Beginselprogramma doorgelicht

De stenen tafelen van de SP

De SP heeft in haar nieuwe beginselprogramma de marxistische dogma’s overboord gegooid. PvdA’er Thijs Wöltgens bespreekt het vernieuwingsdocument.

Nog net voor de millenniumwisseling heeft de Socialistische Partij zich geopend voor de moderne wereld. Het negende congres stelde op 18 december 1999 een nieuw beginselprogramma vast, de kernvisie van de SP. Is het de onmiskenbare katholieke tongval van aanvoerder Marijnissen die de vergelijking met de poging tot aggiornamento van het Tweede Vaticaanse Concilie zo onbedwingbaar maakt? Of is het toch het woordgebruik dat de herinnering aan het postconciliaire proces oproept? In dat proces werd vaak gesproken over de ‘heelheid van Gods schepping’. En waartoe roept de kernvisie van de SP op? Inderdaad, tot het aanwenden van creativiteit en inzet ‘ten behoeve van heel de mens, heel de natuur en heel de aarde’. Als goede katholiek prevelde ik als vanzelfsprekend na die eindzin ‘amen’. De kernvisie zelf beperkt haar titel overigens tot Heel de mens.


Hoeveel decennia geleden is het dat een onbekende ingenieur dit soort teksten verzamelde onder de leuze ‘De mens centraal!’? Het is alsof de Een Mei- en de Acht Mei-beweging zich niet hebben weten te onttrekken aan het globaal-kapitalistische fusieproces. Samen op weg, maar niet naar ‘Brutopia’. ‘Brutopia’ is ‘het normloze en ongeremde, brute en brutale kapitalisme’. Wel samen op weg naar het onbekende alternatief, waarin ‘de mens de maat van alle dingen is’. En waarin recht gedaan wordt aan ‘de samenhang der dingen’.


Het is niet zo eenvoudig om een beginselprogramma te schrijven. Wat mensen bindt, zijn liefde, rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid. Het is moeilijk om deze grote woorden in hun oorspronkelijke glans te herstellen. ‘Ik hou van jou’ is een enkele keer de meest spannende bekentenis, maar helaas is zelfs deze existentiële mededeling niet gevrijwaard van slijtage door veelvuldig gebruik. Zo is het ook moeilijk om het enthousiasme te reconstrueren van de Franse revolutionairen over de trits ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Bedoelden zij met vrijheid dat je tomaten naar democratisch gekozen politici mocht gooien, bedoelden zij met gelijkheid dat er geen leiding meer hoefde te zijn en bedoelden zij met broederschap dat hechte gemeenschappen zich mochten afsluiten tegen vreemdelingen? We weten uit de geschiedenis van de Franse Revolutie dat dezelfde grote principes zowel als rechtvaardiging dienden voor een democratische republiek als voor een jacobijnse dictatuur. En ten slotte zelfs voor een monarchaal keizerschap. De onontkoombare grote woorden van een discussie over beginselen verhinderen wel tegenspraak (wie is er tegen vrijheid?) maar verbergen vaak de echte tegenstellingen. De echte tegenstellingen blijken pas als algemeen aanvaarde beginselen met elkaar botsen. Welk beginsel heeft voorrang als de vrijheid van schoolkeuze leidt tot witte en zwarte scholen? Is het de vrijheid of zijn het gelijkheid en broederschap?


Toch is het interessant de keuze van beginselen door de SP nader te bekijken. Zij onderscheidt drie uitgangspunten: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Opvallend is het ontbreken van vrijheid en rechtvaardigheid. De vrijheid is onderdeel van de menselijke waardigheid (het recht om in vrijheid mee te beslissen over de inrichting van de samenleving en een eerlijke kans voor ieder mens om in vrijheid te midden van anderen en met respect voor alles wat leeft zijn persoonlijk geluk na te streven). Rechtvaardigheid gaat schuil achter gelijkwaardigheid en solidariteit.


In de hiërarchie der waarden verliest de vrijheid het van de sociale controle. Democratie betekent volgens de SP onder andere dat burgers directe invloed krijgen op hun woon- en leefomstandigheden. Maar het is juist deze opvatting die met behulp van de SP verhindert dat buurten in hun nabijheid opvang van verslaafden tolereren.


In diezelfde hiërarchie verliest de rechtvaardigheid het van de gelijkheid. De intrinsieke rechtvaardigheid van het interveniëren in Kosovo wordt echter niet aangetast door de wetenschap dat niet elders in de wereld in gelijke omstandigheden op een gelijke wijze gereageerd wordt. Recht is meer dan een instrument om gelijkheid of gelijkwaardigheid af te dwingen. Ook in een wereld van gelijken is er voor het recht nog veel te doen.


Dat brengt me op een ander punt van kritiek. De SP is een nationalistische partij. Onze militaire inspanningen moeten zich richten op het beschermen van onze territoriale integriteit. Dat is een even zinloze als kostbare opgave. Moeten we de Duitsers of Engelsen kunnen weerstaan? Is het niet beter deel uit te maken van een democratische alliantie (wat mij betreft een Europese)?


Op welhaast beschamend populistische wijze wordt de vloer aangeveegd met de Europese Unie. Het napraten van allang niet meer geldige verhalen over het democratisch tekort leidt niet tot het aanbieden van voorstellen tot verbetering, maar tot een anachronistische terugtocht achter de Hollandse waterlinie. Zelfs een hernieuwde inundatie maakt ons land nog niet tot een eiland in de wereld. Het gekke is dat de SP zich in haar analyse zeer bewust toont van de mondiale ontwikkelingen, de economische en financiële globalisering. Dan getuigt het van utopische overmoed om te denken dat Jan Marijnissen en de zijnen over genoeg vingers beschikken om de gaten te vullen in de dijken die de Lage Landen beschermen tegen de neo-liberale stormvloed. Moeten we niet juist die potentieel machtige EU gebruiken om de spelregels van de wereldmarkt aan te passen? Hebben niet uitgerekend de Europese christen-democratie en sociaal-democratie, de bouwers van de nu door de SP zo omhelsde verzorgingsstaat, alle belang om de essentie daarvan te verdedigen? En is het niet juist de taak van de SP om hen daarin aan te jagen (in plaats van zich buitenspel te plaatsen)?


Al lezende begon ik mij hoe langer hoe meer af te vragen: wat moet de SP eigenlijk met dit beginselprogramma? Ik kan tot geen andere conclusie komen dan dat het de voornaamste functie van deze Kernvisie ’99 is om af te komen van het vorige beginselprogramma. Dat was kennelijk te herkenbaar als orthodox marxistisch. De ware liefhebber vindt ook in het nieuwe beginselprogramma aanknopingspunten die herinneren aan de alomvattendheid — vriendelijk gezegd: het holisme, onvriendelijk gezegd: de totalitaire ambitie — van de oude dogmatiek. De oecumenische vertaling daarvan in ‘heelheid’ en de herhaaldelijk gepostuleerde ‘samenhang der dingen’ kiezen juist voor de verkeerde Marx. De goede Marx, die de SP wat mij betreft expliciet had mogen vermelden, is de onovertroffen analyticus van het kapitalistisch proces. Die is juist nu actueel.


Natuurlijk valt er ook iets positiefs over Heel de mens te zeggen. Misschien is wel het belangrijkste dat het nieuwe programma geen al te grote beperkingen oplegt aan de kamerfractie van de SP om als deel van de linkse oppositie effectief te kunnen opereren. Zij moet zich niet manifesteren als aparte socialistische beginselpartij, maar als parasiet (luis in de pels) van een sociaal-democratie die al te sociaal-liberaal dreigt te worden. In die functie kan zij best plezier beleven aan voorstellen die tot het klassiek sociaal-democratisch repertoire behoren, zoals een gekozen staatshoofd, een maximuminkomen (al is het alleen maar een morele grens), de verplichting voor werkgevers om gehandicapten in dienst te nemen, een progressieve belasting op inkomens, vermogens en erfenissen, nationale gezondheidszorg en het tegengaan van commercie in de informatieverschaffing en cultuur.


Mijn bijzondere sympathie geldt echter twee op het eerste gezicht nogal weinig met elkaar verband houdende onderwerpen. Het eerste onderwerp is euthanasie. Ik vind dat de SP daarin behoedzaam als geen andere partij opereert. Het tweede onderwerp is het voorstel om filosofie als basisvak in het onderwijs in te voeren. Dat is een gedurfd voorstel. Want het is twijfelachtig of de realisatie van dat voorstel de overlevingskansen van de SP vergroot.



THIJS WÖLTGENS