Economie

De stille elite

Het volk heeft gesproken, zei premier Cameron daags na zijn nederlaag. Daar kun je wel een vraagteken bij plaatsen.

41 jaar en drie weken geleden sprak het Britse volk ook. Labour had in de verkiezingen van 1974 een referendum in het vooruitzicht gesteld. Slechts twee jaar waren de Britten lid van de Europese Economische Gemeenschap, en nu mochten ze zich al uitspreken over blijven of weggaan.

De leiders van de _leave-_campagne waren veelal twijfelachtige figuren. Zoals de Noord-Ierse schreeuwdominee Ian Paisley en Enoch Powell, het Conservatieve parlementslid dat in 1968 waarschuwde voor ‘rivieren van bloed’ vanwege de immigratie. De enige sympathieke leave-leider was de links-radicale minister van Industrie Tony Benn – altijd met een glimlach, meestal met pijp en pet – die waarschuwde voor werkloosheid en inflatie bij een voortdurend EEG-lidmaatschap. Zijn tegenstanders noemden hem ‘Minister of Fear’.

Die tegenstanders, dat was zo’n beetje de volledige elite. Alle grote politieke partijen en alle kranten voerden campagne voor blijven. Zelfs Rupert Murdochs The Sun was voor. De Conservatieven Thatcher en Hurd omarmden minister Jenkins en premier Wilson van Labour, alles in het belang van de goede zaak. Het resultaat mocht er zijn. Vóór de start van de campagne was tweederde van de bevolking voor uittreding; na het tellen van de stemmen bleek tweederde voor ‘blijven’ gestemd te hebben, bij een opkomst van 65 procent.

Het volk had gesproken – nadat het vakkundig was omgepraat door het politieke establishment.

Die elite heeft zich deze keer veel stiller gehouden. Er is geen effectieve campagne geweest. Eerder een kakofonie van meningen: deskundig, onnozel, alles door elkaar. En, zo leek het voor de kiezer, allemaal even waar. Opinieleiders met kraak en smaak waren aan de _remain-_zijde niet te vinden en tegenover hen stond het retorisch talent van mannen als Nigel Farage en Boris Johnson. ‘De EU wil een superstaat, net als Hitler’, liet de laatste weten. De media smulden ervan.

Het resultaat? Sinds oktober vorig jaar stond ‘remain’ in de peilingen slechts eenmaal op nipt verlies, en meestal op twee tot tien procent voorsprong. Het volk wilde wel, maar twijfelde. Nadat de stemmen waren geteld bleek remain slechts 48 procent van de stemmen te hebben gepakt, bij een opkomst van 72 procent. Anders gezegd: van alle stemgerechtigden stemde in 1975 nog 44 procent voor de EEG; vorige week heeft slechts 35 procent die moeite genomen voor de EU.

Je zit niet op die stoel om meer kaas te verkopen, Mark

De vergelijking met 1975 roept ongemakkelijke vragen op. Stel dat de elite van toen de zaken zo op z’n beloop had gelaten. Dan was Groot-Brittannië al vier decennia uit de EU geweest, want tweederde tegen wordt niet vanzelf tweederde voor. Daar moet je voor werken.

Als het toen inderdaad zo gegaan was als het nu is gelopen, was dat dan een goed democratisch besluit geweest? Of de uitkomst van ongeïnformeerd onderbuikgevoel, omdat er geen aansprekende en overtuigende verhalen over de EEG waren? Of mag je dat juist nooit zeggen van democratische referenda?

Hypothetische vragen. Wat er gebeurde, was dat de elite zich het vuur uit de sloffen liep en de opinie omboog. Dat lukt onze generatie leiders maar niet. Willen ze wel hard genoeg?

Wat voor de elite geldt, gaat ook op voor de remain-adepten. Velen namen niet eens de moeite te gaan stemmen. #WhatHaveWeDone? is een goede vraag, maar wel een beetje laat. Jongeren klagen nu voor onze NOS-camera’s dat hun toekomst is gestolen door oude witte mensen. Maar slechts 36 procent van de jeugd ging stemmen. Het regende te hard, schijnt het, of ze hadden examens. Nu demonstreren ze in Londen. Het volk heeft wel gesproken, maar de elite veel te weinig. Het volk heeft wel gesproken, maar de jongeren te weinig; die dachten dat het wel goed zat.

De les is nu ineens kraakhelder. Wie wil leiden, moet opinieleider willen zijn. Als je Europese instituties wilt opbouwen en niet afbreken, dan moet je dat zeggen, en uitleggen waarom. Dan moet je niet gaan staan neuzelen over ‘het zoveel mogelijk borgen van Nederlandse handelsbelangen’ zoals premier Rutte vrijdagmorgen deed.

Die angstige boekhoudersmentaliteit is precies de reactie op de Brexit die we nu niet kunnen gebruiken. Zéker niet van de EU-voorzitter. Je zit niet op die stoel om meer kaas te verkopen, Mark. Dat kan beter, veel beter. Accepteer de ‘deftige elite’ als geuzennaam en ga voluit staan voor waarin je gelooft. Of doe anders alsjeblieft snel een stapje opzij voor iemand die dat wél durft.