Macron in de verdediging

De stemmen van Le Pen

‘Zelfs als Le Pen het komende zondag niet haalt, heeft ze veel redenen om tevreden te zijn.’ Van het noorden tot het zuiden van Frankrijk vindt haar discours van antiglobalisering en anti-immigratie op ongekende wijze weerklank.

Medium anp 50853223
4 april, Marine Le Pen en (rechts achter haar) burgemeester van Henin-Beaumont Steeve Briois op campagne © ALAIN JOCARD / AFP / ANP

Nu de campagne de laatste dagen in gaat wijst alles erop dat de pro-Europese Emmanuel Macron het zal winnen van de nationaliste Marine Le Pen. Toch zijn er nog wel een paar onzekere factoren. Wat de linkse stemmers zullen doen bijvoorbeeld. Thuisblijven, of toch maar tegen heug en meug voor de ‘bankier’ Macron stemmen (Macron werkte enkele jaren bij zakenbank Rothschild). Komende zondag is het vakantie in Frankrijk. Dat kan nadelig voor Macron uitpakken, aangezien zijn electoraat (de ondernemende stedeling) er eerder toe geneigd zal zijn om erop uit te trekken dan de kiezer van Le Pen (de lager opgeleide plattelandsbewoner). Duidelijk is dat Le Pen deze tweede ronde domineert. Ze zet de toon, bepaalt het narratief en drukt Macron constant in de verdediging.

Dat werd maandag pijnlijk duidelijk op de laatste grote verkiezingsbijeenkomst van Macron. Jongeren die achter hem stonden opgesteld scandeerden ‘Nous sommes gentils’ (wij zijn aardig). Het was het gevat bedoelde antwoord op het wat dreigende ‘Nous sommes chez nous’ (hier zijn wij de baas) dat op bijeenkomsten van Le Pen klinkt. Maar het toonde vooral dat Macron reageert, en in een campagne is dat eigenlijk altijd een zwaktebod. Zelfs als Le Pen het komende zondag niet haalt, heeft ze veel redenen om tevreden te zijn. De peilingen zetten haar op veertig procent, ongekend voor een kandidaat van het Front National. Bovendien wist ze voor het eerst een concurrent uit de eerste ronde aan zich te binden: de soevereinist Nicolas Dupont-Aignan. Allemaal signalen dat de ‘normalisering’ van het FN grotendeels geslaagd is.

Nóg hoopvoller voor Le Pen: deze campagne heeft laten zien hoe groot de potentie is voor een discours dat ingaat tegen noties als open grenzen, vrijhandel en wereldburgerschap. In dat opzicht was Macron de gedroomde tegenstander. Hij pleitte exact voor dat waartegen Le Pen al jaren fulmineert. Het was dé uitgelezen kans om haar eigen boodschap van nationale soevereiniteit, immigratiebeperking en identiteit over het voetlicht te brengen.

Steeds meer Fransen onderschrijven haar boodschap, opinieonderzoek wijst ook uit dat ze haar geen regeringsmacht toevertrouwen. Kan Le Pen de kiezer doen vergeten waar haar partij vandaan komt? Het is nog steeds werk in uitvoering bleek vorige week toen de zojuist benoemde interim-voorzitter van het FN het veld moest ruimen toen negationistische uitspraken van hem boven water kwamen. Hoe serieus Le Pen is bleek wel uit het feit dat ze brak met haar eigen vader, de eerder wegens antisemitisme veroordeelde oprichter van het FN, Jean-Marie Le Pen.

Minstens even belangrijk was te laten zien dat de partij bestuursverantwoordelijkheid kan nemen. Met dit doel werden de afgelopen paar jaar twee personen naar voren geschoven: Steeve Briois, de burgemeester van Hénin-Beaumont, en Marion Maréchal-Le Pen, parlementslid namens het departement Vaucluse (en tevens het nichtje van Marine). Briois zit in het noorden, waar sociale achterstand en werkloosheid veel kiezers naar het FN dreven. Maréchal-Le Pen zit in het zuiden waar immigratie uit de Magreb en West-Afrika belangrijke drijfveren zijn. Samen nemen ze de twee gezichten van het huidige Front National voor hun rekening. Antiglobalisering voor de voormalige arbeidersjongen Briois; immigratie en identiteit voor de nationalistisch-katholieke Maréchal-Le Pen.

Wie in Hénin-Beaumont uit de trein stapt wordt direct getroffen door de verroeste kolenwagon bij de ingang van de stationshal. Het is een ode aan de tijd dat hier werd gemijnd. Ook de enorme grauwe afvalbergen rondom het stadje herinneren daaraan. In 1990 sloot de laatste mijn, eerder verdween de textiel en inmiddels is ook de metallurgische industrie zo goed als verdwenen. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn als de regio zichzelf opnieuw had uitgevonden. Maar dat gebeurde niet. Het bassin minier, ooit een bastion van de Parti communiste français, verarmde snel. Het circa 26.000 inwoners tellende Hénin-Beaumont draagt daar de sporen van.

De stad maakt, hoe zeg je dat, een versleten indruk. Ongeverfd houtwerk, bemoste bakstenen muren, en misschien nog wel het meest markante: elektrische bedrading die overal in de straten hangt. Net als elders in de regio staan er bovengemiddeld veel huizen te koop. Er hangt een triestigheid die doet denken aan films van de gebroeders Dardenne of Ken Loach. Circa dertig procent van de bevolking is werkloos. In café Campbell vroeg ik hoe het kon dat de mensen er niet in waren geslaagd iets nieuws te verzinnen na het sluiten van de mijnen. ‘Omdat ze in zichzelf opgesloten zitten’, antwoordde een man zonder te aarzelen vanachter een loterijbiljet. Hij bleek Didier te heten en oogde energiek, tegen het hyperactieve aan. ‘Ze zijn laagopgeleid, hele generaties hebben hun ouders nooit zien werken. Waar zouden ze moeten beginnen?’ Zelf runde Didier een bloemenbezorgdienst in de regio.

Het was de ochtend na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Marine Le Pen was door, al leek dat geen van de zes gasten echt te verbazen. Iedereen had Front National gestemd. Sinds 2014 kent Hénin-Beaumont een burgemeester van het Front National. Dat Steeve Briois werd gekozen was deels te danken aan zijn socialistische voorganger, die wegens een corruptieschandaal had moeten opstappen. Maar het was voornamelijk de vrucht van jarenlang electoraal handwerk. Flyeren, langs de deuren gaan, steeds maar weer. Sinds 1997 al.

In aanloop naar de burgemeestersverkiezingen van 2008 vergezelde ik hem eens tijdens zo’n sessie. Het FN moest actief naar macht streven, had Marine Le Pen bedacht. De partij moest burgemeesterschappen veroveren, afgevaardigden naar de Assemblée sturen, regio’s besturen. In 2008 haalde Briois in de eerste ronde een kwart van de stemmen op. Tijdens de tweede ronde liep hij zich stuk op een ‘republikeins front’ van linkse en rechtse partijen. Maar in 2014 won hij tijdens de eerste ronde direct een absolute meerderheid. Een triomf. ‘Verkiezingen win je altijd buiten de campagne om’, luidt een favoriet adagium van Briois.

Tijdens een lunch in een brasserie niet ver van het stadhuis spreek ik hem opnieuw. We zitten aan tafel met zes medewerkers. Jonge mannen met gel in hun haar, gekleed in pakken die lichtjaren verwijderd zijn van de Parijse boutiques. De sfeer is gemoedelijk. Er is steak-frites met pepersaus. Briois is een stevig gebouwde veertiger met een massieve kaak en een glimlach die niet van zijn gezicht is af te slaan. Op zijn zestiende sloot hij zich aan bij het FN. In zijn eigen succes ziet hij een aanwijzing dat Marine Le Pen het ook kan redden, mogelijk komende zondag al. ‘Het grote verschil met eerdere keren is dat een meerderheid van de Fransen inmiddels overtuigd is van de oplossingen die ze aandraagt.’ Als het alleen over immigratie en veiligheid zou gaan klopt dat. Over de gehele linie is het een derde blijkt uit onderzoek – nog steeds een enorm getal.

Briois noemt Frankrijk ‘slachtoffer’ van de globalisering. De schuld legt hij bij het zittende politieke establishment. ‘Waarom lukt het Duitsland wel om overeind te blijven, en ons niet?’ De oplossing ziet hij in een ‘ander Europa’, een verwijzing naar het ‘Europa van naties’ dat Le Pen bepleit. Met zijn hoofd knikt hij richting het grote plein, naar de kerk die in de steigers staat. ‘Er is geen economisch patriottisme. Van de EU moeten we zulke projecten Europees aanbesteden, maar Franse bedrijven zouden voorrang moeten krijgen.’ In de praktijk valt het met dat gebrek aan economisch patriottisme overigens erg mee. Parijs beschikt over allerlei instrumenten om buitenlandse bedrijven buiten de deur te houden.

‘Ze zijn laagopgeleid, hele generaties hebben hun ouders nooit zien werken. Waar zouden ze moeten beginnen?’

De in 1926 gebouwde kerk was een van de projecten die Briois als burgemeester ter hand nam. Ook verlaagde hij de lokale belastingen, bracht de gemeentelijke financiën op orde, repareerde de wegen, verdubbelde het aantal agenten en liet het stadspark opknappen. Driekwart van de bevolking toonde zich tevreden, meer dan tien punten boven het landelijk gemiddelde. Daarmee groeide Hénin-Beaumont uit tot een laboratorium van het Front National, precies zoals Marine Le Pen het bedacht had.

Inmiddels staan het dessert op tafel. Briois neemt een hap van zijn crêpe en vervolgt: ‘Zodra het FN aan de macht komt wordt het chaos, zeggen onze tegenstanders steeds. Zo was het ook bij mij in de gemeente. Bedrijven zouden vertrekken, ik zou allerlei fascistische maatregelen treffen. Hier kunnen we laten zien dat we verantwoordelijkheid kunnen dragen, beloftes kunnen nakomen.’

Het neemt niet weg dat de betrekkingen met de lokale krant Voix du Nord gespannen zijn. De redactie klaagt over ‘juridische geseling’ door het gemeentebestuur dat aldoor weerwoord afdwingt op wat het beschouwt als tendentieuze of foutieve berichtgeving. Er ontstond ophef toen Briois de subsidie introk van de Liga voor de mensenrechten. ‘Bij elke verkiezing bracht die club een negatief stemadvies op ons uit’, verklaart hij. ‘Maar volgens de wet dienen organisaties die overheidssubsidies ontvangen zich verre te houden van de politiek. Ik handelde dus gewoon overeenkomstig de wet. Maar het beeld dat blijft hangen is dat ik een fascist ben die een mensenrechtenorganisatie de nek omdraait. Om hoeveel geld ging het? Driehonderd euro per jaar.’ Briois maakt een wegwimpelend gebaar. Een paar dagen na ons gesprek in Hénin-Beaumont werd hij tot hogere functies geroepen. Benoemd als interim-voorzitter van het FN.

Het decor in Carpentras is geheel anders. Daar wordt de omgeving niet gedomineerd door grijze afvalhopen, maar door de majestueuze Mont Ventoux. In de valleien lopen de wijnranken uit en de namen van de dorpjes in de omgeving verraden bekende appellations: Châteauneuf-du-Pape, Vacqueyras, Beaumes-de-Venise… In de velden bloeien klaprozen, langs de weg staan wilde irissen. Carpentras begon ooit als een Romeinse vesting. Gedurende de Middeleeuwen groeide het uit tot een vluchthaven voor elders vervolgde joden: Les Juifs du Pape. Het kent de oudste synagoge van Frankrijk en een van de oudste van Europa. Carpentras was altijd welvarend – vooral dankzij de wekelijkse markt. Je ziet het aan de fraai gerestaureerde hôtels particuliers in het oude centrum en nog altijd bevinden zich onder de arcades veel luxe winkels, variërend van juweliers, modezaken tot exquise wijnwinkels.

In Carpentras (circa 28.000 inwoners) bedriegt de schijn in zoverre dat er naast rijkdom óók veel armoede is, vooral in het omliggende departement, de Vaucluse – het op zeven na armste van het land. Dit hangt samen met de ingestorte fruitindustrie, een gevolg van een toevloed van Spaanse producten. De beroemde aardbeien van Carpentras zijn op de markt negen euro de kilo; de Spaanse heb je al voor drie. Die toevloed van goedkoop fruit is weer een gevolg van het opengrenzenbeleid van de Europese Unie.

Toch is dat niet de voornaamste reden dat de mensen in deze streek over het algemeen rechts, tot zéér rechts stemmen. ‘Men beseft niet hoezeer kiezers in de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur geradicaliseerd zijn op het terrein van immigratie en identiteit’, citeert Michel Henry, auteur van La Nièce, een recent verschenen biografie over Maréchal-Le Pen, een medewerker van een naburige rechtse burgemeester. Lange tijd ving de rechterflank van Les Républicains dat op. Maar het Front National is overal aan een opmars bezig.

In Carpentras is de meeste immigratie afkomstig uit Marokko en in mindere mate uit Algerije. In de wijk Pous du Plan, even buiten de stad, ontmoette ik Mohamed Khadraoui, een 69-jarige Marokkaan, afkomstig van de eerste generatie immigranten. Samen met een vijftal leeftijdgenoten zit hij gemoedelijk op een muurtje op het pleintje tussen de flats. Hij kwam in 1973 vanuit de buurt van Meknes naar Frankrijk. Hij werkte in de fruitpluk, in de bouw, in de wijn, waar al niet. Het was niet vooraf bepaald dat hij zou blijven, maar zo liep het nu eenmaal. Na verloop van tijd liet hij zijn vrouw overkomen. Ze kregen zes kinderen. Allemaal wonen ze in de wijk. Khadraoui wijst één voor één de afgebladderde gebouwen in de omgeving aan. Compacte woonkazernes, zo neergezet dat ze een wereld op zich vormen, afgeschermd van de omliggende omgeving. Khadraoui schat dat driekwart van de bewoners van Marokkaanse herkomst is. Zeventig procent in de wijk leeft onder de armoedegrens.

Bij de ingang van de wijk wordt een groepje jongens geleidelijk steeds nerveuzer. Guetteurs, daar neergezet om de plaatselijke drugshandel tegen pottenkijkers van buiten te beschermen. Er weerklinken kreten. Ik kijk opzij naar Khadraoui, die net als de anderen net doet alsof hij niet door heeft wat er gaande is. Bij het verlaten van de wijk komen twee jongens voor me staan. ‘Wie ben je?’ zegt de kleinste. ‘Wat zoek je hier? Wegwezen, ik wil je hier nooit meer zien.’ Ik schat ze een jaar of veertien, vijftien.

In het centrum van Carpentras zie je zo nu en dan wel Arabisch ogende jongens slenteren. Ze maken een onthechte indruk. Zo kun je veilig stellen dat de allochtone en autochtone populatie volkomen langs elkaar heen leven. Alleen op de vrijdagse markt is er contact en voor Pierre (geen achternaam) is dat een groeiende bron van ongemak. ‘Ben je op de markt wezen kijken?’ vraagt hij. ‘Inmiddels zijn driekwart van de kooplui Arabisch.’ Pierre (62) is een huisvriend van de mensen bij wie ik verblijf, in een Airbnb te midden van uitgestrekte wijngaarden ten noorden van de stad. Hij is met pensioen, gebruind en opgewekt. Een beetje porren is genoeg om hem leeg te laten lopen. Hij zegt niet langer te willen betalen ‘voor al die moslima’s wier enige levensdoel’ is om kinderen te krijgen ‘vanwege de kinderbijslag’. ‘Zo is het alsof ik de aanstaande islamitische overheersing financier.’

Ongevraagd begint Pierre over zijn Marokkaanse tuinman die op vrijdag weigert te werken. Of over diens oudste zoon die in ‘een villa’ woont. Pierre had nog geld van hem tegoed. ‘Kan ik dat dan en dan komen ophalen?’ vroeg hij. Nee, dan was hij er niet. Kon zijn vrouw het dan niet even afgeven? Nee, dat mocht niet van zijn geloof. ‘Dat wil ik dus niet hebben hè’, briest Pierre, ‘zeker als wij straks in de minderheid komen te verkeren.’ Pierre stemt nog niet eens Le Pen. Hij had de eerste ronde op François Fillon gestemd, de inmiddels uitgeschakelde kandidaat van Les Républicains. Van de grootschalige corruptie waarvan Fillon werd verdacht maakte hij geen enkel probleem.

Echt opkijken van de xenofobie die ik om me heen proefde deed ik niet. Van Nice tot Perpignan, overal klonken dergelijke geluiden. Er zouden ‘te veel’ Arabieren zijn. Ze zijn verantwoordelijk voor criminaliteit, en voor terreur. De eigenheid van de Franse cultuur was in het geding, of elk geval, zo voelde het. Dat Marion Maréchal-Le Pen hier in 2012 vanuit Parijs werd ‘geparachuteerd’ was niet toevallig. In 2002 haalde haar grootvader in de Vaucluse de hoogste score van het hele land. Maréchal-Le Pen bleek direct bij de eerste ronde al goed voor 34 procent van de stemmen. En zo werd ze op haar 22ste de jongste afgevaardigde uit de geschiedenis van de Vijfde Republiek. Nu is ze 27, landelijk bekend en razend populair onder de sympathisanten van het FN. Ze lijkt een grote toekomst in de Franse politiek tegemoet te gaan.

‘Mensen mogen wortels elders hebben, maar geen andere cultuur. Dat leidt alleen maar tot spanning en conflicten’

Anders dan haar tante hecht ze aan haar katholieke wortels. Deze week zei ze op televisie nog eens dat het in 2013 ingestelde homohuwelijk zal worden teruggedraaid als het aan haar ligt. En toen ik haar vorige week opzocht, in haar permanence in een achterafstraatje van Carpentras, kwamen herhaaldelijk de ‘christelijke wortels’ van Frankrijk ter sprake. De Franse identiteit? Dat is een ‘zinnelijke band’ met ‘het land, een keuken, een landschap’. Volgens haar omstreden grootvader, met wie ze een innige band onderhoudt, vertegenwoordigt Marion het ‘ware Front National’, zo zei hij in het Franse Vanity Fair.

‘Het is een droevige situatie’, erkent Maréchal-Le Pen wanneer ik haar vraag naar de gescheiden werelden waarin de inwoners van de stad leven. Kom bij haar niet aan met verhalen over discriminatie, werkloosheid of Willkommenskultur. Als de Noord-Afrikaanse immigranten zo afgezonderd leven, is dat in de eerste plaats een gevolg van de ‘re-islamisering’ die optrad bij de tweede en derde generatie immigranten. Ook wijst ze beschuldigend naar ‘de elites’, in de ban als die zouden zijn van een postkoloniaal schuldgevoel en daarom geen eisen aan de nieuwkomers durven te stellen.

Uiteindelijk blijft het gewoon een kwestie van aantallen. ‘Als de groep té groot wordt is er geen noodzaak tot assimileren met de dominante groep.’ Assimilatie in de dominante cultuur kan alleen succesvol met een minderheid, zegt ze. ‘Wij willen géén multicultureel land. Zeker, mensen mogen wortels elders hebben, maar geen andere cultuur. Dat leidt alleen maar tot spanningen en conflicten. Zeker met mensen uit niet-Europese culturen. Want die hebben vaak radicaal andere gewoonten, denk aan polygamie, of hebben een heel andere opvatting wat betreft de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.’

Het FN maakt een groot punt van veiligheid, in het bijzonder van islamitisch geïnspireerde terreur. Op welke wijze denkt Maréchal gewone moslims gerust te stellen, bevreesd als die zijn om over één kam met radicale islamisten te worden geschoren? ‘Wij maken altijd onderscheid tussen islam en islamisme’, zegt ze ferm. ‘Altijd.’

In Pous du Plan denken ze daar heel anders over. ‘Het zit ’m in de toespraken’, zegt Farid Chrifi, een sociaal werker die ik leerde kennen in de wijk. ‘Daarin gaat het steeds over de islamisering van Frankrijk die aanstaande zou zijn. En steeds in hyperbolen, alsof het vijf voor twaalf is. Marine Le Pen heeft het over boerkini’s, halal vlees en hoofddoeken – maar dat zijn codewoorden. De onderliggende boodschap is steeds dat je geen Fransman én moslim kunt zijn, dat we er nooit écht bij zullen horen.’

Chrifi (36) is een kleine man met een hoog voorhoofd, een rechte neus en een getrimde baard. Hij beweegt zich tussen een gebouwtje op het centrale plein van Pous du Plan en een soort jeugdhonk in het oude centrum. Hij heeft in totaal zestig jonge kinderen onder zijn hoede die hij onder andere huiswerkbegeleiding geeft. Hij heeft twee medewerkers, maar zou er graag nog eentje bij hebben. Zoals hij ook graag een politiepost in de wijk had, net als vroeger, vóórdat Sarkozy de wijkpolitie afschafte. De terreurgolf die Frankrijk overspoelde sinds de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo had grote impact op de groep kinderen, vertelt Chrifi. Nooit eerder hadden ze nagedacht over wat het betekende om Frans te zijn. Nu kregen ze overal signalen dat ze alles waren behalve dat. Hoe? ‘Door de blikken op straat’, zegt Anaïs Benameur (17), een van de drie meisjes die Chrifi in zijn bestelbus heeft laten aanrukken. ‘Ze bezagen ons als monsters. Maar die aanslagen gingen juist tegen alles in waar de islam in mijn ogen voor staat.’

Chrifi besloot het initiatief te nemen en zocht contact met het kabinet van de burgemeester, een socialist. Zo werd het plan geboren om met een groep naar Parijs te reizen en daar niet alleen de grote musea te bezoeken, maar ook het parlement. ‘Ik wilde dat ze leerden dat ze Frans én moslim konden zijn’, zegt hij. Met een groep van 24 reisden ze af. Anaïs, die een hoofddoek draagt, was mee. Net als de twee andere meisjes (allebei zonder hoofddoek). Alle drie zitten ze op een lycée professionel, het Franse vmbo. De reis was zo’n succes dat er een plan rees om naar Brussel te reizen. Veertien tekenden daarvoor, van de ouders werd een bijdrage van 150 euro gevraagd. Vorige maand gingen ze. Opnieuw bezochten ze musea. Maar ook het Europees Parlement. ‘Het was verrukkelijk’, zegt Anaïs kortweg. En wat ‘Frans’ is? ‘Je ergens in begeven’, vervolgt ze. ‘Je met de samenleving engageren.’

Medium anp 50782836
Marion Maréchal-Le Pen, 19 april in Marseille tijdens de Front National-campagne © ANNE-CHRISTINE POUJOULAT / AFP / ANP

Hoe zal het het Front National na de verkiezingen van zondag vergaan? Zal de ‘dédiabolisation’ (normalisering) waar Marine Le Pen de afgelopen jaren zo voor heeft geijverd zich voortzetten? Maréchal-Le Pen is geen fan van de term. ‘Het veronderstelt dat wij eerst de Duivel waren.’ Ze aarzelt even. ‘Tegelijk begrijp ik ook wel wat ermee bedoeld wordt. Het is Marine die daar het meest aan gedaan heeft. Zij belichaamt de nieuwe generatie. Voorheen ging het om de strijd tegen het communisme, de wonden die het verlies van Algerije had geslagen. Nu gaat het meer over het islamisme en globalisering. Daarop is het ook discours aangepast.’ Wat de partij volgens Maréchal-Le Pen echt heeft genormaliseerd is ‘de realiteit’. ‘Als je dertig jaar geleden vragen stelde over immigratie keken mensen je niet-begrijpend aan. Moet je nu eens zien.’ Het neemt niet weg dat het Front National een partij blijft met een verleden. ‘Vichy’, de vuile oorlog in Algerije, het antisemitisme van Jean-Marie – zaken die je niet zomaar even wegpoetst.

In Dans la tête de Marine Le Pen, een beknopte maar lucide ideeëngeschiedenis van het huidige FN, betoogt de filosoof Michel Eltchaninoff dat Le Pen in wezen oude wijn in nieuwe zakken is. Ze heeft de oude mythes van extreem-rechts (de notie van decadentie, de mogelijkheid tot heil, het complot en de Wedergeboorte) nieuw leven in geblazen. Daarmee heeft zij volgens Eltchaninoff geen afstand van extreem-rechts genomen, maar er juist een nieuwe invulling aan gegeven.

Ondertussen is gebleken dat een debat langs de lijnen ‘winnaars’ en ‘verliezers’ van de globalisering het FN geen windeieren heeft gelegd. Mocht Macron komende zondag inderdaad winnen, dan heeft hij vijf jaar de tijd om te zorgen dat het kamp van de ‘verliezers’ niet groter wordt dan het nu al is. Dat is geen geruststellend vooruitzicht, omdat nog maar helemaal moet blijken of hij daarvoor de gelegenheid krijgt. In de eerste ronde stemde meer dan vijftig procent van de kiezers tegen zijn open visie op de globalisering. En dan moet hij in juni nog een Kamermeerderheid voor elkaar zien te boksen. Een schier onmogelijke opgave.

In sommige linkse kringen heet het nu dat een stem op Macron feitelijk een stem op Le Pen is. Dat volgens de redenering dat vijf jaar Macron zó veel ellende zal veroorzaken dat Le Pen in 2022 het Elysée binnen kan lopen. Macron onderscheidde zich met een optimistische campagne. Mocht hij zondag winnen dan zal hij dat optimisme de komende vijf jaar nog hard nodig hebben.