HET MIGRANTENMUSEUM

DE STOEL

Medium vrachtwagenstoel

BEELD FEMKE VAN HEERIKHUIZEN

Bijna vijftig jaar na de komst van de eerste gastarbeiders is het migrantenmuseum geopend. Het bevindt zich in het brein van een gastarbeiderszoon en toont slechts een voorwerp per week.

Zoals de tenues van de Braziliaanse voetballers vroeger waren, zo is ook de vrachtwagenstoel die in het museum staat. De goede stof waar hij ooit van gemaakt is heeft het in de strijd tegen de menselijke ambitie en ijver moeten afleggen. Nooit hebben Socrates, Zico, Eder gewonnen in deze versleten shirts. De stoel van de vrachtwagen heeft een heel andere kleur: donkerblauw dat niet verbleekt, maar wel oud wordt en gaten vertoont. Uit de gaten die gemaakt zijn door konten van zittende mannen steekt zwarte, goedkope stof.
Hier, op deze stoel die in het museum wordt tentoongesteld, heeft de gastarbeider de lekkerste slaap van zijn leven gehad. De donkerblauwe stoel was beter dan de hooiberg in zijn dorp en de lucht die de motor naar binnen blies warmer en lekkerder dan de zonnestralen die op de hooiberg vielen. En de vrachtwagenchauffeur die deze stoel liet verslijten was barmhartiger dan Jezus zelf.
De gastarbeider die het verhaal van de vrachtwagen, de vrachtwagenstoel en de vrachtwagenchauffeur heeft verteld is doodgegaan en heeft nooit het gezicht van zijn redder beschreven. Maar op een avond waarop Marokkaanse jongens buiten herrie maakten, ons behang het op veel plekken had begeven, ons televisietoestel alle kleuren liet zien en iedereen in huis met spanning op de Turkse film Turks fruit wachtte, vertelde de kleine gastarbeider – terwijl de vier zonen van de kleine gastarbeider kwijlend wachtten op de cake die mijn zussen bakten – hoe hij zijn redding te danken had aan die Nederlandse vrachtwagenchauffeur. De Nederlander had hem niet alleen Nederland in gereden, maar had hem en zijn vrienden ook van een vreselijke bevriezingsdood gered.
Het verhaal was eigenlijk simpel: de gastarbeider en zijn maatjes hadden al hun geld uitgegeven aan een Turk die hen naar Nederland zou rijden. In Frankrijk ging de auto van de man kapot. Ze zaten in de bergen, er was sneeuw en storm. Niemand stopte om hen te redden. Alleen die Nederlandse vrachtwagenchauffeur stopte en reed ze naar Nederland. De kleine gastarbeider die altijd dikke zolen had onder zijn schoenen om toch nog iets langer te lijken, vader van de vier niet al te vernuftige jongens die inmiddels de cake aan het verorberen waren, wilde in de chauffeurscabine zitten. Ook dat mocht van de Nederlander.
De Turkse film Turks fruit zou over tien minuten beginnen, de kleine gastarbeider vertelde: ‘De lucht van de verwarming blies in mijn gezicht. Langzaam werden mijn botten warmer. Ik beefde niet meer. Moge God jullie ervan overtuigen dat ik niet lieg, maar al drie dagen had ik geen oog dichtgedaan. Wat was ik uitgeput. Mijn oogleden sloten zich, ik zag de goede heiden glimlachen en viel in een diepe slaap. Ik werd wakker op die vrachtwagenstoel en vroeg: “België, België…?” De goede heiden zei dat we al in Nederland waren. Ik wou dat ik wist waar hij was. Dan kon ik hem eens goed bedanken.’
De donkerblauwe, versleten vrachtwagenstoel in het museum is net als mijn moeder. Soms is ze in een depressie, omdat de scheuren in de stof zijn als de rimpels van een oude vrouw die denkt dat zij nooit gewaardeerd zal worden voor wat zij heeft gedaan. Maar meestal is de vrachtwagenstoel net als de migranten zelf: je werk doen en niet in de gaten hebben dat je inmiddels zo oud bent dat je een plek in een museum verdient.
Toen de cake was verorberd door de zonen van de kleine gastarbeider en de film eindelijk begon, leerde ik dat dingen niet altijd zijn wat je van ze verwacht. Omdat mooie Monique het niet nodig vond om haar ronde borsten te bedekken ging de televisie uit en kwamen we erachter dat Turks fruit geen Turkse film was.
Jaren later kwam ik er ook achter dat liefde voor voetbal niets te maken heeft met voetbal, maar wel met de tenues van de Brazilianen die eruitzien als de vieze werkkleding van de gastarbeiders.
En nu, starend naar de vrachtwagenstoel in het migrantenmuseum, weet ik dat dit blauwe geval dat op het oog niet zo veel voorstelt minstens net zo veel last op zijn rug heeft gedragen als mijn moeder.