De duurzame strategie van Philips

De Stille Groene Reus

In tegenstelling tot het gros van het Nederlandse bedrijfsleven kent Philips een ambitieuze duurzaamheidsstrategie. De multinational mag op de complimenten van Greenpeace rekenen: ‘Het bedrijf heeft zichzelf echt opnieuw uitgevonden.’

Windpark Bouw­dokken op het eiland Neeltje Jans © Izak van Maldegem/ Sky Pictures

Zoef… Zoef… Zoef… de wieken van turbine nr. 1 van windpark Bouwdokken op het werkeiland Neeltje Jans draaien langzaam rond, ondanks de windkracht vijf die de vlaggen strak doet wapperen. Met een hoogte van 99 meter en wieken van 127 meter is dit een van de grootste windmolens op het Nederlandse vasteland. ‘Dit is offshore met droge voeten’, zegt Rick Wasser, de directeur van E-Connection. Deze molens, waarvan er nu zeven op Neeltje Jans staan, behoren tot de nieuwste generatie. De enorme omvang – ‘dit formaat molens stond tot voor kort alleen nog op zee’ – heeft grote voordelen. Ze leveren niet alleen veel elektriciteit, maar zijn ook zuinig in hun onderhoud. En omdat het op de Oosterschelde vrijwel altijd waait, leveren de windturbines het hele jaar stroom, ze draaien zo’n achtduizend uur per jaar.

In 2006 begon E-Connection met de ontwikkeling van het park, van ontwerp tot bouw duurde meer dan tien jaar. ‘Zo gaat het nu eenmaal in Nederland’, zegt Wasser. ‘Er zijn zo veel belanghebbenden en met iedereen moet je rekening houden. Van dode dieren tot slagschaduw en geluidsoverlast, alles moet onderzocht worden.’ Daar is niks mis mee, vindt hij; om draagvlak te creëren moet je iedereen serieus nemen. Zo was daar de natuurorganisatie die zich druk maakte om het broedgebied van de visdief. ‘We zijn met die groep aan tafel gaan zitten’, vertelt projectleider Karel de Dreu, ‘en zeiden: “We kunnen nu 50.000 euro aan advocaten en overleg gaan uitgeven of wij bouwen een eiland waar die vogels kunnen broeden.” Daarover zijn wij het eens geworden en de populatie is groter dan ooit tevoren.’

Ook is uitgebreid onderzocht hoeveel vogels door de wieken uit de lucht worden gemept. Dat blijken er twee à drie per jaar per molen te zijn. Ingevroren en voorzien van datum en naam komen ze terecht op de snijtafel van de onderzoeker. ‘Het blijken vooral zilvermeeuwen te zijn, die staan hier aan de top van de voedselpiramide en zijn geneigd minder goed op te letten’, weet Wasser. Geluidsoverlast was ook een heikel punt. Daarom zijn er aan de wieken plastic kartels, zogenaamde ‘uilenveertjes’ bevestigd, die het geluid tot een minimum terugbrengen; op twintig meter afstand zijn ze nauwelijks te horen.

De elektriciteit van windpark Bouwdokken wordt afgenomen door een consortium dat bestaat uit Google, AkzoNobel, dsm en Philips. Opvallend is dat er geen elektriciteitsmaatschappij aan te pas komt. ‘Door het ontbreken van deze overhead is de stroom enkele procenten goedkoper’, zegt Simon Braaksma van de duurzaamheidsafdeling bij Philips. Wel moest het bedrijf zich voor vijftien jaar vastleggen voor de afname van de schone stroom. ‘Voor de eerste keer dat we zo’n langlopend contract voor groene elektriciteit zijn aangegaan was dat wel even een dingetje’, herinnert Braaksma zich. Philips was altijd gewend om contracten van toeleveranciers zo flexibel mogelijk te maken, zodat je als de productie fluctueert ook je kosten laat meebewegen. ‘We moesten echt naar de raad van bestuur om op deze lange termijn te investeren. Het past echter naadloos in onze duurzaamheidsstrategie en de stroom was ook nog iets goedkoper dan reguliere groene stroom bij een elektriciteitsmaatschappij, dus uiteindelijk ging iedereen akkoord.’

De samenwerking tussen de vier bedrijven heeft als groot voordeel dat ze elkaars pieken en dalen in het stroomgebruik kunnen opvangen. ‘Stel dat wij een paar maanden wat minder nodig hebben, dan is de kans groot dat bijvoorbeeld Google dat graag van ons overneemt’, weet Braaksma.

Nederland moet de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent hebben teruggebracht. In 2050 moet er zelfs 95 procent minder uitstoot zijn. Dit bepaalt de Klimaatwet waarover de regeringspartijen met de pvda, GroenLinks en de SP twee weken geleden overeenstemming hebben bereikt.

Onderhandelingen over het Klimaatakkoord met milieubewegingen en bedrijfsleven verlopen echter moeizaam. Aan de industrietafel waar de twaalf grootste CO2-uitstoters zitten, zijn weinig vorderingen gemaakt. Vooral de oliemaatschappijen staan op de rem en het akkoord dat deze week werd gepresenteerd bevat alleen algemeenheden. De grote vraag wie de noodzakelijke innovaties gaan betalen blijft boven de markt hangen. Volgens bijvoorbeeld Shell zal de overheid flink moeten bijdragen aan reductiemaatregelen als CO2-opslag onder de Noordzee.

De meeste multinationals hebben tot nu toe maar bescheiden doelen gesteld wat betreft duurzaamheid. Zo stelt Shell in het jaarrapport van 2015 dat in 2050 een CO2-reductie van dertien procent reëel is en vindt Tata Steel een reductie van twintig procent in 2030 ook meer dan genoeg. Eén grote Nederlandse multinational – 74.000 werknemers wereldwijd – vormt een uitzondering. Philips is over 1,5 jaar een CO2-neutraal bedrijf. Door bijvoorbeeld windpark Bouwdokken en windpark Krammer wordt het bedrijf in Nederland volledig voorzien van schone elektriciteit. Ook in Amerika en India – met grote stroomopwekking door zonnepanelen – is Philips binnenkort volledig CO2-neutraal. Terwijl bedrijven als Unilever en elektriciteitsbedrijf Nuon voortdurend tamboereren met hun groene programma’s werkte Philips in stilte al tien jaar aan de duurzaamheidsstrategie. De stille groene reus treedt, nu de doelstellingen vrijwel zijn bereikt, er meer mee naar buiten. Het bedrijf krijgt er ook internationale waardering voor: het is de laatste drie jaar verkozen tot ‘industry leader’ en ‘best in class’ van de Dow Jones Sustainability Index (de groene Oscars voor bedrijven die aan de beurs genoteerd zijn).

‘Shell blijft zich maar vastklampen aan een business case van ver uit de vorige eeuw’

‘Het is ook echt spectaculair wat Philips gedaan heeft’, zegt Joris Wijnhoven, die als campagneleider klimaat en energie van Greenpeace betrokken is bij de onderhandelingen over het Klimaatakkoord. ‘Het bedrijf heeft zichzelf echt opnieuw uitgevonden. Van een productiebedrijf van elektronica en lampen is het een innovatief, medisch technologiebedrijf geworden, dat groene en maatschappelijke doelstellingen in de bedrijfsstrategie geïntegreerd heeft. Petje af.’ Andere grote Nederlandse bedrijven zouden aan Philips een voorbeeld moeten nemen, vindt hij. ‘Neem bijvoorbeeld Shell, die blijft zich maar vastklampen aan een business case van ver uit de vorige eeuw. Die obsessie met het oppompen van aardolie is echt niet meer van deze tijd. Bedrijven die niet verduurzamen zijn de verliezers van morgen.’

‘Ik ben ontzettend trots op het bedrijf hoe het geworden is.’ Philips haalde Robert Metzke (45) tien jaar geleden binnen om het EcoVision-programma uit te werken. Hierbij werd een miljard euro gestoken in onderzoek naar een duurzaamheidsstrategie die volledig geïntegreerd zou worden in het hele bedrijf. Bovendien moest binnen vijf jaar dertig procent van de omzet komen uit ‘groene’ producten. ‘Philips was in die tijd een supercomplexe organisatie’, herinnert Metzke zich. ‘Het bedrijf bestond uit talloze eilandjes met een eigen strategie. Pas na een paar jaar was ik ervan overtuigd dat het de goede kant op ging.’

Metzke groeide op in Oost-Berlijn en was zestien toen de Muur viel. Hij studeerde natuurkunde aan de Humboldt-Universität in Berlijn en later rolde hij de journalistiek in, al had hij zich voorgenomen nooit zijn ouders in dit beroep te volgen. Hij schreef lange tijd voor het prestigieuze wetenschapstijdschrift Science. Om ‘de wereld beter te leren begrijpen’ solliciteerde hij bij het internationale consultancyconcern McKinsey & Company en werd tot zijn eigen verbazing aangenomen. Hier werkte hij onder meer met koningin Máxima aan een project over microfinanciering en was hij betrokken bij het innovatieplatform van de toenmalige premier Balkenende. ‘We hadden daar goede discussies die jammer genoeg niet door beleid zijn gevolgd.’

In 2016 presenteerde Philips het vervolgplan Healthy People, Sustainable Planet waarin werd vastgelegd dat Philips in 2020 als bedrijf CO2-neutraal zou zijn en dat dan ook vijftien procent van de omzet uit circulaire producten zou komen. Ook werden sociale doelstellingen aan het project toegevoegd. Zo investeert het bedrijf miljoenen euro’s in ‘zorgbehoevende mensen in verschillende ontwikkelingslanden’. Over 2016-2020 werden de doelstellingen ‘zeventig procent omzet uit groene producten’ en ‘geen afval meer op stortplaatsen’ toegevoegd. ‘Al die doelen zijn meetbaar en ze worden gecontroleerd door externe accountants’, benadrukt Metzke. ‘We publiceren over onze doelstellingen en laten zien wat de vorderingen zijn. Dat zouden meer bedrijven moeten doen’, zegt hij lachend. ‘Wij willen inzicht krijgen in de impact van iedere tandenborstel, waterkoker of mri-scan. We hebben ook aparte doelstellingen voor consumenten- en bedrijfsemissies.’

Philips als bedrijf stootte in 2013 812 kiloton CO2 uit, in 2017 was dat netto 627. Hierbij wordt alles meegenomen: productie, vervoer, dienstreizen van de managers en verwarming en verlichting van de kantoren wereldwijd. Het gaat lukken om de netto uitstoot wereldwijd over anderhalf jaar naar nul terug te brengen, benadrukt Metzke keer op keer. ‘Onze energie wordt nu bijna overal door wind en zon opgewekt.’ Bovendien heeft het bedrijf energie slurpende productieonderdelen als lighting- en audio-apparatuur afgestoten. ‘De uitdunning van het bedrijf heeft veel mogelijkheden gecreëerd’, erkent hij. ‘Er bestonden strategische redenen om als bedrijf slanker te worden en hierdoor kon duurzaamheid een integraal onderdeel worden van onze strategie. Dit is een enorme doorbraak geweest.’

Oud-topman van Philips Jan Timmer betreurt de downsizing van zijn Eindhovense love baby. ‘De trots van Nederland heeft zijn geloofwaardigheid verloren’, schrijft hij in zijn autobiografie Die man van Philips. De multinational – in zijn tijd nog 400.000 werknemers – had volgens hem niet moeten focussen op een beperkt aantal productielijnen; ‘Philips is vandaag veel minder dan het had kunnen zijn.’ ‘Een interessante visie’, reageert Metzke met een glimlach. ‘Timmer heeft echter dertig jaar geleden zijn kans gehad en de samenleving is enorm veranderd. Er worden nu, naar mijn idee, ontzettend goede keuzes gemaakt.’

De ruim zeshonderd kiloton CO2 die in 2020 overblijft, compenseert Philips met de aanschaf van eco-certificaten en met eigen projecten in Afrika. ‘We zorgen op veel plekken voor schoon drinkwater dat niet meer gekookt hoeft te worden op houtvuurtjes. Dat scheelt een grote hoeveelheid uitstoot van CO2 en bovendien is het veel gezonder, want de rook van zo’n houtvuur veroorzaakt veel gezondheidsschade.’

‘Van over de hele wereld komen hier gebruikte medische apparaten aan.’ Maarten Hovers, directeur van Refurbished Systems van Philips Health Systems in het Brabantse Best loopt door een Ikea-pakhuis vol met in plastic ingepakte en teruggestuurde CT- en mri-scanners. ‘Kijk, Amerika’, wijst hij op de pakbon aan de zijkant. ‘Hier India en Rusland.’ Twee voetbalvelden met ingeruilde medische apparatuur. De stroom van tweedehands apparaten wordt steeds groter. ‘Vertegenwoordigers die een nieuw apparaat verkopen, doen gelijk een bod op de oude. Dat is gewoon onderdeel van de onderhandelingen. En klanten krijgen de garantie dat we over een aantal jaren de oude apparaten weer innemen.’

Zoef… Zoef… Zoef… Technici staan achter schermen tegen de röntgenstraling als een van nieuwe software voorziene CT-scanner net als een centrifuge steeds sneller gaat ronddraaien. De circulaire economie krijgt in Best gestalte. Tegelijkertijd is het een goede handel. Philips koopt jaarlijks driehonderd tot 350 afdankertjes die ooit tussen een half en een heel miljoen zijn verkocht, knapt ze op, en verkoopt ze weer voor 65 tot 85 procent van de nieuwwaarde. ‘We hebben het liefst apparaten van zo’n zes tot negen jaar oud’, legt Hovers uit, terwijl hij langs de ontsmettingsruimte loopt waar soms nog aangekoekte bloedresten van de apparaten moeten worden afgespoeld. ‘Dan kunnen we een goede prijs betalen en we zorgen dat de machines beter worden dan ooit tevoren.’

Brandschoon, opnieuw gespoten, de kwetsbare onderdelen vervangen en – het allerbelangrijkste – met een software-update komen de apparaten terecht bij particuliere ziekenhuizen in West-Europa en Amerika. ‘Want overheidsziekenhuizen mogen meestal geen tweedehands apparatuur kopen en de particuliere instellingen laten de grote korting voor een zo goed als nieuw apparaat niet lopen.’

‘Kunnen wij voorkomen dat mensen elke dag tien minuten hun haar drogen? Stoppen ze als we een piepje inbouwen?’

‘Zou je een stofzuiger willen leasen?’ wil Metzke weten. Misschien wel. ‘Een scheermesje waarschijnlijk niet, toch?’ Het hoofd duurzaamheid en innovatie is op zoek naar de grenzen van de circulaire economie. Een concept dat onder anderen ontwikkeld is door de in Nederland gevestigde Duitse architect Thomas Rau. In de visie van Rau gaan consumenten geen producten meer kopen maar diensten. Je koopt geen lampen maar licht, geen auto maar vervoer, geen wasmachine maar een schone was. Dit kan er volgens Rau toe leiden dat mensen veel apparaten gaan leasen of met andere mensen gaan delen. Dit leidt tot meer hergebruik en een grote besparing van grondstoffen.

Toch heeft Metzke het met zijn circulaire doelstellingen het moeilijkst. ‘De circulaire economie is een fundamentele transformatie, de consument moet anders naar het product kijken.’ Bij de medische apparaten zijn de voordelen duidelijk. ‘Het mes snijdt aan meerdere kanten, dat maakt ons verhaal geloofwaardig.’ Het inruilen van CT-scanners en röntgenapparatuur zorgt ervoor dat ziekenhuizen gebonden blijven aan Philips en vaak langdurige contracten afsluiten voor onderhoud en vervanging van apparatuur. De ziekenhuizen zijn goedkoper uit omdat ze een goede prijs krijgen voor hun oudere apparaten.

Maar hoe zit het met een Senseo-koffiezetapparaat? Willen particulieren een koffie-abonnement waarbij de leverancier garandeert dat zowel de koffie als het apparaat in huis aanwezig is? En vinden we het oké dat de haardroger via blockchain zelf aan Philips doorgeeft dat hij steeds meer energie verbruikt en dat er een nieuwe moet worden opgestuurd? Voor Metzke is het voorlopig nog toekomstmuziek. Wel was het inmiddels afgestoten Philips Lighting met bijvoorbeeld woningbouwverenigingen in de weer om bij nieuwbouwwoningen gelijk al zuinige led-lampen die lang meegaan te installeren. ‘Want bewoners zullen vaak kiezen voor winst op de korte termijn en een goedkopere lamp aanschaffen. Terwijl op iets langere termijn de lamp niet alleen veel goedkoper is, maar ook grote milieuvoordelen oplevert.’

Philips staat ook op andere terreinen voor grote uitdagingen. Het bedrijf maakt bijvoorbeeld deel uit van een productieketen die in zijn geheel niet CO2-neutraal is. De fabrieken van de toeleveranciers stoten nog genoeg uit en de consumenten verbruiken er ook vrolijk op los. ‘Met die toeleveranciers zijn we druk in de weer’, stelt Metzke. ‘We werken steeds meer samen met bedrijven die mens en aarde respecteren en bijvoorbeeld gerecycled plastic gebruiken. Dat is echter moeilijker dan het lijkt. Veel hergebruikt plastic voldoet nog niet aan de kwaliteitseisen die wij aan onze producten stellen.’

Een apart team van Philips is gericht op het vergroenen van de toeleveranciers. In contracten worden afspraken gemaakt over duurzaamheid, de rechten en betaling van het personeel. De samenwerking wordt verbroken – ‘zero tolerance’ – bij kinderarbeid, grote milieuvervuiling, gevaar voor de gezondheid van medewerkers en onderbetaling. Met tientallen leveranciers zijn inmiddels verbeterplannen opgesteld.

een Philips-test-engineer werkt aan de heropbouw van een refurbished CT-scanner © Wim Hollemans

In het jaarverslag worden de resultaten zorgvuldig in kaart gebracht. Zo had de productieketen in 2017 een environmental impact van in totaal 7,2 miljard euro. Hiervan kwam slechts 215 miljoen euro voor rekening van Philips zelf. 785 miljoen ligt aan de toeleverancier en maar liefst 6,2 miljard euro wordt veroorzaakt door het gebruik van de consument. ‘Dat wordt de grootste opgave’, realiseert Metzke zich. ‘En dan gaat het niet alleen om de zuinigheid van de apparaten, maar ook het gebruik ervan. Kunnen wij bijvoorbeeld voorkomen dat mensen elke dag tien minuten hun haar drogen? Stoppen ze als we na vijf minuten een piepje inbouwen?’ Het bedrijf zal de verbruiker moeten opvoeden. ‘De consument moet leren nadenken over zijn gebruik, hoeveel water heb je nodig voor een kop thee? Niet een volledige waterkoker vol. En we moeten ook duidelijk maken dat een stofzuiger met groot vermogen niet altijd een betere stofzuiger is.’

De apparaten zelf maakt Philips elk jaar drie procent zuiniger. ‘Het bedrijf is op dit punt een bondgenoot van de milieubeweging’, zegt Joris Wijnhoven van Greenpeace. ‘Veel milieunormen komen uit Europa en Philips dringt net als wij aan op de strengste grenzen. Ze lopen daar in Europa ook echt in voorop.’

Duurzame apparaten zijn vaak duurder. Het ontwikkeltraject van een energiezuinig product heeft een prijskaartje. Wanneer staan bij Philips vergroening en winst maken op gespannen voet? Legt een milieuvriendelijke toeleverancier het soms af omdat de prijs te hoog is? Of gaat de productie van een ecologische tondeuse niet door omdat de prijs te hoog wordt? Volgens Metzke is de tegenstelling tussen groen en omzet achterhaald. ‘Voor mij is dat geen dilemma, die begrippen staan op heel verschillende assen. Het is geen of-of, maar en-en. We maken winst omdat duurzaamheid inmiddels in de haarvaten van ons bedrijf is opgenomen. Het is een integraal onderdeel van onze strategie.’

Juist omdat er winst wordt gemaakt, is de duurzaamheid geloofwaardig, vindt Metzke. ‘Hier is geen sprake van greenwashing. Als commercieel bedrijf kiezen we met volle overtuiging voor deze strategie. People, planet en profit kunnen wel degelijk samengaan. We zijn innovatief en winstgevend, omdát we duurzaam zijn.’

De groene bedrijfsstrategie geeft zelfs soms onverwachte voordelen, geeft ook Simon Braaksma aan. In een vorig leven was hij bankier. Nu doet hij vanuit de duurzaamheidsafdeling van Philips de contacten met investeerders. ‘Ik merk dat duurzaamheid van een bedrijf ook bij financiers een steeds grotere rol speelt. Dan gaat het niet alleen om grote pensioenfondsen, maar ook om andere partijen. Uiteindelijk levert onze strategie ook nog een betere toegang op de kapitaalmarkt op.’