De stilte rond al die andere dunblanes

De nationale rouw in Groot-Brittannie om de zinloze dood van zestien schoolkinderen en hun onderwijzeres is een studie in hypocrisie. Elk jaar overlijden duizenden Britten door verwaarlozing, vereenzaming en gebrek omdat gezinsverzorgers, ambulances, brandweerposten en reddingsdiensten zijn wegbezuinigd.

De slachtoffers blijven anoniem. Nooit wenen regering en oppositie vereend krokodilletranen om hun zinloze dood. Geen krant verschijnt met een rouwrand en geen radiozender zwijgt. Hun nabestaanden krijgen geen kostenloze bijstand van een crisisteam, geen weken vrij van hun werkgevers en geen bloemen, teddyberen en kaarten uit de hele wereld.
Vanwaar dat verschil? Omdat de slachtoffers in Dunblane onschuldige kinderen waren, waarmee iedereen zich kan identificeren? Maar de tienduizenden zwerfjongeren in de Britse binnensteden zijn evengoed onschuldig. En onder hen vallen naar schatting van de politie elk jaar tweehonderd doden ten gevolge van aids, overdoses, mishandeling en vorst. Zouden de volksvertegenwoordigers er ooit bij stilstaan dat zo'n zwervertje, graaiend in een vuilnisbak of slapend op een paar kartonnen dozen, evengoed hun kind zou kunnen zijn? Ik vrees van niet, anders zouden ze onmiddellijk maatregelen nemen. In neo-victoriaanse zelfgenoegzaamheid identificeren ze zich alleen met de slachtoffers in een welvarende, gesloten middle class-gemeenschap als Dunblane.
En hoe ‘geschokt’ zijn de Britse media? Met forensische precisie hoorden zij elke inwoner uit en smeten alles in de krant: de laatste woorden van de kinderen voor ze naar school gingen, de precieze toedracht van de moord, de ligging van de dode kinderen, de aard van hun verwondingen, de inslagen van de kogels in de muren en meubels, de verschillende manieren waarop de ouders het nieuws vernamen, de paniek, de tranen, de verslagenheid en de woede, de aanblik van de lichamen toen ze uit de school werden gedragen en natuurlijk de zestien jasjes die onaangeroerd aan de kapstok hingen. Nog afgezien van de overlast voor de nabestaanden (die dan ook dringend verzochten of de dames en heren lijkenpikkers wilden opdonderen) hebben zij met hun ziekelijk voyeurisme tal van potentiele moordenaars op een idee gebracht. In plaats van de politie, de wapenwet of het geweld in films en video’s verantwoordelijk te stellen voor het psychotisch gedrag van een man als Hamilton, zouden met name de tabloids de hand in eigen boezem moeten steken.
Het is wel zeer ironisch dat Warner Brothers zich door het drama in Dunblane gedwongen ziet om de videopremiere van Oliver Stones Natural Born Killers uit te stellen. De film is een briljante aanklacht tegen de gewelddadige subcultuur waarvan ook Hamilton deel uitmaakte; het universum waarin de eenzame krijger met het automatische wapen wraak neemt op de hele wereld. De hoofdpersonen plegen een serie zorgvuldig gestileerde moorden en profiteren daarbij van de perverse sympathie van een televisieverslaggever. Aan het slot zijn zij zo met de camera vergroeid dat zij het zonder de journalist afkunnen en hem voor zijn eigen lens doodschieten. En het moet gezegd: sommige collega’s vragen erom.