De sterkste schouders

Na twee weken premieoproer wrijft half Nederland met verwrongen gezicht over de zere schouders. Dat deed pijn, die solidariteit van de ‘sterkste’ met de ‘zwakste schouders’. Nou ja, bijna dan. Na een één-tweetje tussen De Telegraaf en muitende liberalen hebben coalitiepartijen VVD en PvdA de plannen voor een inkomensafhankelijke zorgpremie teruggedraaid. Genivelleerd wordt er nog altijd. Maar deze keer met mate, via de belastingen.

Medium commentaar schouders

De ‘vergissing’ van Rutte heeft het een en ander aan het licht gebracht. Bovenal dat Nederland er een verwrongen, moralistisch idee op nahoudt over nivellering en solidariteit. De ene politicus vindt het een feest, de andere een schande. Maar vrijwel allemaal doen ze alsof het om een vorm van liefdadigheid gaat.

In werkelijkheid heeft de Nederlandse solidariteit daar weinig mee te maken. Ten eerste omdat de huidige nivellering vooral een compensatie is van een sluimerende denivellering. Zo steeg de koopkracht van de hogere inkomens in de boom-jaren extra hard. Veelzeggend is ook het vrijwel gelijke deel van het bruto-inkomen dat op gaat aan belastingen en premies: ruim veertig procent voor arm én rijk.

Natuurlijk betaalt die laatste groep in absolute aantallen veel méér. Maar ook daar zijn de nodige kanttekeningen bij te zetten. Zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat uitgerekend de hoogste inkomens onevenredig profiteren van de overheid. Denk aan de hypotheekrenteaftrek, of de subsidie voor de opera. Bovendien: waar komt hun rijkdom vandaan? ‘Ik persoonlijk denk dat de samenleving verantwoordelijk is voor een heel significant deel van wat ik verdien’, zei de Amerikaanse multimiljardair Warren ­Buffett ooit in een televisie-interview. ‘Als je me midden in Bangladesh of Peru of weet ik waar dropt, kom je er pas achter hoeveel dit talent oplevert op de verkeerde voedingsbodem.’

Ten derde: een belangrijke grond voor solidariteit is de wetenschap dat het noodlot van werkloosheid en armoede ook jóu kan treffen. Nivelleren is zo bezien een vorm van verzekeren. En er is, ten slotte, nóg een reden waarom solidariteit in ieders belang is: nivelleren in crisistijd kan goed zijn voor de economische groei. De koopkracht van de lagere inkomens – denk aan de wekelijkse boodschappen – komt naar verhouding immers voor een groter deel ten goede aan de Nederlandse economie.

Er valt, kortom, genoeg te zeggen voor meer solidariteit. Maar gaat de aanpak van het nieuwe kabinet ook werken? Helaas gaan drie van de vier bovenstaande argumenten niet op. Het ongelijke profijt van de overheid blijft – zelfs de uiterst voorzichtige inperking van de villa­subsidie wordt via de belastingen gecompenseerd. Wie moet vrezen voor zijn baan, heeft bovendien weinig aan het beetje nivellering dat Rutte II biedt: de versoepeling van het ontslagrecht in combinatie met het uitkleden van de WW doet dit ruimschoots teniet. Voor groei zal de nivellering evenmin zorgen. Zij wordt immers overschaduwd door nieuwe, rigoureuze bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Blijft over de compensatie voor sluipende denivellering. Dat is nodig om ‘de boel bij elkaar te houden’, zoals het in pvda-jargon heet. Of dat gaat lukken met het huidige pakket maatregelen? Het is te hopen – niet op de laatste plaats voor de rijken. Want daar ligt misschien wel de belangrijkste reden voor solidariteit. Het probleem is namelijk dat de schouders van de armen, als ze in je auto of woning inbreken, vaak helemaal niet zo zwak blijken. Noem het nivellering met de koevoet. Dan ben je als vvd-kiezer pas echt gepakt. Je sterke schouders ten spijt.

De sterkste schouders