TONEEL About Beckett

De stilte na Sam

Voor aanvang is er pingelmuziek, alsof iemand ergens achter oefent op een kinderpianootje. Ik herken de sprongetjes in de melodie maar dan in een andere uitvoering, doffer, alsof de pianohamertjes slofjes droegen, een uitvoering die ooit werd gebruikt bij de eerste tv-vertoning van de debuutfilm van Joris Ivens, De Brug – ah ja, John Cage was dat. Geestverwant. Geestverwanten, daar is de avond vol van. Bram van Velde komt langs, vriend en beeldend kunstenaar, broer van Geer, ook schilder, en van Jacoba van Velde, die het werk, met name het toneel van Sam in Nederland introduceerde en vertaalde. De Italiaanse regisseur Giorgio Strehler (‘aaier’ zegt een toneelspeelster) is er ook, in gesprek met Bertolt Brecht, die ooit van twee karakters in een stuk van Sam een ‘proleet’ en een ‘kapitalist’ wilde maken – nooit gelukt natuurlijk, ‘erst bei Beckett war’s für Brecht Schluss & Ende’.
De Brecht-anekdote op deze avond is overigens mooier. En een beetje aanleiding voor deze avond. Misschien. Er zijn er zoveel. Het twintigste sterfjaar van Sam is wel de minste. Maar ook de uitspraak die aan Sam wordt toegeschreven dat er in de kunsten twee ziektes heersen: de ziekte te willen weten wat te doen en de ziekte het te doen. Geen duiding hier, geen psychologie of verklaring van tekens vanuit persoonlijke omstandigheden. Links en rechts aan de muur hangen grote vellen, bepriegeld met alleen voor de toneelspelers leesbare lettertekens. Programma van de avond? Nee, er is geen programma van de avond, er is een zwerftocht door beschikbaar materiaal, zonder routekaart. Ze verhuizen overigens regelmatig van muur, die vellen. Waarom weet ik niet. Links en rechts in de toneelhemel hangen opgerolde coulissen van doek die niet uit hun hemel zullen vallen vanavond. Waarom niet, weet ik ook niet. Misschien omdat Sam weliswaar uit de tijd van de coulissen was, maar ook vooral van de tijd van de afschaffing van de coulissen. Dat komt maar op, dat gaat maar af, daar hield-ie niet zo van, net als deze toneelspelers trouwens.
Twee uur lang existeren zij vanavond in About Beckett, in de stilte rond, of liever: de stilte na Samuel Beckett (1906-1989), schrijver, dichter, denker, geestverwant. De vijf spelers van Discordia leggen een vloer van planken met wat hinkstapsprongobstakels, er wordt veel gestruikeld vanavond, ook veel gestameld trouwens, dat is iets als struikelen, maar dan in taal. Uitroepen (‘Pijn?’ ‘Huilen?’) worden afgewisseld met anekdotes die langzaam worden opgebouwd of snel worden afgebroken, meningsverschillen die zelden worden uitgevochten of eventjes worden aangeraakt. De spelers van Discordia moeten een lange geschiedenis hebben met het werk van Beckett, het is alsof ze met horten en stoten verhalen over een oude vriend.
En dan komt, zo ergens tegen het eind van de twee uur durende ontmoeting, een verhaal over Sam die met zijn uitgever Jérôme Lindon wandelt, schuifelt, zo stel ik me voor, over de bevroren straten van Parijs, een geliefd gedicht van een geliefde dichter uit het hoofd reciterend (dat deed hij vaak en hij deed het klaarblijkelijk heel goed). Dat moment wordt gespeeld, nee, dat is het woord niet, het wordt getoond als een levende herinnering. De toneelspeelster laat de verbazing zien op het gezicht van Sams vriend Jérôme én haar verbazing over zoveel schoonheid (zij kende de dichter niet en is gelukkig hem nu wel te kennen), ze toont en reciteert, én ze vertaalt het gecompliceerde en niet eenduidige Frans, ook stamelend, alsof ze de schoonheid van die taal op dat moment herontdekt.
Dit alles is van de overrompelend eenvoudige toneelspelerskunst waar de toneelspelers van Discordia groots in zijn. Toen het licht uitging was ik stil en ik wist niet meer waar ik het (hem? Sam?) zoeken moest.

About Beckett op 6 en 7 maart in Grand Theatre Groningen en in mei in Toneelschuur Haarlem