De Ster van Betlehem

Het abstract worden van moderne kunst is een verrijking ervan. In abstracte werken zie je meer, omdat je niet wordt afgeleid door figuratie. Te begrijpen is er niets.

Medium mondriaan 202016c0076
De schilder wil niet dat we het beeld als een deling van het vel papier lezen

Liever heb ik het over een leidende gedachte. Dat is troostrijker. Een goede honderd jaar geleden, begin twintigste eeuw dus, waren er kunstenaars in de wereld die in de loop van hun werk al doende erachter kwamen dat je in een schilderij ook los van natuurlijke motieven in mooie kleuren kon schilderen. Zo ontstond wat abstracte kunst is gaan heten. Velen hebben zich daarover opgewonden: het zou een verschraling en verarming zijn van de kunst. Maar over nieuwe vormen van kunst hebben mensen zich altijd kwaad gemaakt. Pas in de hete Zuid-Franse zomers zag Van Gogh hoe laaiend zonovergoten geel eruit kon zien. Om dat te kunnen schilderen moest hij de verf dikker op het doek smeren en ook de penseelstreek zwaarder maken. In kleurrijke landschappen van Claude Monet had hij gezien dat je als schilder zo driest kon zijn – en dat je de precieze vorm van rode bloemen kon vergeten en dat je, los van de vorm, dat rood met vette verf veel roder kon maken. Zo kwamen ze, met hun impressionistische manier van doen, bij de essentie van schilderkunst: de onbeschrijflijke betovering van kleur. Dat is geen gedachte maar veeleer een conclusie uit de praktijk. In 1907 maakte Mondriaan op karton een grijsgroen landschapje met in een bleekblauwe lucht een verdwaalde wolk, eerder een schets dan een schilderij. De wolk, kennelijk beschenen door de ondergaande zon, is helder rood (tegen oranje) en extra rood omdat Mondriaan met korte penseelstreken het volume ervan verzwaarde. Wat hem bezighield was eerder dat stralende rood dan het zweven van de wolk.

Toen ongeveer kwam de mogelijkheid in de kunst dat je ook alleen kleuren kunt schilderen – in vormen die algemeen blijven en niet op iets anders lijken. Zodoende is er nu, honderd jaar verder, Callum Innes die op papier een versie van strak oranje schildert. Net als bij Van Gogh en Mondriaan gaat dat met weer geheel eigentijdse overwegingen. Die zijn methodisch. Hij besloot met olieverf kleur te schilderen op bruinig oliepapier. Dat wordt als verpakking gebruikt voor bepaalde ijzerwaren omdat het helpt tegen roesten. Het is glad en betrekkelijk hard zodat verf er niet in wegzakt. Ook vlak en egaal geschilderde kleur behoudt wat volume. Dat vel oliepapier bepaalt dus hoe fysiek de kleur in het vlak verschijnt. Het is horizontaal in twee helften gedeeld. Het bovenste oranje deel is wat hoger dan het onderste. De schilder wil niet dat we het beeld als een deling van het vel papier lezen. De twee vlakken kleur (oranje en grijs) liggen tegen elkaar, maar rondom het vel is een smalle rand vrijgelaten. Zo worden de vlakken kleur niet afgesneden en lijken ze niet op segmenten van grotere vormen. Het dichte vlak oranje is compact geschilderd met gelijkmatige horizontale streken van de kwast. De kleur heeft een gewicht zodat het vlak ook iets weg heeft van een blok – te meer daar het grijs, daaronder, verticaal is geschilderd met sterk verdunde olieverf en neerwaarts lijkt te zakken. Het grijs beeft meer.

Medium innes

Om naar zo’n werk te kijken is aandacht en vooral geduld nodig. Te begrijpen is er niets. Het bewegen van verf en kleur, heen en weer, op een vlak kun je gewoon zien. Dat zien is waarom het gaat. In abstracte kunst zie je ook meer omdat je niet wordt afgeleid door figuratie – zoals ook schilders zich niet laten afleiden. Het abstract worden van moderne kunst is een verrijking daarvan. Die grote leidende gedachte zien we uitgedrukt in Mondriaans Compositie met gele lijnen uit 1933. Voorlopig hangt dat fabelachtige meesterwerk nog als de Ster van Bethlehem boven de kunst te stralen. Het duurt even voordat je ziet dat de vier lijnen helder geel, in de hoeken van de ruit, elk een iets andere breedte hebben. Eigenlijk zijn ze zo breed dat we ze ook smalle vlakken kunnen noemen. Binnen de geometrische helderheid zijn er dus toch kleine ongelijkheden die ervoor zorgen dat de hele compositie, om te zien, onvergelijkbaar en toverachtig in beweging blijft.


PS. Werk van Callum Innes is tot begin januari te zien in Galerie Slewe, Amsterdam. Een overzicht van zijn kunst loopt tot 23 februari in Museum De Pont, Tilburg (met catalogus)

Beeld: Piet Mondriaan, Compositie met gele lijnen, 1933. Olieverf op doek, h 80,2 x b 79,9 x diagonaal 112,9 cm (Gemeentemuseum Den Haag); (2) Callum Innes, Untitled from the Cento Series, 2016, olieverf op oliepapier, 130 x 100 cm(Courtesy Slewe Gallery, Amsterdam)