Eilandenrijk: De Gereformeerden van Oosterend

De sterke man van Oost-Texel

Terwijl de kerk steeds meer wegvalt als sociaal bindmiddel, floreert op Oost-Texel de Gereformeerde Gemeente van Wim Ploeg. ‘Vroeger voetbalde ik met deze kinderen op straat, nu is dat ondenkbaar.’

Het dorp had de kerk in het midden
tenminste de grote kerk
je kon er op meer plaatsen bidden
de splijtzucht tierde er sterk
(Dichteres Inge Lievaart, Oosterend)

EEN GEHUCHT op het oostelijke puntje van Texel bestaande uit zo'n twaalf beklinkerde straatjes die samenkomen op het centrale kerkpleintje omringd door kleine vissershuisjes. Voor fietsers op doortocht zijn er een eetcafé en een pannenkoekenhuisje. Afgezien van de lieflijkheid die het plaatsje uitstraalt, lijkt er verder weinig bijzonders aan Oosterend.
Toch ligt de geschiedenis hier voor het oprapen. In de decennia waarin bijna elke Nederlander zich exclusief binnen zijn eigen geloofsgemeenschap of ideologie bewoog, mocht Oosterend met recht het Madurodam van een verzuild land worden genoemd. Maar liefst vijf gebedshuizen staan op nog geen hectare grond. Niet voor niets werd het dorp vanwege religieuze diversiteit en godsdienstige twisten lange tijd betiteld als ‘klein Jeruzalem’.
Maar nergens staat de tijd stil. Tegenwoordig staan de katholieke kerk, de doopsgezinde kerk en de kerk voor minder orthodox gereformeerden leeg. Pronkstuk is de Maartenskerk in het centrum, met gedeeltes uit de twaalfde eeuw. Dit is het domein van de Protestantse Kerk in Nederland, een geloofsgemeenschap die even rap vergrijst als elders in het land. Er lijkt in het dorp nog maar één echte zuil overeind te staan: de Gereformeerde Gemeente. Deze Gemeente, die bijna 45 jaar geleden werd opgericht, houdt haar diensten in een uit 1865 stammende school die tot gebedshuis is omgebouwd. Het aantal gelovigen van de Gemeente in Oosterend was 69 in 2010. Een kleine minderheidsgroep dus in een dorp met twaalfhonderd inwoners.
Toch drukt de Gemeente, ook wel 'Starkenkerk’ genoemd, naar de oprichter, wel degelijk haar stempel op het dorp. Petra Barnard, predikant van de PKN-fusiekerk in Oosterend, drukt het sterker uit: 'Ze hebben de dorpsstructuur in de afgelopen decennia blijvend veranderd.’
Dat is in grote mate te danken aan een orgelbouwer die in 1966 het vasteland verliet en in het huwelijk trad met de dochter van kerkvader Stark: Wim Ploeg. De 69-jarige Ploeg is de onbetwiste herder van de Gemeente, in zowel kerkelijke als economische zin, de natuurlijke opvolger van zijn schoonvader Frans Stark, die in 1940 met zijn jonge gezin een door bommen verwoest Rotterdam verruilde voor zijn geboortedorp Oosterend. De geloofsgemeenschap die hij in het dorp stichtte stond lang onder gezag van de kerk op het vasteland, tot Stark in 1967 alle banden doorsneed. De volgelingen van de zelfstandige Gemeente werden op straat al snel tot de 'starkies’ omgedoopt.
Wim Ploeg ontwikkelde zich in de loop der jaren tot de meest invloedrijke starkie op het eiland. Nadat hij zich eerst had gericht op de bouw van elektrische orgels zette hij begin jaren tachtig Snelstart Software op, inmiddels een begrip in Oosterend. Het miljoenenbedrijf ontstond nadat hij met zijn oudste zoon, toen nog geen twaalf jaar oud, een succesvol boekhoudprogramma op MS-DOS ontwikkelde. De website van het bedrijf is uiteraard op zondag niet online. Hoe ironisch dat juist nieuwe technologie zo'n voorspoed bracht voor een groep die zich erop laat voorstaan moderniteiten als televisie en internet af te keuren.

DE TEXELSE schrijver Nico Dros werd geboren op een steenworp afstand van Oosterend. Zelf niet kerkelijk opgevoed raakte hij gefascineerd door het gesloten wereldje van de gereformeerden en bracht in 2010 het boek De sprekende slang uit over de strenggelovigen van het kleine Jeruzalem. Als de gezinsgrootte in deze kring gehandhaafd blijft en er zo nu en dan gelijkgestemde gezinnen van het vasteland worden aangetrokken, zal deze minderheid volgens de schrijver over enkele tientallen jaren de overhand hebben in het dorp.
Het via omwegen opkopen van plaatselijk onroerend goed door Ploeg past volgens de schrijver in deze ontwikkeling. De Oosterendse magnaat kan met gemak een half uur over eigen land ten westen van het dorp wandelen. Wanneer hij op de koffie gaat bij de boerderijen die door zijn toedoen in de 'zware’ handen van gelijkgestemden zijn overgegaan, zou hij zo een hele middag kwijt zijn.
Aan de westkant van het dorp wordt momenteel druk gebouwd aan de uitbreiding van vakantiepark De Verrassing. Het park is al sinds mensenheugenis in het bezit van de familie Stark en trekt ’s zomers van heinde en verre gereformeerde families aan die op hun manier de bloemetjes buiten zetten. Met als gevolg dat de zondagse kerkdiensten in Oosterend in die periode opeens door honderden mensen worden bezocht. Om die toestroom te accommoderen verhuist de dienst naar de grote Maartenskerk. 'Dan moeten we na afloop van de reguliere dienst de boel versoberen’, zegt dominee Barnard. 'Alle kleedjes, bloemen en kaarsen gaan dan de kerk uit.’
Volgens Corrie Timmer, journaliste van de Texelse Courant, valt dan des te meer op hoe extreem de Oosterendse tak is: 'De gereformeerden van het vasteland lopen er dan best vrolijk bij in zomerkleren. De gastheren blijven echter ook in de zomermaanden vasthouden aan hun sombere zwarte klederdracht.’
Arjan Trap, uitbater van het enige café in het dorp, beaamt het verschil: 'In de zomer komen soms wat van die vakantie vierende meisjes wat drinken in De Kroonprins. Ze moeten strikt om twaalf uur naar huis, maar toch. Dorpse gelovigen krijg ik hier niet over de vloer.’ Wanneer het vijfjaarlijkse dorpsfestijn Oosterend Present plaatsheeft, komt volgens Trap standaard een vertegenwoordiger van de Gereformeerde Gemeente zich melden bij de organisatie om zijn afkeuring uit te spreken over de festiviteiten. Deelnemen aan het evenement met wijn, theater en livemuziek, is al helemaal uit den boze voor de zwaren.
Corrie Timmer schreef geregeld over de Gemeente, waar haar vader zich aan het eind van zijn leven toe bekeerde. Volgens haar heeft de jaarlijkse toestroom van orthodoxen naar Oosterend ook een nevenfunctie: 'Het is een kans voor de lokale jongeren om een huwelijkspartner te ontmoeten en zo de Gemeente van vers bloed te voorzien. De reformatorische privé-school, waar Ploeg de drijvende kracht achter is geweest, is in dat opzicht een andere manier om nieuwe aanwas naar het dorp te lokken.’
Deze Timótheüsschool bestaat inmiddels bijna negen jaar. De enige reformatorische privé-school van Nederland werd gevestigd in een bijgebouw pal naast Ploegs softwarebedrijf. Vanuit zijn kantoorraam kan hij de toekomst van zijn gemeenschap goed in de gaten houden. Het idee achter de oprichting van de school was dat het onderwijs moet aansluiten op wat de kinderen in de kerk meekrijgen. Elk van de nu negentien leerlingen wordt geacht de Heidelbergse Catechismus uit het hoofd te kennen bij het verlaten van de school. Dominee Barnard: 'Tot mijn verschrikking is de school goedgekeurd door de inspectie. Die kinderen vallen overal buiten. Er is maar één openbare middelbare school op Texel en voor de kinderen van de Timótheüs is de overgang veel te groot.’
Een leerlinge van het eerste uur, niet geheel toevallig ook Stark geheten, vertelde in 2009 aan het Reformatorisch Dagblad dat ze in de eerste klas werd uitgescholden omdat ze een rok aanhad. In de sfeer van de openbare school voelde ze zich niet thuis, want er werd veel gevloekt. 'Als je er wat van zegt wordt het vaak nog erger.’ Barnard is van mening dat op de reguliere christelijke school De Akker voldoende rekening werd gehouden met de wensen van strenggelovige ouders: 'Bij de schoolmusical, waaraan de kinderen van de Gemeente niet mochten meedoen, bedacht de schoolleiding gewoon een andere activiteit, zoals het schilderen van de decors.’
Het spreekt voor zich dat de Gereformeerde Gemeente zelf niet wenst mee te werken aan enigerlei publiciteit. Die enorme geslotenheid is volgens Timmer gebaseerd op angst. 'Met openheid loop je het risico om minder strak in de leer te worden en zo je eeuwige zaligheid te verliezen.’ Ze vindt het pijnlijk dat de mensen binnen de Gemeente zo weinig vreugde in hun leven hebben: 'Ik vroeg eens aan een van hen wat geloof voor hen betekende. Het geloof is diepe treurnis, was hierop het antwoord. Ze moeten hun hele leven als een worm voor God op de grond kruipen.’ De minder rechtzinnig gereformeerden kennen volgens Timmer een mengeling van medelijden en begrip voor de Gemeente. 'Zo liepen wij er namelijk tientallen jaren geleden ook bij.’
Ondanks alle initiatieven van Wim Ploeg om zijn geloofsgemeenschap levensvatbaar te houden, werkt juist de strakke hiërarchie echte expansie van de Gemeente tegen. 'Het is voor gelijkgestemden uit de bijbelgordel onaantrekkelijk om zich in zo'n kleine zuil volledig ondergeschikt te moeten maken aan het gezag van één leidende familie’, zegt Nico Dros.
In 2004 stuitte journaliste Timmer zelfs op barsten binnen de Gemeente. Anonieme kerkgangers vertelden dat de ongebreidelde hang naar macht en financieel gewin van Ploeg een aantal begon te benauwen. Een Gemeentelid vertelde haar dat de kerk langzamerhand steeds meer op een sekte begon te lijken. Een open houding ten opzichte van anderen was niet gewenst en manipulatie en intimidatie door de kerkoudsten was aan de orde van de dag. Uiteindelijk verlieten verschillende families het eiland om uit de greep te komen van de allesbepalende hand van de Starkjes en Ploegjes.
Predikante Barnard, acht jaar werkzaam op het eiland, denkt dat gesloten geloofsgemeenschappen als de Gereformeerde Gemeente een reactie zijn op het wegvallen van het sociaal bindmiddel van de reguliere kerken. Volgens Nico Dros beweegt de kracht en grootte van de bevindelijk gereformeerden zich cyclisch en is nu sprake van een periode waarin de orthodoxe Gemeente zich sterker manifesteert. De groep herzuilt als het ware. 'Vroeger voetbalde ik met deze kinderen op straat, nu is dat ondenkbaar. Men raakt steeds meer naar binnen gekeerd.’
Dros gaf afgelopen jaar enkele drukbezochte lezingen over zijn boek op het eiland, maar daar zat niemand van de Gemeente zelf bij. Wel werden er wat brieven aan de uitgeverij geschreven door enkele mannenbroeders die zich opwonden over de term 'fundamentalistisch’. 'Maar dat was niet om de term zelf, maar vanwege de connotatie die het heeft met het islamitisch geloof. Daarmee wenst men binnen de Gemeente niet geassocieerd te worden.’

DE ZONDAGSE kerkdienst van de Gemeente is inmiddels begonnen. Zoals altijd met de tien geboden, voorgedragen door wie anders dan ouderling Ploeg. Op de laatste zondag voor Pasen staan de laatste uren van Christus aan het kruis op het programma, maar eerst wordt de nietigheid van de aanwezigen nog even aangestipt: 'Er is vanmorgen niemand in de kerk die kan zeggen dat hij of zij het verdiend heeft dat U vanmorgen onder ons dak naar ons toekomt.’ Er wordt gezongen, langgerekt en op hele noten: 'Maar ik, ik ben een worm, van elk vertreden; Een worm, geen man; Een spot en smaad van mensen; Wien ’t boze volk, naar zijn baldadig wensen, beschimpen kan’ (Psalm 22:3).