De stem van Amerika, letterlijk

New York - Wat wil het volk? Dat is wat de inmiddels bijna twee maanden oude Occupy-beweging probeert vast te stellen - iets waartoe een beweging die zegt namens 99 procent van de mensen te spreken ook wel verplicht is. Hier in New York, in Zuccotti Park, waar de protesten tegen (onder meer) de invloed van het bedrijfsleven en sociaal onrecht begonnen, wordt dan ook wat af gepraat. Tweemaal daags houden de activisten een algemene vergadering waarop iedereen mag spreken en niemand wordt onderbroken, ongeacht de boodschap. En omdat de stad New York het gebruik van geluidsversterkers op het plein verbiedt, spreken de vergaderaars door de human mic: elke uitgesproken zin wordt door de omstanders luidkeels herhaald, opdat iedereen op het plein kan meeluisteren. Het is een tijdrovende wijze van communiceren, maar desondanks slagen de activisten erin om zo tot consensus te komen over agendapunten zo uitlopend als de verdeling van dagelijkse taken, het organiseren van nieuwe acties en de oprichting van werkgroepen die ideeën moeten formuleren voor een nieuw soort economie - niet gebaseerd op eigenbelang en winstbejag, maar op samenwerking en solidariteit.
De human mic is dus wel degelijk effectief. En er zitten meer voordelen aan het medium. Zo klinkt bijna elke spreker relevant; zijn of haar woorden worden immers onvoorwaardelijk door honderden geestverwanten herhaald. En omdat het schier onmogelijk is om op deze wijze een gecompliceerd verhaal af te steken, presenteren de activisten hun ideeën doorgaans in begrijpelijke volzinnen. Tegelijkertijd leent de human mic zich slecht voor demagogie: versterkt door de menselijke microfoon maken charisma, status en eruditie minder verschil dan we gewend zijn in een door beeld en imago gedomineerde cultuur. Natuurlijk kan niet elke spreker rekenen op het enthousiasme dat figuren als Naomi Klein en Michael Moore genereren, maar uiteindelijk golven de woorden van beroemdheden even tergend langzaam door Zuccotti Park als die van ieder ander.
Zo zijn de algemene vergaderingen van Occupy een oefening in egalitarisme, constateerde afgelopen zaterdag ook de sociologe Juliet Schor in een lezing voor het New Economics Institute in New York: ‘Door zich hard te maken voor diepe democratie, ecologische praktijken en radicaal egalitarisme heeft deze beweging (…) ons uit de spiraal gehaald van corruptie en wanhoop die dit land de afgelopen jaren heeft verstikt.’
Wie 'ons’ is, is echter in deze een probleem. Occupy mag dan op de sympathie rekenen van een meerderheid van het Amerikaanse volk (59 procent volgens een recente peiling door United Technologies/National Journal), met egalitaire procedures spreekt een vrij homogene groep van goedopgeleide blanken (de meerderheid van de Occupiers) nog niet voor het volk - ook al heeft ze daarmee overduidelijk het beste voor. Occupy staat dan ook voor de moeilijke taak om meer bevolkingsgroepen bij de beweging te betrekken.