De stankbel van gerrit komrij

Gerrit Komrij: ‘Ik heb gemerkt dat een pamflet geen effect heeft, maar hoop ergens nog van wel. Met een pamflet beoog ik dat degene tegen wie het gericht is, dood neervalt of stopt. Ik hoef geen polemiek te beginnen.’

De bedoelingen van Gerrit Komrij werden slechts gedeeltelijk begrepen. Zo werd Dood aan de grutters (1978) totaal genegeerd. Hierin bestreed Komrij het experimentele proza van onder anderen Sybren Polet (‘een schrijver die alleen nog bestaat omdat ik af en toe iets over hem schrijf’). Ook de literaire kritiek kwam onder vuur te liggen: 'J. Firmin Vogelaar, leuterkundig criticus van De Groene Amsterdammer, komt weer 'ns aanrammelen met “het subjektieve oordeel”, dat ’t kapitalistische instrument bij uitstek is om de revolutie te saboteren. Ook dit is een grapje. Ook Vogelaar doet niets anders dan het etaleren van zijn persoonlijke subjectieve voorkeuren of weerzin, zij ’t heel slim in een quasi- wetenschappelijk jasje verpakt. Zijn voorspelbaarheid bewijst het.’
In De stankbel van de Nieuwezijds (1979) beschuldigde Komrij de Scientology Kerk van moord op Vrij Nederland- journalist Johan Phaff en verweet hij de Nederlandse regering niets te ondernemen tegen de terreur van deze beweging: 'Het financieel en seksueel uitbuiten van willoze slachtoffers, het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde, het voeren van valse titels.’ Komrij: 'De politiek reageerde totaal niet op mijn pamflet. Ik was toen wel wat teleurgesteld dat ze zich lieten inpakken door die beweging. Maar ja, het parlement stikt nou eenmaal van de naievelingen die zich alles laten wijsmaken. Kijk maar naar de oorlog in Bosnie.’
'Het is erg eenvoudig om iedereen die je niet zint uit te maken voor nazi’, stelde de Scientology Kerk Nederland in haar tegenpamflet Zwarte Gerrit. Maar even verderop staat: 'Komrij werd geboren en groeide op in een stad waarin gedurende de oorlog het hoogste percentage nazi- handlangers voorkwam.’
In 1993 bundelde Komrij zijn NRC- columns tegen tekstwetenschapper Teun A. van Dijk in De ondergang van het regenwoud. Teun van Dijk zag overeenkomsten tussen Komrij’s stijl en die van Mohammed Rasoel in het anti- islamitische pamflet De ondergang van Nederland (1990), onder meer vanwege het voorkomen van de woorden 'zwerfhonden’ en 'naieve domoor’, en beschuldigde Komrij ervan dit volgens justitie racistische boek te hebben geschreven. Komrij klaagde vervolgens de tekstwetenschapper aan wegens smaad, maar de rechtbank oordeelde dat de schrijver zichzelf uitstekend kan verdedigen via zijn columns en sprak Van Dijk vrij. Komrij: 'Ik heb, geruime tijd voor mijn geboorte, eveneens Mein Kampf geschreven. Ik weet zeker dat professor Teun A. van Dijk inmiddels al een verbluffende verwantschap tussen dat boek en mijn dichtbundel Hoor, de wind waait heeft ontdekt, met name in de frequentie waarmee uitdrukkingen als mensaap, pantoffel en schurft in beide geschriften voorkomen.’
Van Dijk houdt vol: 'Het is een samenzwering van mensen rond het NRC Handelsblad, waaronder Komrij. Justitie wil de zaak in de doofpot stoppen, omdat ze bang zijn erachter te komen wie het hebben geschreven. In De Rasoel-Komrij-affaire dat dit jaar verschijnt (al zoekt Van Dijk nog steeds een uitgever - rv), staan de bewijzen.’
Komrij: 'Van Dijk is een dankbaar onderwerp voor een polemist. Hij wil maar niet gaan liggen.’