De stem van drees

Over de oude Voskuil doen een paar hardnekkige anekdotes de ronde. Een ervan betreft het totstandkomen van zijn hoofdredactionele commentaren op pagina twee van Het Vrije Volk. Klaas Voskuil zou iedere dag om tien uur ‘s(ochtends vanuit zijn kamertje op het Hekelveld hebben gebeld met Drees. Als op dat uur bij de minister-president de telefoon ging, wist deze: 'Daar zal je Voskuil hebben.’ Drees vertelde dan wat hij dacht van de gebeurtenissen in Nederland en wat Voskuil daarvan zou kunnen vinden. Bijna altijd nam de hoofdredacteur de woorden van de minister-president ter harte. Zo wil althans de overlevering.

Het is een mooi verhaal, en waarschijnlijk nog waar ook. Want Voskuil liet zich inderdaad gelden als de stem van Drees. Voskuil was van 1945 tot 1960 hoofdredacteur van Het Vrije Volk, de opvolger van het vooroorlogse partijblad Het Volk - in die functie was hij mede benoemd op aanraden van Drees, nadat de gedoodverfde kandidaat Wiardi Beckman was omgekomen in het concentratiekamp Dachau. In al zijn jaren als hoofdredacteur werd Voskuil nooit betrapt op een openbaar meningsverschil met Drees. Zelfs ten tijde van de politionele acties in Indonesië verdedigde de hoofdredacteur de minister-president door dik en dun, hoewel hij het zelf heel moeilijk had met diens Indië-beleid. Voskuil was, zoals later bekend werd, voorstander van onafhankelijkheid voor Indonesië op kortst mogelijke termijn. Maar daar in het openbaar blijk van geven, paste niet bij zijn trouw aan de partij en haar voorman. Voskuil was een typische selfmade man, helemaal onderaan begonnen en opgeklommen tot een van de hoogste functies in de partij. Hij was het type sociaal-democraat zoals er voor de oorlog veel geweest moeten zijne recht door zee, een tikkeltje wereldvreemd, onbuigzaam in zijn idealen, en loyaal aan de partij tot in de dood. Klaas Voskuil werd in 1895 geboren in Zwolle als zoon van een kleine bakker. Zijn vader was zeer actief als heilsoldaat en betrokken bij de drankbestrijding. Voskuil heeft nooit een druppel drank aangeraakt en is altijd bezig geweest in het voetspoor van zijn vader de arbeidersklasse op te voeden en enige geestelijke ontwikkeling bij te brengen. Hij genoot een opleiding tot onderwijzer aan de Christelijke Normaalschool voor Onderwijzers en was lid van de Kweekelingen Geheelonthoudersbond. Hij stond maar anderhalf jaar voor de klas, maar zou desondanks altijd door die ervaring getekend blijven: hij was de onderwijzer-socialist bij uitstek. In 1917 koos Klaas Voskuil voor het socialisme en werd lid van de SDAP. Twee jaar daarvoor maakte hij kennis met de journalistiek bij de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. Eerst als administratief medewerker en later als verslaggever. Van 1923 tot 1931 werkte hij als parlementair verslaggever van het Nederlandsch Correspondentiebureau in Den Haag (een van de voorlopers van het ANP). In 1931 trad hij in dienst bij de Arbeiderspers als chef van de redactie van Vooruit, de Haagse uitgave van Het Volk. Uit die tijd stamt zijn innige verbondenheid met Drees, die hij in Den Haag van nabij meemaakte. Tijdens de oorlog kwam een onbekende kant van Klaas Voskuil aan het licht. De stijve partijman bleek als dichter verantwoordelijk voor twee clandestiene uitgaven: Razzia en Mijn oudste zoon wordt morgen achttien jaar (over Han die opgepakt kon worden voor de arbeidsinzet). Ook nadien deed Voskuil nog wel eens aan cultuur. Bijvoorbeeld door het schrijven van het ‘massaspel’ Slavernij en vrijheid, waarvoor ook Vrije Volk-redacteur Simon Carmiggelt twee bijdragen leverde. Zijn grootste bekendheid kreeg Klaas Voskuil na de oorlog. Als hoofdredacteur van Het Vrije Volk, maar vooral als radiospreker voor de Vara. Elke zaterdagavond gaf hij na het amusementsprogramma De Showboat zijn Socialistisch commentaar. Hij deed dat op zulke serieuze en gedragen wijze dat het conferencier Wim Kan de uitspraak ontlokte: 'We hebben wat afgelachen met de oude Voskuil.’ De huisvader Voskuil verschilde niet wezenlijk van de partijman. Hij was bedaard en bevoogdend en door en door loyaal. Voor de zijnen was hij, ondanks die mooie laatstgenoemde eigenschap, onbereikbaar en onaanspreekbaar. Zijn steile karakter maakte hem zeer onhandig in de omgang. Zelf heeft hij dat overigens nooit als probleem ervaren. Integendeel. Hij zag zijn extreme gereserveerdheid niet als handicap maar als kwaliteit. In een interview met Bibeb verklaarde hij: 'Ik ben van achter de IJssel vandaan, daar is men secondair. We hebben allemaal iets afwachtends. Bij ons moet je oppassen. Als ze ja-ja zeggen, is dat nooit ja. ’t Kan “ik zal ’t nog es bekijken” betekenen, ’t kan ook “nee” zijn. Dat is het volk waar ik vandaan kom.’ De ondergang in de jaren zeventig van Het Vrije Volk en de afbraak van De Rode Burcht - het gebouw van de Arbeiderspers te Amsterdam - heeft Klaas Voskuil als een klap ervaren. De voormalige hoofdredacteur die tot ver na zijn pensioen nog elke dag een hoofdredactioneel commentaar schreef, zag het als zoveelste bewijs dat zijn wereld tenonderging. Klaas Voskuil overleed in 1975.