De sterrenslag rond ed. en ernst

Veelvuldig is rond het aftreden van de ministers Van Thijn en Hirsch Ballin gewaagd van een farce respectievelijk een tragedie. Maar tragedies bestaan niet op dit bestuurlijke niveau. Wat een bewindsman/ vrouw ook moge hebben uitgespookt, eerst krijgt hij/zij een comfortabel wachtgeld, dan wordt hij/zij burgemeester of commissaris van de koningin.

Het is veeleer het nieuwverkozen parlement dat een sterk operettekarakter bleek te hebben. In feite is het lot van beide ministers bezegeld door twee kamerleden die het zo nodig vonden op socialistische wijze in Avro’s Sterrenslag te participeren. Hadden zij hun plaats geweten - in de volksvertegenwoordiging, niet in de Gooise pretfabriek - dan hadden beide ministers nog op hun stoel gezeten.
Zij zijn vervangen door de staatssecretarissen Kosto en De Graaff-Nauta. De eerste wilde niets liever, daar is hij altijd rond voor uitgekomen. De tweede wilde in een eerder stadium eigenlijk geen minister worden omdat zij dat een te zware betrekking vond. Het waren wijze woorden. Het is een zware betrekking en het zou eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld zijn als de betrokkene na een paar maanden praktische arbeid liet weten: ‘Majesteit, met alle respect, ik kan deze klus niet aan, ik heb liever dat u een ander op mijn stoel posteert.’ In een door het carrieredenken doordesemd klimaat als het Nederlandse is zoiets onmogelijk. Waarom eigenlijk? Het is toch geen schande om kritisch te reflecteren op de grenzen van je mogelijkheden? Stel dat Relus ter Beek - het voorbeeld is willekeurig - in een bepaald stadium had bekend dat het soldaatjespelen eigenlijk boven zijn macht ging. Dat hindert toch niks? De politieke commentatoren hadden zijn zelfkritische zin de hemel ingeprezen en het tamboer- en majorettenkorps van Coevorden hadden de nieuwe burgervader met tromgeroffel ingehaald.
In het tot coalities veroordeelde Nederland zijn bewindslieden echter met elkaar getrouwd. Eerst moest Hirsch Ballin aanblijven, omdat het anders ook Van Thijn de kop zou kosten; even later wenste hij te verdwijnen om dezelfde Van Thijn, die in de verkiezingsstrijd zulke lelijke dingen over hem had gezegd, in zijn val mee te slepen. Deze particuliere kinderachtigheden horen eigenlijk uit den boze te zijn. In de ons omringende buitenlanden gaat het vervangen van bewindslieden met heel wat minder rumoer gepaard. Daar wordt de desbetreffende (incompetent, of anderszins omstreden geraakt) door een ander vervangen zonder dat daar veel bloed bij vloeit. Zie Frankrijk en Engeland. Of de Duitse Bondsrepubliek, hoewel ook daar de personele wisseling van de wacht zich soms in een zekere sfeer van rellerigheid voltrekt. De minister-president F. verloor zijn minister-presidentschap omdat hij, als voormalige marinerechter, een executiepeloton aan het werk had gezet, zoals de bewindspersoon M. met smaad overladen het bos werd ingezonden omdat hij het ministeriele briefpapier voor persoonlijke doeleinden had misbruikt.
In Gidsland Nederland kan zoiets niet gebeuren, zou je denken, behalve als het onze ondernemende minister-president betreft, die op zijn minister-presidentiele briefpapier de zakenrelaties in Koeweit tot betaling heeft gemaand, hetgeen - met alle begrip voor de traditionele waarden van de Hollandse handelsgeest - de man de kop had horen te kosten.
Helaas, in Nederland struikelen politici, als zij al struikelen, over hun boerenklompen. Is er eigenlijk een ingezetene des rijks, buiten Urk, die het wat kon schelen dat Braks de visafslag niet onder controle had? In welk land ter wereld worden een minister en een staatssecretaris naar huis gezonden omdat de lijm had losgelaten van het onder hun excellente verantwoordelijkheid vervaardigde paspoort?
Zelfs onze vaderlandse kabinetscrises hebben weinig grandeur. Het gat in de hand van Vondeling, in zijn tijd minister van Financien, is uiteindelijk becijferd op luttele honderden miljoenen guldens. Het eerste ministerie-Biesheuvel struikelde over de harde kop van Drees jr. Aan het kabinet-Marijnen kwam een voortijdig einde omdat de parlementaire zetbazen van KRO en Vara KRO’s Negen heit de klok en de Vara-Showboat bedreigd waanden door het Sprekende Paard van de 'commercielen’ van het Rem-eiland. Men herinnere zich het reiskostenforfait van de VVD'er Voorhoeve. Is er ooit iemand in geslaagd het kritische buitenland uit te leggen hoe een regering kan struikelen over zoiets marginaals als een reiskostenforfait?
In een opzicht is Nederland-Gidsland inmiddels volwassen. Er wordt niet meer met kleinburgerlijke argusogen naar het priveleven van de betreffende bewindslieden gekeken, laat staan dat zijn of haar private besognes een reden zijn om hem/haar de laan uit te sturen. Ooit was er sprake van een liberale minister van Defensie die voortijdig aftrad omdat hij in een echtscheidingszaak was verwikkeld, zoals een antirevolutionaire minster van Binnenlandse Zaken moest vertrekken omdat hij, in de beste protestantse traditie in de olie, voor luttele tientallen guldens blikschade had veroorzaakt.
Dat is tegenwoordig niet meer denkbaar, thans kijkt men, minder particulier, primair naar de bekwaamheden of de onbekwaamheden. Nee, onbekwaam waren zij geen van tweeen, Hirsch Ballin noch Van Thijn. Het parlementaire oordeel over hun handel en wandel was echter niet particulier maar politiek. Het ging over een echte affaire, waarin zij zich tenminste hoogst onhandig hebben bewogen en dat dit uiteindelijk tot consequenties heeft geleid is allesbehalve een nationale ramp te noemen.
Ook voor henzelf niet. Hirsch Ballin kan probleemloos weer terug naar de wetenschap. Van Thijn wordt als de eerste kou uit de formatie is weer minister van Binnenlandse Zaken, een herbenoeming waartegen zelfs de nieuwe liberale coalitiepartner zich niet zal verzetten. Zo is de Nederlandse politiek weer wat levendiger en tegelijkertijd weer wat dooier geworden.