamingdiensten sloegen vleugels en/of klauwen uit naar kleinere taalgebieden. Alleen al op Netflix is een reeks Nederlandse en Vlaamse series te vinden. Annexatie van bestaande producties (waaronder Anne+), maar een deel speciaal voor Netflix gemaakt: Undercover (twee misdaadseizoenen) en Dirty Lines (over de bloeitijd van de sextelefoon). Of het je genre is of niet: voorbeeldig professioneel gemaakt.

Om de embarras du choix nog groter te maken zeurt er opnieuw een stemmetje: jij met je buitenlandse streamers: kijk es naar Videoland. Waar niet alleen Mocro Maffia te zien is, maar in de criminaliteitshoek ook Judas over de Holleeder-saga, waarvan recent een tweede reeks is gestart. En helemaal gloednieuw: Sleepers. Over politiemensen met dubieuze criminele contacten. Acteur Robert de Hoog is hier niet alleen het centrale personage, samen met bloedgabber Teun Kuilboer, hij blijkt ook bedenker en co-auteur naast Simon de Waal, voormalig politieagent en nog steeds deeltijd-rechercheur. Altijd weer die misdaadseries, ja, maar daar wordt naast bagger en middelmaat ook meesterlijks gemaakt. Of Sleepers meesterlijk is, ik weet het niet. Er zitten me net wat te veel onwaarschijnlijkheden in het concept. Maar wel weer goed gemaakt. Regie Max Porcelijn en Aaron van Valen. Met ijzersterke cast, in hoofd- en bijrollen. Geweldig meteen al Hans Kesting, die het eind van de eerste aflevering helaas niet haalt. Maar als je qua vrouwelijke bezetting bij politie en justitie het kwartet Maryam Hassouni, Nazmiye Oral, Marieke Heebink en Rifka Lodeizen hebt rondlopen, en aan de criminele kant Lineke Rijxman – dan is op acteerkwaliteit in grote en kleine rollen bepaald niet bezuinigd. Het meest verbluft ben ik door de mij onbekende Julmar Simons als niemand ontziend drugscrimineel. Met alle respect voor de anderen, maar vergeleken bij deze dwingende rol zijn zij toch net een fractie meer ‘acteur’. Waarom niet toch een oordeel uitgesproken? Omdat ik in aflevering 3 afhaakte. Het sadistisch geweld kon ik niet meer aan, hoewel ik sinds de speelfilm Lek (2000), die opent met criminele marteling, aan heel wat gewend ben geraakt en grenzen dus zijn verlegd.

Rifka Lodeizen heeft, als Astrid Holleeder dus, ook de hoofdrol in Judas 2 en wat ze daarin laat zien is echt weer ongelooflijk goed. Zo subtiel, geloofwaardig dat het mij, misdaad- en Holleedermoe, toch over de streep trekt. Trouwens, in welke rol overtuigt ze niet, deze Diva Assoluta van het filmacteursgilde? En dat zonder allures.

Sluiten we toch met Hilversum, ouderwets vrij toegankelijk voor iedereen. Vanwege een grootse productie van AVROTROS: De stamhouder, vrij naar het boek van Alexander Münninghoff. Bevattend diens verbluffende familiegeschiedenis in tijden van oorlog en vrede, vol fout, goed en grijs; vol gruwel op slagveld- en huiskamerschaal; zich afspelend van Letland tot Scheveningen, van Oostfront tot Brabantse kostschool. Voortdurend springend in de tijd. Oftewel kosten noch moeiten gespaard want historisch drama is alleen al duur vanwege kostumering, locaties en historische herinrichting daarvan. Acht delen. Ik zag de eerste drie. ‘Dan heb je nog niks gezien’, zegt regisseur en scenarist Diederik van Rooijen tegen Volkskrant-journalist Abel Bormans die hetzelfde zag. Toch denk ik genoeg gezien te hebben om te concluderen dat hij is geslaagd in zijn ambitie om ‘Amerikaanse grandeur, enthousiasme en hoge snelheid’ te bereiken, maar dat die ten koste gaan van nuance, verfijning, subtiliteit in zowel vertelling als acteerwerk. Er zit een bak voortreffelijke Nederlandse acteurs in (naast buitenlandse): Gijs Scholten van Aschat als opportunistische familietiran ‘opi’; Robert de Hoog en Marcel Hensema (in verschillende levensfasen) als diens gefrustreerde en in de SS belande zoon. Scholten van Aschat wordt bij Bormans geciteerd: ‘Diederik houdt van duidelijkheid in zijn karakters, niet teveel suggestie.’ Zeg dat wel. Zelden verfijnde acteurs zo eendimensionaal zien spelen. Zoals trouwens alles er vanaf de start wordt ingeramd. En alsof beeld en woord niet genoeg zijn helpt de muziek een stevig handje. Ik sluit niet uit dat een groot publiek er plezier aan zal beleven. Dat net als de regisseur ‘meer van de grote emoties’ is. ‘Die beter verteld kunnen worden als ze wat archetypischer zijn. Ik kan van mijn personages alle kanten laten zien maar ik heb acht afleveringen en een gigantische geschiedenis te vertellen.’ Het is inderdaad een keuze. Vakkundig uitgevoerd. Hij wil ook niets horen van ‘on-Nederlands goed’. Want ‘we’ kunnen dit al lang: ‘Nederlands goed dus’. Ja, maar dan wel Hollywood in de huiskamer. Terwijl Amerikaanse series vaak juist zo verfijnd kunnen zijn.

In het boek geeft Münninghoff zichzelf veel minder contouren. Hij is een wat afstandelijke, bijna ironische verteller. Acteur Matthijs van de Sande Bakhuyzen had moeite die rol in te vullen. Hij is geholpen door het script waarin zijn lief en latere vrouw Ellen (Sallie Harmsen) een veel grotere rol krijgt dan in het boek. Zij confronteert hem met zijn naïviteit, zijn niet-weten en niet willen weten over de zwarte kanten van zijn familiegeschiedenis. Ze is katalysator. Maar in de passage waarin ze elkaar ontmoeten en de vonk overslaat zie ik vooral ‘film’, ver van enige werkelijkheid. En daarvan moet je houden.

Diederik van Rooijen (regie); Rik d’Hiet en Diederik van Rooijen (scenario), De stamhouder, AVROTROS, acht delen, vanaf zondag 1 januari 2023, NPO 1, 21.30 uur.