De stedebouwer

De sociale woningbouw heeft het tij tegen, de Bijlmer dreigt een duurte-getto te worden en de overheid steekt haar kop in het zand. De stedebouwkundige Ashok Bhalotra wordt er niet vrolijker van. En ook niet van de actie van Wim de Bie tegen zijn plan voor de Scheveningse Kustlocatie
MENSEN HEBBEN verhalen, herinneringen, verwachtingen en fantasieen nodig om te kunnen overleven, zegt Ashok Bhalotra. De meeste stedebouwkundigen en architecten houden daar bij het ontwerpen helaas te weinig rekening mee. ‘We zijn als architecten en stedebouwkundigen zo zelfgenoegzaam geworden dat de samenleving ons niet meer begrijpt. Het functionalisme is de doodsteek geweest voor de moderne architectuur. De geloofwaardigheid van ons vak is daardoor aangetast.’

Bhalotra is directeur en architect-stedebouwkundige bij het Rotterdamse bureau KuiperCompagnons. Hij werd in 1943 geboren in Delhi en woont sinds 25 jaar in Nederland. In zijn werk zoekt hij naar een bijzondere, metaforische relatie tussen het landschap, de architectuur en de identiteit van de stad. Dat geldt voor zijn tot nu toe bekendste project, Kattenbroek bij Amersfoort, maar ook voor ambitieuze ontwerpen als City Fruitful - een nieuwe wijk in Dordrecht waarin woningbouw met glastuinbouw wordt gecombineerd - en de zogeheten Kustlocatie voor de kust van Scheveningen en Hoek van Holland. Dit laatste, opzienbarende plan behelst een strook eilanden die van de Zuidhollandse kust zijn gescheiden door een binnenmeer met golvende oevers.
Bij al die projecten wordt hij geconfronteerd met thema’s als de mogelijkheden en onmogelijkheden van de sociale woningbouw, verstedelijking, de maatschappelijke geleding van buurten, de wensen van de bewoners en de eisen van opdrachtgevers en uitvoerende instanties. Steeds moet hij balanceren tussen zijn idealen en de realiteit van het bouwen in een overbevolkte omgeving waarin iedereen zijn zegje doet. Het maakt hem er niet minder optimistisch om. ‘De afgelopen jaren hebben we enkele bijzondere opdrachten kunnen uitvoeren’, zegt hij. 'Voor mij is de ideale opdrachtgever iemand met glimmende ogen en een bonzend hart. Iemand die voor zijn dromen en idealen durft uit te komen.’
DE KOMENDE jaren moeten er honderdduizenden woningen worden bijgebouwd. Minister Wijers sprak laatst zelfs van ruim een miljoen nieuwe woningen. Waar moeten al die nieuwe huizen in vredesnaam komen?
Bhalotra: 'Hoewel de voorraad ruimte kostbaar is, zie ik best mogelijkheden. Iedere vierkante meter moeten we alleen eerst vijf keer omdraaien voordat we hem uitgeven. Maar het is zo relatief. Ik heb eens uitgerekend dat als je de dichtheid van Manhattan toepast op de Flevopolder, de rest van Nederland verschoond kan blijven van woningbouw. Maar zo willen we het niet, dus proberen we in plaats daarvan veel verschillende plekjes te bebouwen. Te lang heeft het in de ruimtelijke ordening ontbroken aan een duidelijke visie. De politiek denkt en handelt voornamelijk op de korte termijn - kijk maar naar het Groene Hart en de Vinex-nota. Een pleistertje hier, een pleistertje daar. Het lef om een missie te ondernemen ontbreekt bij de overheid. Liever steken we onze kop in het zand.’
Ligt in het falen van de utopische stedebouw juist niet een van de redenen voor de afkeer van lange-termijnplannen? Uit grootse stedebouwkundige visies zijn wanprodukten als de Bijlmer voortgekomen.
'Dat weet ik niet. Er heeft toch nooit werkelijk een discussie plaatsgevonden over de vraag hoe we de fouten van gisteren kunnen voorkomen? Ons gebrek aan visie komt eerder voort uit intellectuele luiheid en gemakzucht. Er wordt te weinig nagedacht door de betrokkenen, altijd moet er maar gescoord worden. De politiek is bang geworden. Men is bang om over de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening te praten, en Vinex, de Vierde Nota, is nog steeds niet geevalueerd. Maar met angst kun je het land niet besturen.’
In de wijken die u tot nu toe hebt ontworpen, toont u zich een fervent voorstander van het door elkaar wonen van verschillende bevolkingsgroepen.
'Het is een gegeven dat de samenleving bestaat uit verschillende identiteiten. Bovendien zijn er verschillende tijdzones. Amsterdam heeft een heel andere tijdzone dan Staphorst, de bruine kroeg staat er naast een high-tech cafe. Wij denken altijd maar dat we het ene door het andere moeten vervangen, maar de samenleving is niet te ontrafelen.’
Sommige mensen willen helemaal niet tussen vreemde bevolkingsgroepen wonen.
'Ik ben er ook tegen om door dwang iets te bereiken. Het naast elkaar bestaan van diverse groeperingen is kenmerkend voor dit land. Met de gedwongen assimilatie moeten we niet overdrijven. De samenleving zou eerder moeten worden ingericht als een salad bowl dan als een melting pot. Als sommige Surinamers of Pakistani bij elkaar willen wonen, dan moet dat kunnen. De conflicten in de oude wijken zijn meestal ook niet van etnische aard, maar een gevolg van economische verschillen.’
Welke middelen staan u als stedebouwkundige ter beschikking om uw idealen van maatschappelijke rechtvaardigheid en gelijkheid te verwezenlijken?
'Het is een illusie om te denken dat je invloed groot is. In Den Haag is in de volkswijken de afgelopen jaren prachtige architectuur tot stand gekomen, maar dat lost het sociale probleem daar natuurlijk niet op. Niettemin is de trots die de bewoners ontlenen aan hun woonomgeving erg belangrijk. Een van de slechtste dingen die opbouwwerkers kunnen doen, is de woonsituatie van arme mensen problematiseren. In Delhi heb ik meegemaakt dat opbouwwerkers bezig waren de mensen te vertellen hoe ellendig ze wel niet leefden. “Hou daar nou eens mee op”, zei ik op een gegeven moment. “Hun woning is het enige wat die mensen hebben!”
Maar om op je vraag terug te komen: in onze nieuwe wijken, buurten en straten moeten we een sociale doorsnede van de samenleving zien te creeren. Dat bevordert het sociale evenwicht. Zelf woon ik in een straat in Overschie waar rijke en arme mensen, gezinnen en alleenstaanden door elkaar wonen. Met een mix van al die verschillende bevolkingsgroepen onstaan er ook geen rellen.’
IN BHALOTRA’S ontwerp voor de Scheveningse Kustlocatie zijn duizenden woningen gepland. Het project biedt een alternatief voor het bouwen in het Groene Hart. Volgens Bhalotra kan de werkgelegenheid die de Kustlocatie oplevert, een rol gaan spelen in het verminderen van maatschappelijke problemen in de regio Den Haag. 'We hebben uitgerekend dat dit plan 30.000 arbeidsplaatsen oplevert, let wel: werk dat elders niet in die vorm gedaan kan worden. Daaronder zijn zevenduizend arbeidsplaatsen voor ongeschoolde jongeren. Stedebouw is dus niet alleen het ontwerpen van vormpjes.’
Onlangs kreeg het Zuidhollandse college van Gedeputeerde Staten het groene licht om door te gaan met de studie naar de aanleg van dit nieuwe eiland voor de kust van Den Haag. Maar er is ook protest tegen gerezen. Milieuorganisaties, burgers - onder wie de oer-Hagenaar Wim de Bie - en enkele Statenfracties wijzen op de mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu, de leefbaarheid van de oude kuststrook en de economische bedrijvigheid aan het oude strand. Ook zou het kusteiland vooral het toevluchtsoord worden voor de happy few.
Bhalotra kan zich de kritiek wel voorstellen: 'Ook ik was in het begin onzeker. Het is natuurlijk een ingreep die bepaald niet kinderachtig is. Maar ik betwijfel of de kritiek wel zo goed onderbouwd is. Kijk, het gaat om de toekomst van de kuststrook, die sowieso moet worden opgehoogd in verband met de stijging van de zeespiegel. Ik vraag me af of de kritikasters zelf wel zo veel vertrouwen hebben in de toekomst. De totale hoeveelheid natuur zal door ons plan niet afnemen maar juist toenemen. We hebben er niet voor gekozen de kustlijn te verleggen, maar te verlengen. Dat doen we door tussen het oude en het nieuwe land binnenmeren met zeewater aan te leggen. Het oude duinlandschap, waar Wim de Bie zo veel waarde aan hecht, blijft gehandhaafd, al zal de vegetatie iets groener worden. En de grond die vrijkomt zal niet het domein worden van speculanten, die grond is van ons allemaal. Het is eigelijk die bekende not in my backyard-reactie. Een deel van de kritiek is afkomstig van de welgestelden in Kijkduin. De komende anderhalf a twee jaar zal de maatschappelijk discussie over het plan moeten worden gevoerd. We gaan serieus op alle kritiek in. We leven in een volwassen democratie en hebben nog volop mogelijkheden om te kiezen.’
Verder is Bhalotra in opdracht van de gemeente Amsterdam bezig met een structuurvisie voor de Bijlmer. Het doel is onder meer om ook daar een gemengde wijk te realiseren met koophuizen, naast de sociale huurwoningen die deze stadswijk vanaf het ontstaan in de jaren zestig hebben gedomineerd. Een kwart van de bestaande flats moet daartoe worden gesloopt. Het overleg met de centrale stad en de stadsdeelraad verloopt helaas moeizaam, zegt Bhalotra: 'Het is bijna onmogelijk om door de gevestigde denkkaders heen te breken. De Bijlmer dreigt nu te verburgerlijken. Als we niet oppassen wordt het een nieuw soort getto met te veel dure woningen. Het stadsbestuur beseft niet wat daar aan de hand is. Weliswaar worden de symptomen onderkend en bestreden, maar met een stad - want een stad is het - van 50.000 inwoners ga je niet zo om. Op een gegeven moment werd er tijdens een overleg met de gemeente Amsterdam zo ontzettend klinisch en zakelijk gesproken, dat ik werkelijk heb gehuild. Het gaat wel over mensen hoor! Er moet eerst voldoende vervangende sociale woningbouw komen, eerder kun je die flats niet afbreken. Overigens is dit een trend in heel Nederland: goedkope huurwoningen worden afgebroken, zonder dat er voldoende nieuwe voor in de plaats komen.’
Als we de overkoepelende organisaties van de woningbouwcorporaties moeten geloven, ontstaat er de komende jaren een mil jardentekort als gevolg van de verzelfstandiging van de woningcorporaties en de belemmeringen die de overheid tegen al te forse huurverhogingen opwerpt. Heeft de sociale woningbouw nog wel toekomst?
'Hebben we dan de keus om geen sociale woningbouw te plegen? Willen we een omvangrijk percentage van de bevolking links laten liggen en geen fatsoenlijk dak boven het hoofd bieden? Volgens mij accepteren wij dat niet. Ons land heeft een sterke traditie op het gebied van de volkshuisvesting. De afgelopen vijf jaar is gekozen voor een opportunistische aanpak en heeft de nadruk gelegen op de rol van de markt. Maar ik ben ervan overtuigd dat de idealen van weleer nog altijd bestaan. En ze zijn weer aan het terugkomen. Kijk maar naar de discussies die nu in de Tweede Kamer gevoerd worden over bijvoorbeeld de huursubsidie. Dat vind ik dapper van de politiek. De sociale woningbouw is aan het begin van deze eeuw toch ook niet ontwikkeld in een periode van economische groei, maar juist in een periode van depressie. De woningwet is een kind van de ideologie, niet van de rijkdom. Onze volkshuisvesting is voortgekomen uit solidariteit met de armen.’
Dat is mooi gezegd, maar het geld is er toch niet meer?
'De subsidiering van sociale woningen zal altijd wel ergens vandaan komen. Daar is echter wel de overheid als tussenpersoon voor nodig. Nu is de privatisering te ver doorgevoerd. De overheid moet haar verantwoordelijkheden waarmaken, terwijl wij, als burgers, haar die verantwoordelijkheden moeten toekennen. Het is te gemakkelijk om de sociale woningbouw helemaal over te laten aan de werking van de markt, hoewel zoiets binnen de totale exploitatie van een wijk wel mogelijk is. Per geval is het mogelijk om goede en betaalbare huurwoningen te bouwen. Ik geef het niet op.’
Uit een recent onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB) blijkt dat kopers het liefst een ruim huis met vier kamers plus een tuintje en een garage willen. Van experimenten moeten ze niets hebben en zelfs het platte dak kan op weinig waardering rekenen.
'Een huis met een tuintje is ook niet belachelijk! In een bepaalde levensfase heb je juist behoefte aan een doorsnee huis. Daarom moeten we goed luisteren naar de wensen van de burgers, naar de waarden die zij koesteren en in hun woonomgeving verwezenlijkt willen zien. Zoals veiligheid, gezondheid, privacy, gezelligheid, veelkleurigheid, comfort. Het is nooit onzin wat mensen willen.’
Het verlangen naar bevrijding uit vastgeroeste denkpatronen zit diep bij u.
'Als je de wetten van de ratio niet langer zaligmakend vindt en niet meer krampachtig denkt, word je weer zo onbevangen als een kind. Ik word gefascineerd door de modernistische architectuur en stedebouw. De humanistische ideologie ervan heeft me altijd aangesproken. Het opmerkelijke is dat het modernisme en het surrealisme vrijwel gelijktijdig zijn ontstaan. Maar ze zijn nooit bij elkaar gekomen. Beide bewegingen zijn gegrondvest op idealen, die te maken hadden met een afkeer van de heersende, conservatieve cultuur aan het begin van deze eeuw. Mij staat een beeld voor ogen: de twee voormannen, Mies van der Rohe en Salvador Dali, die in een bed met elkaar aan het vrijen zijn. Dat zou toch iets bijzonders opleveren! Iedere generatie moet de verworvenheden van de voorgaande ter discussie stellen.’
DE VERENIGDE NATIES hebben kort geleden een rapport laten verschijnen waaruit blijkt dat binnen dertig jaar twee derde van de wereldbevolking in steden zal wonen. De levensomstandigheden van de meeste stadsbewoners zullen slechter zijn dan die van de arme plattelandsbewoners nu.
'Bij dat sombere beeld kun je je neerleggen. Zo machteloos zijn we echter niet. We moeten blijven knokken. Wat kun je anders? Ons bureau is momenteel bezig met een stedebouwkundig plan voor Jakarta. Nou, daar worden we met onze neus op de feiten gedrukt. De Eerste Wereld aan de ene kant van de straat, de Derde Wereld aan de andere kant. Toch bemerk je zelfs daar dat er in de armste buurten een onvoorstelbaar optimisme bestaat, een enorme drang om te overleven. Dat vind ik inspirerend en hoopgevend. Met al die verschillende, soms tegengestelde culturele realiteiten naast elkaar moeten we iets kunnen doen. Ooit heeft Salman Rushdies Midnight Children een diepe indruk op me gemaakt. In India heb ik het zelfde beleefd als hij. Die gelaagdheid van de cultuur, de verschillende tijdzones. Met Rushdie heb ik het gevoel gemeen een reiziger tussen verschillende culturen te zijn. Wat dat betreft voel ik me een grensbewoner: iemand die probeert grenzen te overbruggen en te ondergraven. Tegelijk voel ik me een beetje een smokkelaar: die weet dat hij precies op tijd over de grens terug moet zijn.’
Hoe kunt u identiteit geven aan de woonomgeving van mensen die, om wat voor reden dan ook, niet in de gelegenheid zijn om te reizen en grenzen over te steken?
Bhalotra verpakt zijn antwoord in een verhaal: 'In de jaren zestig ben ik samen met een vriend in een Volkswagentje heel Europa door gereden. Op een dag kwam ik in een Turks dorpje in een cafeetje terecht. Daar voltrok zich een felliniaans schouwspel. Eerst kwam de dorpshond naar ons toe, toen de dorpsgek en tenslotte schaarden zich steeds meer mensen om ons heen. We zijn er tien dagen gebleven, zonder dat we de taal spraken. Van die ontmoetingen leerde ik dat mensen zich, waar ze ook wonen, altijd afvragen wat er aan de andere kant van de berg is. Ze reizen zonder zich fysiek te verplaatsen. Iedereen droomt.
Reizen is een van de belangrijkste kenmerken van deze eeuw. Helaas ook het gedwongen reizen, de vlucht. In de interculturele contacten die hierdoor ontstaan, ligt volgens mij de sleutel tot een nieuwe wereld. Van persoonlijke ontmoetingen kun je veel leren. Ik was onlangs in China. Daar zie je dat de jonge mensen langzamerhand het roer overnemen van de oude garde. Tegelijk tikt er een tijdbom onder de samenleving. In China gaapt een ernorme kloof tussen rijk en arm. Dat brengt me in verwarring. Toch zie ik in de barsten van de stad tussen het onkruid de nieuwe bloemen opbloeien. Puinhopen zijn de voedingsbodem voor iets nieuws. Mensen hebben een sterke overlevingsdrang.’