PROFIEL ASHFAQ KAYANI

De stille soldaat

Afgelopen week won de Volkspartij de verkiezingen in Pakistan. Musharraf was de grote verliezer. Maar de belangrijkste verkiezing vond plaats in november. Generaal Ashfaq Kayani werd toen de nieuwe stafchef van het leger, en daarmee op termijn de machtigste man van het land. Onopvallend brak hij al met Musharrafs beleid.

Het afgelopen jaar kreeg de interne stabiliteit van Pakistan slag na slag: een golf van (zelfmoord)aanslagen, een veldslag om de Rode Moskee midden in de hoofdstad, straatprotesten van rechters en juristen, oplaaiend geweld in de grensregio’s, het uitroepen van de noodtoestand en de moord op de populairste politicus van het land, Benazir Bhutto. De stafchef van het leger, Pervez Musharraf, werd in zeer omstreden verkiezingen herkozen als president, nadat hij door binnenlandse en Amerikaanse pressie gedwongen was af te treden als legerleider.

Als startschot van de huidige crisis wordt vaak de schorsing van Pakistans hoogste rechter gezien, die Musharraf in maart vorig jaar afdwong. Rechter Chaudhry werd beschuldigd van misbruik van zijn gezag en diende te verschijnen voor een soort tribunaal van twaalf chefs van diverse geheime diensten. Het berucht geworden tribunaal adviseerde Musharraf om de rechter te ontslaan. Slechts één man zweeg tijdens de zitting en onthield zich van stemming: de chef van de machtigste dienst van allemaal, generaal Ashfaq Kayani.

Het is een kenmerkend voorval in de spectaculaire carrière van deze zoon van een lage officier uit de droge regio Jelum. Kayani houdt zich het liefst op de achtergrond, geeft geen interviews, vermijdt politieke uitspraken en weet op belangrijke momenten te zwijgen. Dat laatste doet hij zowel in figuurlijke als letterlijke zin: hij beperkt zich in discussies liefst tot kettingroken en luisteren. En als hij spreekt, doet hij dat zo zacht dat hem wel wordt verweten te mompelen.

Toch is de 55-jarige Kayani geen kleurloze figuur die carrière maakt door zich klein te houden. Hij begon wel bescheiden, als soldaat, maar maakte daarna snel carrière door uit te blinken op allerhande militaire academies in Pakistan en de Verenigde Staten. Daarna volgde een even gestage opvolging van steeds grotere eenheden die Kayani onder zijn bevel kreeg. Eén carrièrestap viel uit de toon: eind jaren tachtig was Kayani kort onderminister voor Militaire Zaken onder Benazir Bhutto. Het is het enige voorval in zijn leven waar een politieke kleur doorheen schijnt. Samen met het voorzitterschap van de Pakistaanse golfersbond is dat het enige niet-militaire punt op zijn cv.

Kayani werd Chef Militaire Operaties, juist toen India en Pakistan eind 2001 zeer dicht langs een oorlog schuurden. Kayani leidde de Pakistaanse mobilisatie en voorbereidingen aan het front, waar elke onvoorzichtigheid of elk incident een catastrofale oorlog tussen kernmachten kon betekenen. Hij maakte daarmee zo veel indruk dat Musharraf hem in 2003 tot bevelhebber benoemde van het legerkorps waar de hoofdstad Islamabad onder valt – dé cruciale legerpost in Pakistan voor coups of het verijdelen daarvan.

Musharrafs vertrouwen was zo groot dat hij Kayani een jaar later promoveerde tot directeur van de beruchte geheime dienst isi, die een centrale rol speelt in de Pakistaanse politiek. Kayani leidde de dienst tijdens een bepaald onfrisse periode, met aanslagen in Pakistan, wereldwijde ophef over Pakistans handel in nucleaire zaken, en spanningen met islamisten, die volgens sommige analisten werden uitgebuit en aangewakkerd door Musharraf en de isi.

Toen Musharraf na lang verzet in november moest aftreden als stafchef koos hij Kayani als opvolger, de stille werker zonder ogenschijnlijke politieke ambities. Maar ogenschijnlijk volgzame mannen ontpoppen zich in de Pakistaanse politiek soms heel anders zodra ze op een machtspositie zijn aangeland. Zoals rechter Chaudhry, die door Musharraf juist was benoemd om zijn makheid, en zoals Musharraf zelf, die vanwege zijn gebrek aan politieke ambitie in 1998 door president Sharif stafchef werd gemaakt. Een jaar later schoof Musharraf Sharif opzij en greep de macht.

Er waren al kleine voortekenen dat Musharraf zich zorgen moest maken. Zo liet Kayani soldaten namens het leger een rouwkrans plaatsen op Bhutto’s graf, en ontmoette hij haar weduwnaar. Maar belangrijker is dat Kayani brak met Musharrafs beleid om militairen het overheidsapparaat in te schuiven. Vorige week kondigde Kayani aan dat militairen alle posten op civiele ministeries moeten verlaten. In januari had hij officieren al opgedragen om hun contacten met politici te beëindigen. Beide maatregelen werden met gejuich ontvangen door critici van Musharraf.

Het maakt Kayani niet direct een tegenstander van Musharraf, maar duidelijk is dat Kayani’s loyaliteit ligt bij de strijdkrachten als instituut, niet bij Musharraf als persoon. En die strijdkrachten zullen gaandeweg meer in Kayani’s macht komen, als hij het vertrouwen wint van andere generaals. De verkiezingen van deze week waren daarom misschien belangrijk voor Pakistan, maar wellicht belangrijker was de éénmansverkiezing van november. Behalve de vraag wie de nieuwe premier wordt van Pakistan rijst daarom vooral de vraag hoe de stille man van Pakistans leger zich door de landspolitiek gaat bewegen.

www.groene.nl/dossier/Pakistan