FILM

De stem van een vrouw

Het leven in een land waar openbare bioscopen illegaal zijn, is tamelijk onvoorstelbaar. Maar in Saoedi-Arabië heeft dat klimaat een prachtige film opgeleverd: Wadjda, over een meisje van tien dat ervan droomt een fiets te hebben en zich zo steeds sterker bewust wordt van haar hunkering naar vrijheid. Met haar film maakt regisseur Haifa Al-Mansour furore, ook omdat ze hiermee de eerste vrouwelijke regisseur uit Saoedi-Arabië is die een lange speelfilm maakt. Het werk is tevens het eerste dat volledig in dat land werd gedraaid.

Medium film wadjda

Het is gissen naar de filmcultuur in zo’n verstikkend klimaat. In interviews vertelt Al-Mansour dat ze niet in haar eentje naar de videotheek mag; chauffeurs brengen haar erheen, aangezien vrouwen niet mogen autorijden. Maar je vraagt je af wat er te huren valt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de ondermijnende Italiaanse neorealisten vrijelijk op de rekken te vinden zullen zijn, bijvoorbeeld Vittoria de Sica wiens Fietsendieven uit 1948 juist sterk in Wadjda resoneert. Wie een fiets in Riyad zou stelen, zou aanzienlijk slechter af zijn dan de wanhopige hoofdpersoon in De Sica’s film. Die gaat er met een fiets vandoor die niet van hem is, omdat hij weet dat hij zonder niet voor zijn gezin kan zorgen. Niet dat fietsen in Riyad zeldzaam zijn. Alleen zijn ze niet voor meisjes. En dát vindt hoofdpersonage Wadjda bespottelijk. Waar ze samen met haar ouders in een buitenwijk van Riyad woont, droomt ze ervan een fiets te kunnen kopen. Zo een als die van haar buurjongetje met wie ze speelt zonder na te denken over de ongelijkheid die er officieel tussen hen bestaat. Een fiets? Vergeet het, zegt Wadjda’s moeder. Want je maagdelijkheid! Bovendien wordt Wadjda geacht gehoorzaam te zijn en samen met de andere meisjes op school de ‘godsdienstclub’ bij te wonen waar ze les krijgt in de koran. Maar de opstand broeit in haar.

In Al-Mansours film is de fiets een symbool van onschuld, maar ook van vrijheid. Hierin ligt ook het mooie aan dit werk: het kind snapt niet dat zoiets simpels als een fiets haar niet gegund is vanwege haar geslacht. Langzaam ontdekt ze dat het eveneens niet eerlijk is dat ze geen Amerikaanse sportschoenen mag dragen. Dan wordt Wadjda geconfronteerd met het dilemma in het verhaal: om toch aan haar fiets te komen doet ze mee aan een schoolwedstrijd waarin haar kennis van de koran zal worden getest. Haar deelname en eventuele winst zouden betekenen dat ze zich zou moeten onderwerpen aan het geloof, maar ze zou dan wel de fiets kunnen betalen met het prijzengeld. Doet ze niet mee, dan geeft ze verder vorm aan haar verzet tegen het fundamentalisme. Maar dan geen fiets.

Van haar vader, die vrijwel afwezig is in haar leven, kan ze weinig verwachten. Haar moeder daarentegen leeft met haar mee, ook omdat zij zelf slachtoffer van de onderdrukking is. Haar echtgenoot heeft namelijk besloten een tweede vrouw te nemen, wat haar veel verdriet bezorgt.

Symboliseert de fiets in De Sica’s film de onbereikbare vrijheid voor vader en zoontje, dan staat die in Wadjda voor bewustwording van de vrijheid bij moeder en dochter die zo samen aan de basis van een nieuwe filmcultuur in dat land staan. Aan het begin van de film zegt de schooldirecteur tegen Wadjda: ‘De stem van een vrouw is haar naaktheid. Die mogen mannen niet zien.’ Een stelling die uiteindelijk volkomen belachelijk is – zie Wadjda.


Te zien vanaf 16 mei