De strijd in Hongkong ontroert, omdat je weet wat er op het spel staat

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse tv-kroniek kan bespreken. Deze keer: een Tegenlicht-aflevering van Floris-Jan van Luyn, over Hongkongs nieuwe helden.

© VPRO

Joshua Wong is uitgesloten van de districtsverkiezingen in Hongkong, volgende maand. De enige vrije verkiezingen daar, al blijkt propageren van zelfbeschikkingsrecht (wat Wong doet en waar miljoenen actie voor voeren) in strijd met de kieswet, dus zo vrij zijn ze niet. Van 1100 kandidaten is hij de enige geweigerde. Hij wordt door de autoriteiten trouwens niet eens bij naam genoemd, zoals je ooit als dorpeling in Zuidoost-Azië de gevaarlijke tijger niet benoemde of, dichterbij, kanker met K aanduidde. Hij moet nu 22 zijn, want als zeventienjarige was hij al prominent in het parapluprotest. Een uitzonderlijke puber dus, zoals die ook opduiken in het klimaatdebat (Greta Thunberg), verzet tegen de wapengekte in de Verenigde Staten (Emma González) en in talloze acties tegen corrupte regeringen van Slowakije tot Libanon, van Irak tot Zuid-Amerika. We zien hen en dat alles onder meer voorbijkomen in het Journaal en weten daardoor een en ander over hen en hun zaak. Maar weten is iets anders dan beseffen. Beseffen ga je, waar het televisiekijken betreft, pas door een uitgebreide reportage of documentaire. Zoals de Tegenlicht-aflevering van afgelopen zondag: Hongkongs nieuwe helden van Floris-Jan van Luyn.

Wong komt daar niet in voor. Die doet me het meest denken aan de nog altijd anonieme jongeman die dertig jaar geleden als een toreador voor een tank op het Plein van de Hemelse Vrede stond, liep, de dag nadat het studentenprotest van drie weken was neergeslagen. Qua lef dan, want Wong is organisator en strateeg en zou dit specifieke, en waarschijnlijk fatale gebaar nooit maken. Maar Van Luyn laat ons juist kennismaken met anonymi, scholieren en studenten uit de menigte activisten en demonstranten. En met een vrouw van in de vijftig, sociaal werker van beroep, die, met leeftijdgenoten musicerend en zingend, in alle demonstraties meeloopt. Juist zij benadrukt het onschatbare belang van de jeugd als drijvende kracht in deze, langdurige, massale en risicovolle, protestbeweging. Want dat is een kernpunt in de documentaire: er is meer aan de hand dan het bekende feit dat jongeren makkelijker barricaden beklimmen dan bejaarden. De leeftijd-scheidingslijn is immers tegelijkertijd een ideologische. Generaliserend gezegd: de oudere generaties in Hongkong koesteren hun welvaart, die ze niet in gevaar zien komen door Xi en het Grote China. Ze achten die, op korte en lange termijn, meer bedreigd door de onophoudelijke demonstraties en protesten – vanwege de directe verstoring van orde en economie en vanwege de ernstige consequenties die de toorn van Beijing kan hebben. Oftewel: mensenrechten, ‘rule of law’, gelijkheid, vrijheid – ze zullen veel oudere burgers worst zijn, of in elk geval nooit een breekpunt met het Grote Rode China worden. Het is ook nogal een overgang, om met Van Luijn te spreken: van zakenparadijs naar broeinest van opstandigheid en geweld. Heel veel geweld, waarvan de escalatie niet alleen door activistische demonstranten maar ook door een grote groep sympathisanten (die zelf de straat niet meer op durft gaan) en door waarnemers wordt geweten aan buitenproportionele reacties van de overheid tegen vreedzaam begonnen verzet. Tegen de uitleveringswet. De bekende dynamiek van volksverzet en revolutie heeft ertoe geleid dat die wet inmiddels van tafel is (of lijkt), maar dat er te veel gebeurd is om over te gaan tot de orde van de dag. De eisen nu: onderzoek naar politiegeweld; vrijlating gearresteerde demonstranten; de overheid mag vreedzaam protest niet meer als ‘oproer’ bestempelen; vrije verkiezingen.

Scholier Ed legt trots uit hoe zijn generatie zo bedreven is op internet en met communicatie-apps dat ze nauwelijks te pakken is door de politie: als die door heeft waar ze heengaan, weten zij al dat de politie hen door heeft en blijven hen een stap voor. Als door de politie met blauwe vloeistof wordt gespoten om de voorste linies te kunnen identificeren (mishandelen en arresteren), dan weten zij binnen de kortste keren welk oplosmiddel helpt en wordt ervoor gezorgd dat het overvloedig voorhanden komt. Ze ontwikkelden gebarentaal om boodschappen razendsnel door massa’s heen te laten circuleren. Een meisje vertelt hoe ze van de Franse gele hesjes leerden om met tennisrackets traangasbommen weg te meppen. We zien daar prachtfoto’s van zoals er in de aflevering sowieso veel indrukwekkend beeldmateriaal wordt gebruikt (de drone is soms esthetisch en journalistiek een zegen). Dat Ed dol op gewelddadige computerspelletjes is, geeft hem (en veel leeftijdgenoten) een voorsprong in tactieken om gevaar in real life te ontwijken. Maar wie concludeert dat het dus toch om raddraaiers en ander tuig gaat: diezelfde Ed vertelt hoe het gezin waaruit hij komt verscheurd is door de gebeurtenissen. Moeder is fel tegen de protesten, vader is in zijn hart sympathisant maar zwijgt thuis voor de lieve vrede. ‘Hoe gaan de discussies thuis?’ ‘Discussies? Ruzie. Ik loop het huis uit.’ En ook scholier en overtuigd activist Amy zwijgt maar liever tegen haar ouders, omdat ze thuis thuis wil laten zijn. Als ze met een vriendin gaat demonstreren zegt ze dat ze uitgaat. Of die ouders dat geloven? Zie de meiden zich uitrusten met gasmasker, oogbescherming en helm – met dezelfde zorg en precisie waarmee ze zich zouden opmaken als ze naar een feest zouden gaan. Weer zou hierdoor de indruk kunnen ontstaan dat het om een lolletje gaat, maar kijk en luister naar deze jongeren en je beseft (jawel) hoe bloedernstig ze zijn en hoezeer doordrongen van de essentiële waarden en vrijheden die op het spel staan. Het gaat verdomme om hun toekomst, en die van Hongkong. Wat heeft mijn generatie niet afgedemonstreerd en dat soms voor of tegen zaken die het niet halen bij wat hier in het geding is.

Opvallend ook hoe dit kleine groepje individuen het type geweld van sommige actievoerders dat ze zelf nooit zouden gebruiken, tolereert of zelfs accepteert omdat het absoluut noodzakelijk is een front te blijven vormen tegen wat uiteindelijk natuurlijk Beijing is. Bovendien, als je die massa’s mensen ziet, met hun paraplu’s en camouflage-uitrustingen, dan is het een nog groter raadsel dat er niet veel meer uit de hand loopt, dat het er over het algemeen zo ordelijk aan toe gaat. En wat wij op Journaals niet zien: door de week is Hongkong nog altijd een hectische zakenstad, waar hard gewerkt en geconsumeerd wordt (‘denderende kooplust’). Tot het actieweekend, waarin het om wezenlijkere zaken gaat.

Van Luyn spreekt ook een Grote Naam: Martin Lee, al in de jaren tachtig politiek actief, oprichter van de Democratische Partij en volhoudend criticaster van Beijing. Hij stelt vast dat zonder de offers van de jongeren (arrestatie, verwondingen, gevangenisstraf) de uitleveringswet overeind was gebleven. Hij benadrukt dat het ‘één land, twee systemen’- principe (waarmee de uitzonderingspositie van Hongkong voor decennia werd vastgelegd) uiteindelijk niet werkt omdat twee systemen ten diepste twee culturen betekent. Er is gebrek aan liefde over en weer tussen China en Hongkong, doordat China niet begrijpt ‘dat je de kans op meer geld opgeeft omdat je onderscheid maakt tussen goed en kwaad. China verzorgt het lichaam, niet de geest. Hoe kan geld je enige kernwaarde zijn, waarvoor je bereid bent mensenrechten, burgerlijke vrijheden, gelijkheid etc. op te geven?’ Waarmee hij de oudere generatie in kapitalistisch Hongkong hetzelfde verwijt als Xi, de Partij, Groot en Rood China. Maar ook het Westen kiest voor geld boven vrijheid door in dit conflict nauwelijks of geen druk op China uit te oefenen, benadrukt hij.

De sociaal werkster is even strijdbaar als de jonkies: zij is nog nooit naar China gegaan als toerist, zoals velen doen; ze weigert haar gezicht te bedekken bij acties; en, bedreven in zelfverdediging, geeft ze daar nu les in aan oud en jong. Als het niet zo ernstig was zou je dat aandoenlijk kunnen vinden, want wat baat ‘the noble art of selfdefence’ als het werkelijk tot de grote botsing komt? Scholier en oudere vrouw tegen tank. Maar ‘wees als water’ is hun motto, dus meegevend maar ongrijpbaar. Je ziet dat haast letterlijk verbeeld in een drone-shot: een onafzienbare massa in eindeloze rijen wijkt als de Rode Zee voor Mozes. Het is lang raadselachtig, totdat je ziet dat er een ambulance wordt doorgelaten. Ongelofelijk hoe dat signaal van verre moet zijn doorgegeven en hoe vloeibaar die massa kan zijn. ‘Als ze binnenvallen kunnen we opnieuw beginnen’, zegt iemand, ‘want Hongkong is als een kakkerlak, die gaat nooit dood.’ Je helpt het ze hopen – niet die inval, wel de overwinning. Dan hoor je een strijdlied en zie je een compleet orkest meelopen. Er is een shot dat aan het affiche van Bertolucci’s Novecento doet denken. Het ontroert omdat je beseft en niet alleen wéét wat er op het spel staat. En ook omdat je vreest.


Floris-Jan van Luyn, Hongkongs nieuwe helden, VPRO Tegenlicht, zondag 3 november, NPO 2, 21.10 uur