Reportage The Voice Magazine

De Stem van Afrika

Vorig jaar werd The Voice Magazine opgericht. Om Afrikanen in Nederland een stem te geven. «Blanken willen dat wij onze hersenen vernielen.»

Zondagmiddag, Amsterdam-Zuidoost. De redactie helpt met het uitrollen van vloerbedekking. Achter kleurige doeken zijn de contouren van baskets en klimwanden te herkennen. In de richting van een wankel podium, met microfoons en flessen tropische frisdrank, staan rijen tuinstoelen opgesteld. «Natuurlijk heb ik gezocht naar een zaal waar geen zweetlucht hangt», zegt hoofdredacteur Elvis Iruh van The Voice Magazine. «Ik heb bij de gemeente om iets met meer prestige gevraagd, ergens in het centrum van de stad misschien.» Maar bij de gemeente hadden ze nog nooit van zijn blad gehoord, laat staan dat een ambtenaar het eenjarige bestaan ervan op waarde kon schatten. Elvis Iruh had genoegen te nemen met het aanbod van stadsdeel Zuidoost: het gymzaaltje van basisschool Het Klaverblad.

Het eerste nummer van The Voice Magazine was augustus vorig jaar slechts in enkele exotische zaakjes te verkrijgen. Met verwrongen foto’s, slecht gestencild binnenwerk en vale kleurvlakken op het omslag wekte het de indruk van een uit de hand gelopen schoolkrantexperiment. Opvallend was wel de offensieve toon die de louter op Afrikaanse vrijwilligers draaiende redactie aansloeg. Het fanatisme dat deze jonge scribenten sedert dat eerste nummer aan de dag leggen, wordt volgens hoofdredacteur Elvis Iruh ingegeven door gevoelens van frustratie, zoals die onder Afrikaanse immigranten in Nederland leven. Elvis Iruh: «Aan alle kanten timmeren Afrikanen aan de weg. Helaas zien de autoriteiten in Nederland ons bij voortduring over het hoofd. Niemand waardeert de economische, sociale en culturele bijdragen die wij aan de Nederlandse maatschappij leveren. In dit land zijn wij volledig op onszelf aangewezen.»

Elvis Iruh heeft The Voice opgericht om de Afrikanen in Nederland hun stem terug te geven. «The Voice wil de Afrikaan laten zien dat hij trots op zichzelf moet zijn en dat het juist de Nederlandse samenleving is die veranderen moet.»

Iruh kwam begin jaren negentig naar Nederland. Hij verdiende zijn geld met correspondentschappen voor Afrikaanse periodieken als West Africa Magazine en The Trumpet. In Nigeria, waar hij werd geboren, begon hij in 1989 bij Radio Lagos zijn carrière als journalist. Van zijn Hollandse vakbroeders heeft Iruh geen hoge pet op. «Bericht geving in Nederland over Afrika is negatief en suggestief. Altijd gaat het over tragedies die zich in Afrika voltrekken.»

Een zwarte Mercedes arriveert. Luidruchtig converseren genodigden, merendeels familieleden van redacteuren en enkele hartstochtelijke lezers, voor de met graffiti besmeurde toegangsdeur. «Even plaatsmaken voor de ambassadrice van Nigeria», zegt adjunct-hoofdredacteur Edward Ogbee. In zalmkleurig gewaad en met opgetrokken neus schrijdt mevrouw Awolowo Dosumu voorbij. Wat later arriveren de ambassadeur van Kameroen en de tijdelijk zaakgelastigden van Zuid-Afrika en Ghana. Hoe Iruh ook zocht, hij vond geen Nederlandse autoriteit bereid met deze Afrikaanse diplomaten in het panel plaats te nemen. Wel stemde de Britse voorzitster van de Foreign Press Association in the Netherlands op het laatste moment toe. Burgemeester Schelto Patijn is ook uitgenodigd. Iruh denkt echter niet dat deze zijn opwachting nog zal maken. «We hebben veel moeite gedaan hem hier te krijgen, maar blijkbaar heeft hij er toch geen zin in gehad.»

Vanaf het eerste nummer stelt het maandblad zich ten doel de continentale trots onder Afrikaanse immigranten aan te wakkeren. Niet alleen door zo positief mogelijk te berichten over ontwikkelingen in Afrika, maar ook door zo negatief mogelijk te berichten over ontwikkelingen in Europa, met name in Nederland. In het eerste nummer staat een interview met een Afrikaanse immigrante die in oktober 1998 door Zwit serse agenten in coma werd geslagen. Iruh zocht de vrouw, die het geweld ternauwernood overleefde, in Lagos op. De reconstructie van het gewelddadige verhoor wordt enkele malen onderbroken door een be schrij ving van de vele verwondingen op haar lichaam, veroorzaakt door de martelingen

In de brievenrubriek van diezelfde The Voice spreekt een zekere Boy Alinco de hoop uit dat het blad vooral aangewend zal worden om alle Afrikanen te verenigen teneinde samen te kunnen vechten tegen «westerse propaganda, hypocrisie en roddel».

«Halleluja, amen.» Pastoor Bernard Owusu-Ansah zegent het zaaltje met de microfoon aan zijn lippen. «Laten we de Heer danken voor dit succesvolle eerste jaar van The Voice Magazine.» Devoot slaan de aanwezigen de handen ineen en prevelen hem na. «Dank ook aan de adverteerders.» De paneldiscussie die volgt, blijft steken in beleefdheidspraatjes. Ondertussen gaan collectebussen rond. Als een leverancier onstuimig het dubbeldikke jubileumnummer het zaaltje binnendraagt, komt de ceremonie tot een abrupt einde. Er wordt luid gejoeld. «Als een baby is The Voice geboren», roept Iruh door de microfoon. «Dit kind leert razendsnel hoe te lopen en hoe te praten. Dit jaar zal het op eigen benen komen te staan. Met jullie bijdragen moet het lukken. Zorg dat The Voice er ook voor onze jeugd kan zijn. Laat The Voice onze identiteit zijn.»

Redactrice Owusua Koranteng Kumi doet er nog een schepje bovenop: «Ik heb eigen geld moeten inleggen, zodat The Voice verschijnen kon. Hoe meer u doneert des te langer ons blad kan blijven bestaan.» Iruh maakt een armgebaar en de Loseba Musical-band uit Congo barst los.

Buiten leunt adjunct-hoofdredacteur Edward Ogbee tegen een muur. «Elke Afrikaan, Nigeriaan, Ghanees of Oegandees, is trots op zijn nieuwe blad», zegt hij. «Al kost het mij mijn laatste druppel bloed, de volgende aflevering komt er.» Toen Iruh hem vorig jaar van zijn plannen vertelde, aarzelde Ogbee geen moment. Teleurstelling over marginalisering van Afrikanen in Nederland en de geringe aandacht voor hun continent bij Nederlanders waren zijn belangrijkste motieven. Ogbee, eveneens Nigeriaan, studeerde aan de Benin City University voor apotheker. Toen het blad er eenmaal was, kreeg hij om die reden een medische rubriek toegewezen. Daarin beschrijft Ogbee de symptomen en bestrijdingswijzen van veelvoorkomende kwalen.

In het tweede nummer bracht The Voice een onthulling waar Ogbee zelf het middelpunt van was. «Voice editor arrested by Amsterdam police, detained for hours», staat te lezen op het omslag. Ogbee: «Toen ik een gekochte auto wilde overschrijven op mijn naam, werd de politie ingeschakeld. Ze waren in een mum van tijd op het postkantoor en rekenden me in. Uren heb ik vastgezeten voor ik verhoord werd.» De agenten vermoedden dat Ogbee in het bezit was van een vals rijbewijs. «Ik had het alleen maar geplastificeerd, wist ik veel dat zoiets verboden is.»

«Het lijkt alsof ze een vooroordeel hebben tegen zwarten», is de conclusie van het artikel. Verderop in datzelfde nummer wordt met enig genoegen geschreven over een «hebzuchtige» Nederlandse zakenman die in Nigeria van 23,3 miljoen beroofd is.

Op pagina vijftien staat een artikel over de ingrijpende aanpassing van de Vreemde lingen wet in december 1998, waardoor vluchtelingen gedwongen werden om in de ambassade van hun thuisland een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aan te vragen. «Ze willen ons gewoon niet hier», zegt een anonieme gedupeerde in het artikel. «Nederland deporteert ons.»

Op pagina 26 wordt de politie in Amsterdam-Zuidoost opnieuw in een dubieus daglicht geplaatst. The Voice voert anonieme bronnen («die vergelding vrezen») op die melding maken van diverse gevallen van racistisch optreden. Maar al te vaak zouden klachten en aangiften van Nigerianen en Ghanezen in Zuidoost niet in behandeling worden genomen.

Iruh denkt dat de kritische houding die zijn blad richting Nederlandse samenleving aanneemt, er debet aan is dat alle subsidieverzoeken werden afgewezen. «Alle instanties heb ik geprobeerd. Van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking tot de Novib aan toe. Mijn archief puilt uit van afwijzingsbrieven. ‹We steunen alleen projecten in derdewereldlanden›, zeiden ze steeds.» Telkens als een nieuwe The Voice was gedrukt, zorgde Iruh dat minister Herfkens persoonlijk een exemplaar toegestuurd kreeg. «Op een keer belde zij mij op. We hadden een goed gesprek waarin ik de kritische grondtoon van het blad verklaarde. Ze zei dat ze het al met al een mooi blad vond. Toen ik over mogelijke subsidiëring begon, zegde ze zesduizend gulden toe. Dat is niet eens genoeg om een editie te drukken!» Ook kleine beetjes helpen dus Iruh stemde toe.

Van de zesduizend gulden kreeg hij uiteindelijk maar 4800 overgemaakt. «De rest hebben we nooit gekregen. Natuurlijk ga ik niet bellen. Ik ben geen bedelaar.» Omdat overheidssteun uitbleef, ging Iruh hard op zoek naar adverteerders, die hij vond in verschepingsbedrijven en banken. Om de adverteerders te behagen voelde hij zich gedwongen naast de advertentie zo nu en dan een jubelend artikel over de betreffende firma af te drukken. «Dat komt de geloofwaardigheid van het blad niet ten goede, maar om te overleven moest het wel.»

In het derde nummer wordt het «Hol land se verderf dat euthanasie heet» aan de kaak gesteld. «Dutch government gives licence to kill oneself», luidt de kop. Ook wordt afgegeven op het Nederlandse prostitutiebeleid. «Door het hele land zie je hoeren, uitgestald als bonbons, achter ramen zitten.»

«Het is een understatement te beweren dat we niet gezien worden door Nederlandse media», schrijft een lezer in het vierde nummer. The Voice moet door elke Afrikaan gesteund worden om de «toekomst van het zwarte ras veilig te stellen». In het vijfde nummer opnieuw ruimte voor een militante brievenschrijver. Deze roept op tot vereniging van heel Afrika tegen Europa «dat bezig is Afrikanen uit hun systeem te wissen». In het zevende nummer is het wederom raak: «Onze cultuur is het enige wat de blanken nog niet van ons gestolen hebben, hoewel ze het hard proberen.»

Een jaar na het eerste nummer is er geen Afrikaan in Nederland die niet van The Voice gehoord heeft. De oplage is in een jaar tijd gestegen naar achtduizend stuks. Er zijn abonnees en verkooppunten in buitenlandse steden als Brussel, Antwerpen, Gent, Düsseldorf, Frankfurt en München. Ondertussen worden de werkzaamheden zoveel mogelijk in eigen hand gehouden. Iruh: «We gebruiken passagiers op vluchten naar Lagos om het blad Afrika in te krijgen.» Om de 58 binnenlandse verkooppunten te bevoorraden rijdt de hoofdredacteur met zijn redactie kriskras het land door.

In nummer elf lezen we een stevige aanklacht van verslaggever Joel Savage tegen drugsoverlast in winkelcentrum Ganzenhoef: «Blanken vinden het fantastisch om zwarten aan drugs verslaafd te zien. Waarom? Omdat elke intelligente zwarte een bedreiging is voor de blanke. (…) Blanken willen dat wij onze hersenen vernielen.» In nummer twaalf haalt dezelfde Joel Savage opnieuw hard uit naar de Dutch society. Hij constateert dat Nederlandse vrouwen zich «als nymfomanen op Afrikaanse mannen werpen». Hij verhaalt van een zekere Bugarty die uit was op een serieuze relatie en ingepakt werd door een wellustige vrouw die bovendien «een doos condooms» in haar tas meedroeg. De arme Bugarty «realiseerde zich dat hij een nymfomane aan de haak had geslagen die als een vampier zijn bloed uit hem zuigen zou». De Hollandse vrouwen moeten met hun grijpgrage handen van «Afrikaanse immigranten» afblijven.

Als de diplomaten in de dienstauto’s zijn vertrokken en de festiviteiten in het gymzaaltje worden gestaakt, heeft de redactie van The Voice tijd om de dubbeldikke uitgave door te bladeren. Het omslagverhaal gaat over een gelukkig huwelijk dat dankzij een justitiemaatregel aan flarden is geholpen.