Karel Glastra van Loon, De onzichtbaren

De stijl van de draak

Karel Glastra van Loon

De onzichtbaren

Veen, 253 blz., € 15,95

Jan Bogaerts

De onzichtbaren in beeld

Veen, 96 blz., € 15,-

Natuurlijk is De onzichtbaren van Karel Glastra van Loon een draak van een boek. Een medelijdenboek is het. Het wil in alles letterlijk mede-lijden oproepen. Gevoelens worden geëxpliciteerd en uitgebeend, gevoelens over liefde, studentenstrijd, kolonialisme, martelingen. Het werkt met veelbeproefde elementen van de literaire draak: het Kwaad speelt een belangrijke rol, het Goede is de tegenpool, dromen zijn voorspellend of veelbetekenend, jeugd is onschuldig, de held belandt buiten zijn schuld in moeilijkheden, de dialogen zijn politieke traktaten, een man moet altijd kiezen tussen Echte en Onechte liefde, de boef heeft een «vlassig snorretje», de geschiedenis van een land wordt aan de hand van één figuur verteld, het algemene overheerst het indivi duele of dicteert dit. Dit boek is op zoek naar gevoel over onrecht, naar gevoel over verdriet, naar sentimentele uitbarstingen daarover en aan het einde zit je in je eentje uit te hijgen over het verdriet dat anderen wordt aangedaan. Er moet iets gebeuren, dat staat vast. Maar wat?

In veel opzichten komt de stijl van deze roman overeen met de stijl van de protestants-christelijke bestsellerschrijver van jeugdliteratuur W.G. van de Hulst, wiens werk voor en nog lang na de Tweede Wereldoorlog in duizelingwekkende oplages werd uitgegeven. Ook bij Van de Hulst is sentimentalisme uitgangspunt, je kunt hem zonder overdrijving de uitvinder noemen van een volstrekt unieke, puur op gevoel werkende stijl, die bol staat van korte zinnen, puntjes, komma’s en eindeloze herhalingen van dezelfde mededelingen. Hij werkte deze stijl uit in gedetailleerde beschrijvingen van ziekbedden, van zielige hondjes, van vrolijke meisjes die even minder vrolijk zijn, van blinde jongetjes, van vaders die op zee varen en met Kerstmis onverwacht thuiskomen. Zie bijvoorbeeld het verhaal Het huisje in de sneeuw over twee jongetjes die vlak voor kerst verdwalen. Daar staat: «Daan sloeg zijn arm om Dikkie heen. ‹Stil maar hoor Dikkie!› Maar zijn eigen tranen vielen op Dikkies hand. ‹Ik ben zo bang… zo érg bang… omdat we verdwaald zijn›, snikte Dikkie. Hij duwde zijn hoofd stijf tegen Daan zijn jas aan… Hij wou wel helemaal wegkruipen. ‹O Daan, ik ben bang.›»

Glastra van Loon neemt deze fluisterende sentimentenstijl op veel plaatsen over, hij be heerst deze stijl en hij weet dat hij ooit gewerkt heeft. Bij hem gaat het bijvoorbeeld zo: «Laten we stil zijn. Laten we niets meer zeggen. Laten we luisteren naar de krekels. Stil, Tommy, stil, alsjeblieft. Je hebt gelijk, het is niet waar, ze zullen je niet met open armen ontvangen in Manerplaw, je spreekt hun taal niet, je bent een Birmaan, je bent de vijand.» Ook hier dus de korte zinnetjes, de overdaad aan komma’s, de redundantie van de informatie waardoor het sentimentele in werking wordt gezet.

Het punt is niet of Glastra van Loon een goed of een slecht schrijver is, met dit boek had hij andere bedoelingen. Het ging hem erom of de stijl van de draak en het sentimentele werkte, of hij er iets mee bereikte. Hij wilde aandacht vragen voor de meer dan verschrikkelijke recente geschiedenis van Birma, voor de vluchtelingen die nu onder hopeloze omstandigheden hun lot verbijten in treurige vluchtelingenkampen. Dit boek wil een boodschap overbrengen. Maar het werkt niet. Omdat de gekozen stijl niet alleen een machteloos gevoel oproept van er-moet-iets-gebeuren-maar–wat, maar vooral ook omdat er uiteindelijk alleen een prettig en warm gevoel van grote geruststellendheid overblijft. In Birma, ja, daar is het slecht, daar valt het niet mee, daar was het vroeger beter, maar hier in Nederland is het gelukkig nog niet zo ver. Ja, ook hier is het allemaal niet eerlijk en er heerst stille armoede in veel huiskamers, maar zo erg als in Birma is het niet en zal het nooit worden. Als je het goed bekijkt is het heerlijk opluchtend om deze vertederend geëngageerde roman te mogen lezen. Net als het werk van W.G. van de Hulst, omdat ook daarin alles altijd op zijn pootjes terechtkomt. Een sentimentele stijl stelt altijd alleen gerust: buiten jaagt de storm, maar binnen loeit na de laatste regels van het boek de warme haard geruststellender dan ooit.

De uitgeserveerde verschrikkingen in dit boek maakten zich niet van me meester omdat Glastra van Loon te veel op deze stijl vertrouwde. Hij heeft onvoldoende werk gemaakt van de grote verschillen tussen de Birmaanse en de Nederlandse maatschappij. Hij herleidt drijfveren van zijn personages, zoals dat in draken hoort, te veel tot universele drijfveren van «de» mensheid, algemene drijfveren als «de liefde», «de schoonheid», «het goede» en «het kwade».

Een geslaagde politieke roman is nooit sentimenteel, maar benadrukt de onoverbrugbare verschillen tussen maatschappijen en culturen en maakt juist daarin de misverstanden en verschrikkingen zichtbaar. Zie bijvoorbeeld Guerrillas uit 1975 van V.S. Naipaul, waarin via personages uit verschillende sociale klassen en culturen een huiveringwekkend en bloederig beeld wordt opgeroepen van postkoloniale verhoudingen op een West-Indisch eiland. Bij Naipaul is niks sentimenteel of zielig, laat staan lekker zielig zoals bij Glastra van Loon en ver vóór hem Van de Hulst. Of zie het verbazingwekkend onsentimentele Sleutel oog van Hella Haasse, waarin de uitwerkingen van het kolonialisme in de gedachtewereld van het hoofdpersonage met schijnbaar eenvoudige literaire middelen doeltreffend zichtbaar zijn gemaakt.