Essay: De tweede termijn

De strijd om de Amerikaanse ziel

Ondanks de overwinning van Barack ­Obama zullen de objectivisten – de aanhangers van schrijfster Ayn Rand – hun langetermijnstrategie blijven volgen. De Tea Party is al op hun hand, Fox News en de Republikeinse Partij zullen wellicht volgen. ‘Over vijftien jaar zal Rand overal zijn.’

Sinds de zomer van 2012 voert de toneelgroep Mugmetdegoudentand op verschillende plaatsen in Nederland de theatervoorstelling Superkapitalisten op. Het is een schitterend geënsceneerd tweegesprek dat na de kredietcrisis plaatsvindt tussen een uit het graf herrezen Ayn Rand en haar geliefde discipel Alan Greenspan, die van 1987 tot 2006 president van de Amerikaanse centrale bank was. Het stuk heeft succes. De bezoekers zijn er duidelijk van op de hoogte welke belangrijke ideologische rol Ayn Rand in de aanloop naar de kredietcrisis heeft gespeeld.

Ondanks haar toenemende bekendheid in ons land onderkennen nog weinig Nederlanders het utopische karakter van de boeken van Rand. Typerend is dat Hans Crombag en Frank van Dun haar als anti-utopiste neerzetten in een recente heruitgave van hun essays over de utopie. Atlas Shrugged is volgens de auteurs nog steeds ‘een anti-utopische roman over het moderne westerse collectivisme’. Sinds ze dit vijftien jaar geleden voor het eerst schreven is hun oordeel kennelijk niet veranderd. In die tijd leken utopieën alleen een zaak van links; wie rechts was bestreed het utopisch denken, zo nam men algemeen aan. Maar sinds de eeuwwisseling is duidelijk geworden dat het utopisch enthousiasme zich naar de rechterzijde van het politieke spectrum heeft verplaatst.

In de Verenigde Staten is men zich zeer bewust van deze verschuiving. Zowel Democraten als Republikeinen beseffen dat er een politieke strijd gaande is ‘om de ziel van Amerika’. Het gaat om een al dan niet utopische toekomst, dus om veel meer dan een kortetermijn-verkiezingsstrijd tussen Obama en Romney. Wat er op het spel staat zijn mogelijke langetermijnveranderingen in het karakter van de Amerikaanse natie.

Met recht heeft de verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten dit jaar weer veel aandacht gekregen. Vaak is erop gewezen dat met een eventuele winst van Romney het Witte Huis nog maar één hartslag verwijderd was van een fanatieke aanhanger van Rand. Paul Ryan, Romney’s kandidaat voor het vice-presidentschap, vertelde bij een lezing voor het Atlas Institute in 2009 trots dat hij door het lezen van Atlas Shrugged gemotiveerd was om de politiek in te gaan. Datzelfde boek gaf Ryan aan zijn medewerkers als kerstgeschenk met de dringende raad het goed te bestuderen.

Maar dat de mogelijke doorbraak richting Witte Huis zo snel zou gaan had tot voor kort geen van de aanhangers van Rand verwacht. Zij komen via interviews en reportages uitgebreid aan bod in Ayn Rand Nation: The Hidden Struggle for America’s Soul van journalist Gary Weiss, dat in februari van dit jaar verscheen. Dit boek, dat leest als een soort who’s who van rechts Amerika, bevat veel interessante en brisante informatie over de manier waarop de volgelingen van Rand propaganda bedrijven. Vooral via de Tea Party, die ze steeds meer lijken te beheersen, bepalen ze de richting van de Republikeinse Partij.

Wat mij echter vooral trof was de rustige en zelfverzekerde manier waarop aan sociale en politieke veranderingen in Amerika wordt gewerkt. Niemand van de geïnterviewden verwachtte dat in de presidents­verkiezingen van 2012 een Rand-adept al een rol zou spelen. Leidend in hun denken was een uitspraak van de meesteres zelf: Rand benadrukte altijd dat de belangrijkste veranderingen ‘tussen de verkiezingen door plaatsvonden’. Zeker, verkiezingen waren belangrijk, maar het geduldige propagandawerk aan de basis was van veel groter gewicht. In 1964 ondersteunde Rand actief de Republikeinse campagne van Barry Goldwater die op een fiasco uitliep. Voor haar was dat een voorbeeld van hoe het niet moest. Alleen actie op de lange termijn voor een verder weg gelegen toekomst bood uitzicht op het doorvoeren van de radicale maatschappelijke veranderingen die zij beoogde.

Het was hetzelfde soort vertrouwen dat Ron Paul in de strijd om de Republikeinse nominatie uitstraalde. Bij een bezoek aan ons land in maart van dit jaar onderstreepte Jim Turney, voormalig voorzitter van de Libertarian Party, dat Pauls campagne een groot succes was. Op de verbaasde tegenwerping van een journalist dat Paul nog geen enkele voorverkiezing had gewonnen, legde Turney uit dat het daar in het geheel niet om gegaan was. Het ging ‘om de ideeën, om de Libertaire agenda. Paul heeft meer ruimte voor onze ideeën gewonnen dan ik ooit voor mogelijk hield.’ Terloops wees Turney erop dat Rand Paul, de zoon van Ron, met hulp van de Tea Party in de Senaat was gekozen en dat de jonge Paul erin geslaagd was om veel van zijn gedachtegoed binnen deze beweging te introduceren.

Om dat laatste draait het in het langetermijnperspectief dat men voor ogen heeft. De Tea Party zelf ziet het ook zo. Een van de leiders sprak het duidelijk uit: ‘We beschikken over wat je een veertigjarenplan zou kunnen noemen.’ Zij vergelijkt dit langjarige project met de veertig jaar die het de linkse beweging sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft gekost om haar lange mars door de instituties te voltooien. De intens gehate president Obama zou daarvan de uitkomst zijn. Het was daarom slechts een eerste stap om zijn verkiezing tegen te houden, of, als dat niet lukte, hem het regeren zo goed als onmogelijk te maken.

De invloedrijke objectivist Yaron Brook, hoofd van het Ayn Rand Center, weet het zeker: ‘Over vijftien jaar zal Rand overal zijn. Haar ideeën zullen het onderwijs beheersen. Ze zullen op scholen, op de televisie en in de publieke ruimte bediscussieerd worden. Niemand zal er de ogen meer voor kunnen sluiten.’ Globaal rekent Brook op vijftig jaren harde strijd, maar het lijkt al sneller te gaan dan hij voorspelt. Weiss bijvoorbeeld legt de nodige verbanden bloot tussen het Ayn Rand Institute en presentatoren van het populaire en invloedrijke Fox News die nu al veel aandacht aan de ideeën van Rand besteden.

Dat de sluipende Rand-revolutie misschien al veel langer aan de gang is, suggereert Weiss in twee zeer informatieve hoofdstukken over de activiteiten van Alan Greenspan. In een nauwgezette reconstructie van diens overgang van het bedrijfsleven naar de overheid laat hij zien dat Rand daar een belangrijke rol in speelde. In zijn autobiografie verdonkeremaant Greenspan dit gegeven, terwijl hij tevens suggereert dat zijn vurige liefde als jonge bekeerling voor het objectivisme al snel begon te tanen. Weiss laat aan de hand van Greenspans uitspraken en interventies zien dat de ‘jonge bekeerling’ geen afstand nam van het objectivisme, maar juist tientallen jaren lang zo goed mogelijk de objectivistische zaak probeerde te dienen. Van Greenspans verklaring dat hij door de kredietcrisis van zijn geloof gevallen was, laat Weiss ook niets heel. De afgelopen jaren ondernam Greenspan – als privé-persoon met nog altijd een grote naam plus invloed – in naam van de vrije markt een ware kruistocht tegen elke vorm van de nog zo zwakke regulering die Obama de banken en het bedrijfsleven probeerde op te leggen. Ik verwees al naar het opmerkelijke toneelstuk Superkapitalisten. Het zou passen om daarin Rand ook een lofzang af te laten steken op de geduldige manier waarop haar discipel haar ideeën aan het verwerkelijken is.

Dat Brook niet overdrijft met zijn voorspelling dat Rands naam in elk Amerikaans klaslokaal zal weerklinken, heeft vooral te maken met een groot, op de high school-_jeugd gericht onderwijsprogramma van het Ayn Rand Institute. Alle leraren Engels worden door het ari benaderd met het aanbod om gratis exemplaren van _Atlas Shrugged te ontvangen, op voorwaarde dat hun leerlingen er een werkstuk over maken. Met de huidige financiële problemen van het door de staat gefinancierde onderwijs maakt men massaal dankbaar gebruik van dit aanbod. Jaarlijks worden nu zo’n 350.000 exemplaren van Rands roman op de scholen verspreid. Wie in Ayn Rand Nation leest hoe de meeste van de geïnterviewde Rand-aanhangers juist in hun gevoelige tienerjaren ontvankelijk bleken te zijn voor de boodschap van The Fountainhead en Atlas Shrugged die, zoals het cliché luidt, hun leven veranderden, kan enigszins aanvoelen wat het voor de toekomst betekent wanneer een aanzienlijk deel van de Amerikaanse jeugd met deze boeken wordt opgevoed.

Vooral na de verkiezing van Obama in 2008 is het enthousiasme voor de denkbeelden van Rand sterk toegenomen. Voor veel mensen met veel verschillende achtergronden die zich tegen hem verzetten – libertariërs, conservatieven en evangelische christenen – is Atlas Shrugged een soort bijbel. In de betogingen tegen Obama domineren de plakkaten en T-shirts met de vraag wie John Galt (de heroïsche protagonist van die roman) is en waar hij als redder van Amerika blijft, naast simpele leuzen als ‘Ayn Rand was right – read Atlas Shrugged’. Dat laatste gebeurt op massale schaal. De toch al fenomenale verkoopcijfers van het boek verdrievoudigden in het eerste jaar van het presidentschap van Obama. In 2009 werden zeshonderdduizend exemplaren verkocht.

Geen wonder dat bij een onderzoek uit 2012 bleek dat 29 procent van de Amerikanen Atlas Shrugged had gelezen. Het grootste deel had er in zijn jonge jaren van genoten en ongeveer de helft gaf aan dat het zijn opvattingen over politiek en ethiek beslissend had beïnvloed, zo staat bij Weiss te lezen. Gezien mijn eigen geringe waardering ervoor vond ik het nog verrassender om te ontdekken dat drie procent van de Amerikanen ook haar zuiver filosofische werk als The Virtue of Selfishness en het samen met onder anderen Greenspan geschreven Capitalism: The Unknown Ideal had bestudeerd. Ook bij de non-fictieboeken staat Rand nu aan de top, zo blijkt uit overzichten van Amazon. Haar grote vijand John F. Kennedy, die zij als een fascist beschouwde en met Hitler vergeleek, is postuum als auteur door haar verslagen. Zijn bestseller Profiles in Courage is al lang door het filosofische werk van Rand voorbijgestreefd.

De Nederlandse lezer zal zich onderhand afvragen hoe het radicale atheïstische gedachtegoed van Rand binnen de Tea Party wordt ontvangen. Die wordt toch meestal gepresenteerd als een semi-religieuze beweging waarin fundamentalisten en evangelische christenen de toon aangeven. Weiss gaat uitvoerig op deze vraag in. Een eerste antwoord dat hij geeft, onthult de strategie van de hardcore objectivisten. Hoewel ze zelf overtuigde atheïsten zijn, wordt deze levenshouding in tegenstelling tot wat Rand zelf vroeger deed niet bewust uitgedragen. Levensbeschouwelijke discussies worden vermeden; de politieke, tegen de overheid gerichte boodschap krijgt alle aandacht. Veel van de uit de Tea Party afkomstige gesprekspartners van Weiss geloven, al dan niet op een vage wijze, in een goddelijke schepping en zelfs in een goddelijke bestiering van de wereld, maar verbinden dit moeiteloos met een groot enthousiasme voor de boodschap van de romans van Rand. Het uitgesproken atheïsme van bijvoorbeeld een door hen bewonderd romanpersonage als Howard Roark, de held uit The Fountainhead, deert hen nauwelijks. Ze zijn verbaasd wanneer Weiss er expliciet vragen over stelt.

Het tweede antwoord van Weiss op de vraag naar de relatie tussen de kleine Gideonsbende van de objectivisten en de brede en los georganiseerde beweging van de Tea Party luidt dat de laatste voorlopig vooral een tegenbeweging vormt. Men is verenigd dankzij de zaken die men bestrijdt: Obamacare en Big Government in Washington. Onderlinge verschillen verdwijnen op deze wijze. Men werkt samen volgens het beroemde elfde gebod van Reagan dat stelde dat rechtse organisaties hun eventuele twistpunten nooit publiekelijk moeten uitvechten. Ayn Rand was bijvoorbeeld een voorstandster van het recht van vrouwen op abortus; binnen de Tea Party is men hier over het algemeen fel op tegen. Buitenstaanders horen nooit of hier misschien over gediscussieerd wordt.

De relatie tussen de leerstellige objectivisten en de brede tegenbeweging van de Tea Party lijkt ontegenzeggelijk op die tussen de bolsjewieken van Lenin en de grotere socialistische beweging van zo’n honderd jaar geleden. De leden van het Ayn Rand Institute die Weiss spreekt, zien het als hun opdracht om het heterogene gedachtegoed van de Tea Party te voorzien van een stevig moreel en politiek fundament. Daar werken zij in alle rust aan. Net als de bolsjewieken weten zij precies in welke richting zij hun medestanders willen leiden: een nieuwe samenleving, die, zoals John Galt het uitdrukt, in het teken van de dollar zal staan.

Een laatste vraag draait om de interpretatie van Atlas Shrugged. Voor de Nederlandse, maar ook voor de meer neutrale Amerikaanse beschouwers is het vaak onbegrijpelijk dat de vele Amerikanen die bij de Tea Party betrokken zijn ook na de kredietcrisis blijven geloven in het vrije, ­ongereguleerde kapitalisme dat Rand propageert. Heeft die crisis niet het falen van de hebzucht van de kapitalisten, die ook Greenspan aanprijst, duidelijk aangetoond? Zijn de Amerikanen van Main Street niet de slachtoffers geworden van de praktijken van Wall Street?

Het antwoord op dit soort vragen is verrassend. Het keert de schuld en verantwoordelijkheid precies om. De kredietcrisis wordt geïnterpreteerd als het falen van een socialistische overheid die het bedrijfsleven en de banken de verkeerde richting op dwong. De meeste lezers van Atlas Shrugged zien dit boek dan ook als een perfecte voorspelling van de ineenstorting van Amerika die zij om zich heen ontwaren. De regering die het al lang verbruid heeft, gaat nog steeds zonder veel succes door met het verkwisten van belastinggeld om de banken en het bedrijfsleven te steunen. Daar moet een eind aan komen. De bankiers kunnen best hun eigen boontjes doppen, de kapitalisten kunnen op eigen kracht zonder overheidsinmenging Amerika redden. Voor veel Amerikanen speelt de dystopie van Atlas Shrugged, de eindtijd waarin beslissende, compromisloze keuzen gemaakt moeten worden, zich voor hun ogen af. Ik geef toe dat dit een fascinerende interpretatie is van zowel deze roman als van de kredietcrisis waarmee ik het in beide gevallen oneens ben. Dat is echter niet van belang; waar het om gaat is dat grote groepen Amerikanen de politieke en maatschappelijke werkelijkheid van hun land op deze wijze duiden en beleven. Soms gaat dat nog veel verder dan in de fictie van Ayn Rand. In een grote reportage van eerder dit jaar over Kansas, een staat uit het Amerikaanse heartland waarin alles ‘naar rechts wijst’, signaleerde journalist Guus Valk de roman 2006 van Jack Cashill. In dit boek heeft de Democraat Al Gore in 2000 George Bush verslagen. Onder zijn presidentschap wordt Amerika een socialistische heilstaat. Gelukkig zijn er nog vaderlandslievende Amerikanen die zich hiertegen verzetten. Na een bloedige burgeroorlog verslaan ze de liberalen en redden ze Amerika. De roman 2006 is Atlas Shrugged in het kwadraat. Dit soort fictie die werkelijkheid wil worden, maakt duidelijk dat inderdaad de ziel van Amerika op het spel staat.


Hans Achterhuis is filosoof en schreef onder meer De erfenis van de utopie. Twee jaar geleden publiceerde hij als vervolg daarop De utopie van de vrije markt


Lof van de hebzucht

Ayn Rand (1905-1982), de grond­legster van het filosofisch objectivisme, was meer een schrijfster dan een filosofe of politieke denkster. Ze werd als Alissa Rosenbaum in Sint-Petersburg geboren en studeerde er filosofie en geschiedenis alvorens in 1926 uit te wijken naar de Verenigde Staten. Rand werkte in Hollywood als scriptschrijfster en trouwde met de acteur Frank O’Connor. Haar eerste grote roman, The Fountainhead, verscheen in 1943. De tweede, Atlas Shrugged uit 1957, was in de Verenig­de Staten een kleine sensatie. Rand gebruikte die bekendheid om haar aanhangers te verenigen in een Objectivistische Beweging, maar die viel in de jaren zestig uiteen. De leden zaten seksueel te veel op elkaars lip terwijl hun denkbeelden steeds meer uiteenliepen.

Rand meende dat iedereen die consequent en rationeel zijn eigen geluk nastreeft de werkelijkheid kan leren kennen en naar zijn hand zetten. Meer dan dat laatste had een mens volgens haar ook niet nodig om gelukkig te worden. Rand was een overtuigde atheïste en aanhangster van een totaal laissez-faire kapitalisme waarvan zij meende dat het in de Verenigde Staten – een ‘semi-vrij land’, volgens haar – niet voldoende was gerealiseerd.

De protagonisten in haar romans – steevast ‘mannelijke’ mannen zonder vaders of moeders, kinderen of vrienden, mateloos ambitieus, dominant en gewelddadig – zijn karikaturen van Friedrich Nietzsche’s Übermensch. Architect Howard Roark (The Fountainhead) en ingenieur John Galt (Atlas Shrugged) onderwerpen de bordkartonnen wereld waarin Rand hen plaatst genadeloos aan hun eigen waarden, plannen en fysieke lusten. Ze nemen subliem wraak op hun bangelijke, in afgunst en middelmatigheid gevangen medemensen. Met name John Galt, de ongenaakbare amoralist die in een denkbeeldig socialistisch Amerika de intellectuele elite aanzet tot een succesvolle opstand, wordt opgevoerd als een messias van de ware vrijheid. Vandaar de retorische vraag ‘Waar is John Galt?’ die vaak op manifestaties van Rand-aanhangers wordt gesteld. Volgens tegenstanders ligt het antwoord voor de hand: in de gevangenis wegens diefstal en verkrachting.

AART BROUWER