De stoelen, ze had er de hele nacht van wakker gelegen. Het eerste deel vanwege de kwestie zelf, vanaf vier uur ’s ochtends vanwege de symboliek van de kwestie. Dit is wie ik ben, zei B de volgende dag tegen ons, haar vrienden, dit is precies wat er altijd gebeurt in mijn leven.

Ze had de stoelen jarenlang in huis gehad, houten eettafelstoelen, niks mis mee, voor een tientje per stuk ooit uit een kringloopwinkel gevist. Maar nu ging ze verhuizen en alles moest radicaal anders. Voor veertig euro zette ze de vier stoelen op Marktplaats, waarop onmiddellijk een reactie kwam: als hij ze meteen kon komen ophalen, schreef een meneer haar, zou hij er vijftig euro voor betalen. Toen had ze het natuurlijk al kunnen weten, en het gekke was, zei ze tegen ons, ze wíst het ook, ergens, maar op een plek waar ze er net niet bij kon, en bovendien, ze had de boel al in gang gezet.

Jammer dat je niet even aan mij liet weten dat je die leuke Deense designstoelen te koop had!, appte een vriendin haar toen de stoelen net weg waren. Na even googelen kwam B terecht op een dure website voor vintage design. Daar stonden de stoelen, háár stoelen, dezelfde stoelen die ze al die jaren voor lief had genomen in haar krappe flatje, een vermogen te kosten!

Een klassiek verhaal over kennis die te laat komt, de eeuwige menselijke tragedie van niet weten wat je hebt tot het weg is (zie Joni Mitchell, De Dijk). Maar hoe meer ik erover nadacht – hoe meer B ons dwong hierover na te denken, omdat wij, haar vrienden, haar moesten vertellen of het wáár was dat dit alleszeggend was voor de manier waarop ze keer op keer vastliep in de eindeloze loop die haar leven scheen te zijn – hoe verder de overtuigingskracht van deze interpretatie begon af te brokkelen. Was niet juist het hele idee van in leven zijn dat we in een voortdurend achterna-rennen verwikkeld waren? Was de droom van ‘je zaken op orde hebben’ zo’n luchtspiegeling omdat de verwezenlijking ervan zou betekenen dat het verhaal simpelweg ophield? Is die eeuwige loop in werkelijkheid niet het enige wat ons al die tijd gaande houdt? Wat zouden we in godsnaam nog omhanden hebben als we daadwerkelijk in staat waren te leren onze fouten vóór te zijn?

Waar je naar luistert is de graduele verslechtering van geluid en melodie

The Last Days of Roger Federer, het nieuwe boek van Geoff Dyer (een ‘critic, not of the arts but of life itself’, in de woorden van New Yorker-journalist Kathryn Schulz), gaat over allerhande eindes: van carrières, liedjes, boeken, oeuvres, levens. Over het verschil tussen falen en verslagen zijn, stoppen en doorgaan, aftakelen en volhouden. Over dingen die noodzakelijkerwijs níet tot een einde, wat voor soort einde dan ook, worden gebracht, omdat het einde ook echt het einde zou betekenen: een leegte, een gat gespeend van iedere vorm van leven of betekenis. Uiteraard komt er een moment dat Dyer zich begint af te vragen of zijn eigen project tot deze laatste categorie behoort, om te concluderen dat zijn decennialange geloof in zijn eigen einde als schrijver het enige is wat hem al die tijd als schrijver op de been heeft gehouden.

Ergens in de gigantische berg van onderwerpen duikt William Basinski’s geniale, vierdelige compositie The Disintegration Loops op (iemand die mij waardering bijbracht voor elektronische avant-garde zette die muziek jaren geleden eens voor me op, en sindsdien verlang ik ernaar zoals je kunt verlangen naar een masseuse die heel hard haar elleboog in je ruggenwervel plant).

In de jaren tachtig had Basinski allerhande ‘found sounds’ op tape gezet, die hij decennia later wilde digitaliseren. Maar hij ontdekte dat de cassettes behoorlijk vergaan waren, en bij iedere loop nog verder verslechterden omdat er kleine stukjes metaal van de cassette achterbleven in het opnameapparaat. Waar je naar luistert als je The Disintegration Loops opzet, is de graduele verslechtering van geluid en melodie, zo subtiel en langgerekt dat je de veranderingen bijna niet hoort totdat je, vijftig minuten later, achterblijft met niet meer dan een vage echo van het geluid waarmee de loop begon. ‘Every added moment of the tape’s survival’, schrijft Dyer daarover, ‘is also an additional increment of self-destruction.’

Als je naar The Disintegration Loops luistert, zou ik daaraan willen toevoegen, luister je naar het leven zelf in zijn meest hartverscheurende en ware vorm. Al die herhalingen van bijna hetzelfde, en dan toch, somehow, een levensgroot verschil tussen hoe het ooit begon en waar het, op een dag, onvermijdelijk, eindigt. Ik kon niet wachten op een nieuwe ronde in B’s bestaan van gemiste kansen en verpatste meubels.