Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

De straf van een onvoldoende

Op dit moment wachten de Nederlandse examenkandidaten gespannen op een belletje. Zij hebben een zware strijd achter de rug: met de aangescherpte eindexameneisen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd, is er veel nodig voor een opluchtend telefoontje.

Een van die verscherpte eindexameneisen is het kernvakkenbeleid. Dit houdt in dat voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde de leerling maximaal één vijf mag staan. Een vier halen en dat compenseren met briljante cijfers voor andere vakken, dat is ondenkbaar geworden. Als aanstormend eindexamenkandidaat zet ik mijn vraagtekens bij deze nieuwe regelingen.

Aan het einde van de derde klas van het atheneum kreeg iedere leerling een adviesgesprek. Dit gesprek zou een analyse moeten geven van de capaciteiten van de leerling. Het vooruitzicht van het nieuwe kernvakkenplan bracht veel roering in deze simpele tienminutenpraatjes.

Klasgenote Tahmina ging met een lijst van voldoendes dit gesprek in. Zij stond bekend als een van de bètatalenten van de klas. Niet verwonderlijk: haar vader werkt als architect, haar oudere zus rondde het technisch profiel op dezelfde school af. Toch werd deze dame niet gestimuleerd om haar zinnen te zetten op een mathematische droomstudie. Omdat Tahmina, als Afghaanse, Nederlands spreekt met een accent en een lichte spraakverwarring heeft, werd het haar afgeraden om door te gaan met het vwo. Vriendin Thirza verscheen met dezelfde voldoendes op het gesprek. Helaas, een geval van dyslexie. Dan schijnt de havo toch een verstandigere keuze te zijn.

Enkele jaren terug is het woord ‘kernvakken’ een belangrijk begrip geworden in het Nederlandse onderwijs. Dat houdt in dat, naast alle andere ontzettend belangrijke vakken, Nederlands, Engels en wiskunde op de eerste plaats komen te staan. We weten nog steeds niet welke voordelen dit idee heeft gehad. Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat leerlingen die moeite hebben met Nederlands, Engels of wiskunde bij voorbaat de deur worden gewezen. Van uitzonderingen hebben we nog nooit gehoord. Als je bij je examens lager dan een vijf scoort op één van deze vakken kun je een papiertje voorgoed vergeten. Wat voor een geniaal wonderkind je ook bent, zonder de onderwijskundige grote drie kom je nergens meer. Dat creëert niet slechts een starre situatie voor de komende lichtingen eindexamenkandidaten, maar drijft vooral speciale groepen leerlingen in het nauw.

Zo gaf ik dit jaar bijlessen Engels aan een leerlinge uit 3 havo. Wederom een ambitieuze bèta, die moeite heeft met één taal die net even belangrijk is. Omdat school zelf geen bijlessen aanbiedt, kwam ze bij mij terecht. We sleutelden uren aan haar spelling en grammatica, en ik zal toegeven dat het lastig is om een meisje dat nauwelijks talen spreekt het verschil uit te leggen tussen de Present Perfect Simple en de Future Perfect Continuous. Toch vreemd dat de leraren haar in die drie jaar ongestraft geen woord Engels bijbrachten, terwijl het meisje zelf uren aan haar woordjes moet besteden. Al besluit ze om voor een technisch profiel te kiezen.

Wat mij het meest verbaast aan dit kernvakkenbeleid is de kortzichtigheid. Het is een mislukte poging om nog meer structuur te geven aan een onderwijssysteem waar menig ambtenaar gelukkig van wordt. Er worden vooral meer slachtoffers gemaakt: groepen leerlingen die we eerst zo aanmoedigden. Allochtone leerlingen die een perfect stel hersenen bezitten, maar ‘de’ en ‘het’ soms door elkaar halen. De bètatalenten die we allemaal zó belangrijk vinden, maar die worden afgerekend op hun talenkennis. De leerling met dyslexie. En niet te vergeten, waarschijnlijk nog de allergrootste club, de leerlingen die stuntelen met cijfers.

Ikzelf val, net als een groot aantal vrienden, binnen de karakterisering van de laatste groep. Ik word gebruikt als naslagwerk bij gammavakken en word gelukkig van literatuurlijsten. Maar: ik gooi cijfers door elkaar. Dat maakte dat mijn leerroute bij invoering van de nieuwe eisen een rommeltje werd. Door veel uitzonderingsregelingen en geluk kan ik volgend jaar beginnen aan mijn eindexamenjaar. Er zijn echter veel leerlingen die wegens wiskunde blijven zitten of op een lager niveau belanden. En alhoewel leerlingen met dyslexie op wat extra ondersteuning kunnen rekenen, is dyscalculie door de overheid nog niet daadwerkelijk erkend als leerprobleem. Mocht je het dan tot dat examenjaar schoppen, dan kun je geen minuut verlenging verwachten bij je examens. Of ook maar iets van andere regelingen die rekening houden met jouw leerproblemen.

Uiteindelijk zullen alle bovengenoemde personen zich moeten wagen aan de grote test, die ons wél of geen diploma zal schenken. Dan vallen alle pedagogische betitelingen weg en ben je écht gewaagd aan alle informatie die je in je hoofd hebt moeten proppen. Bij deze wil ik het ministerie van OCW bedanken voor dit efficiënte kernvakkensysteem: we zullen nooit meer een interpunctiefout maken of een algoritme vergeten. Wat een filosoof aan lineaire functies heeft en een architect aan spreekwoordenrijtjes weten wij echter nog steeds niet.