Hoe jongeren de industrie verslaan

De strijd om het internet

Jaren werd eraan gewerkt: de antipiraterijwet. Maar een nieuwe generatie activisten zorgde er binnen een paar maanden voor dat niemand zijn handen er nog aan wil branden.

Jimmy Wales is tegen piraterij. De oprichter van Wikipedia vindt het niet kunnen dat mensen films en muziek downloaden zonder te betalen. ‘Ik doe het zelf nooit’, zei hij vorige week nog in de marge van een conferentie in Brussel. ‘Ik ben echt een beetje paranoïde.’ Maar, zo voegde hij eraan toe, hij is ook tegen ‘de herstructurering’ van het internet op een manier dat het ‘tieners onmogelijk maakt om bestanden uit te wisselen’.

De gratis encyclopedie was een van meer dan honderdduizend websites die eerder dit jaar een dag lang op zwart gingen uit protest tegen een voorstel voor een antipiraterijwet in de Verenigde Staten. De wet, zo las het die dag op wikipedia.org, ‘zou het vrije en open internet fataal kunnen worden’. De actie, die al wat eerder was opgezet door websites als Tumblr en Reddit, die leven van het delen van creatief materiaal, is zonder twijfel een van de meest succesvolle ooit. Miljoenen mensen tekenden een petitie. Bedrijven werden geboycot. Politici krabbelden terug. De blackout, vervolgens, was de doodsteek. Twee dagen later was de wet van de baan.

Het toeval wil dat op datzelfde moment, aan de andere kant van de oceaan, iets vergelijkbaars aan de gang was. De leiders van Europa stonden op het punt een nieuw verdrag te tekenen – een internationaal antipiraterijverdrag, beter bekend als Acta (zie kader). De VS, Japan en nog een handjevol hadden al getekend. Alleen Europa moest nog.

Christian Engström, fractieleider van de Zweedse Piratenpartij in het Europees Parlement, kan het zich nog goed herinneren. Het protest tegen Acta begon in Polen. De regering had zojuist verklaard het verdrag te zullen tekenen. ‘Plots kwamen al die mensen op straat’, vertelt Engström. Websites van de overheid werden platgelegd, Kamerleden werden gebombardeerd met e-mails. Donald Tusk, de Poolse premier, bleef onverzettelijk. De protesten waren ‘chantage’, zei hij, en ging over tot de ondertekening, samen met de Europese Commissie en 21 andere EU-lidstaten. (De andere vijf, waar­onder Nederland, zouden later tekenen.) Het was nu aan de parlementen om hun goedkeuring te geven.

Tusk bleef het mikpunt van protest. Acht dagen later stond hij de pers te woord. Hij was tot het inzicht gekomen dat hij eenzijdig was geïnformeerd, vertelde hij, en had – ‘wellicht vanwege mijn geboortedatum’ – de zaak benaderd ‘vanuit het oogpunt van de twintigste eeuw’. Hij besloot de ratificatie te staken en verzocht zijn collega-regeringsleiders hetzelfde te doen.

De voorstanders vroegen zich af wat er plotseling gebeurde. Vanaf 2006 hadden de onderhandelaars betrekkelijk probleemloos om de tafel gezeten, achter gesloten deuren (zoals gebruikelijk bij handelsverdragen). De nieuwe wet had al die tijd weinig in de belangstelling gestaan, ze konden hun voorbereidende werk rustig doen, de regeringen warm maken met het initiatief. Maar nu was er plots een storm van kritiek losgebarsten.

De afgevaardigde van het Europees Parlement legde zijn taken neer uit protest tegen de ondemocratische gang van zaken – ‘een maskerade’, noemde hij het. Honderdduizenden mensen van over heel Europa kwamen op dezelfde dag de straat op. Meer dan tweeënhalf miljoen tekenden een petitie. Eén na één besloten de lidstaten te wachten met ratificatie, in afwachting van het Europees Parlement dat in juli zal gaan stemmen. De toekomst van het verdrag leek met de dag onzekerder. ‘Het is moeilijk te geloven wat een verschil die protesten hebben gemaakt,’ zegt Engström van de Zweedse Piratenpartij. ‘Als je me het in januari had gevraagd, had ik gezegd dat het heel erg moeilijk zou gaan worden om steun te vinden in het parlement. Nu is alles anders.’ Engström is van middelbare leeftijd, net als Jimmy Wales. Niet direct het type met stickers op zijn laptop. Maar de mensen die hij ­vertegenwoordigt zijn jonger – ‘de kinderen van het web’, in de woorden van de Poolse ­dichter Piotr Czerski in een manifest dat sinds een maand of twee furore maakt op, jawel, het web.

‘Wij “surfen” niet’, schrijft hij, ‘en het internet is voor ons geen “plek” of “virtuele ruimte”. Het internet ligt voor ons niet buiten de werkelijkheid, maar is er een gelijkwaardig onderdeel van. Wij maken geen gebruik van het internet, wij leven op en met het internet.’ Zij voelen zich bedreigd door wetten en verdragen die de vrijheid inperken in dienst van de gevestigde entertainmentindustrie. Het zijn geen stereotiepe hackers. ‘Het zijn gewoon burgers’, zegt Engström. ‘Bezorgde burgers.’ Maar net als elke beweging heeft ook deze een harde kern. ‘We begonnen met een paar honderd geeks’, zegt Jérémie Zimmermann van de Franse organisatie La Quadrature du Net, een van de drijvende krachten achter het anti-Acta-protest. Beter bekend, inmiddels, is het hackerscollectief Anonymous. ‘Er zitten ook extreme activisten bij’, zegt Marietje Schaake, europarlementariër voor d66 en in Brussel een van de meest luide ­stemmen tegen Acta. ‘Ze komen uit de technische hoek en geven gewoon veel om het internet. Zij zijn min of meer noodgedwongen politiek actief.’

De beweging die er uiteindelijk uit is voort­gekomen lijkt een brede, bonte ­verzameling van geeks, generatiegenoten en andere ­internet-adepten. ‘Het is onmogelijk de ­beweging te karakteriseren’, zegt Zimmermann. ‘Behalve dat het vaak jonge mensen zijn.’ Acta, in die zin, is de inzet van een generatieconflict: een conflict tussen jonge mensen met een visie van een vrij en open internet, zoals het volgens hen ooit bedoeld is, en oude politici die oude ­belangen behartigen en niet alleen dezelfde visie missen maar, volgens de jongeren, ook gewoon niet weten waar ze het over hebben – zie Tusk. Het is een conflict tussen burgers die, ­geëmancipeerd door het internet, meer ­openheid eisen en ­leiders die, volledig volgens traditie, stiekem een verdrag bekokstoven dat nota bene raakt aan wat de jonge burgers zo aan het hart gaat. ‘Veel mensen gingen alleen al demonstreren tegen die geheimhouding’, zegt Schaake. De tekst van het verdrag werd pas openbaar na aanhoudend aandringen van haar en haar collega’s. Daarvoor moesten ze het doen met gelekte versies. ‘Mensen vinden dat gewoon irritant.’

Amelia Andersdotter, fractiegenoot van de piraat Engström en met 24 jaar niet alleen de jongste europarlementariër maar ook de belichaming van de internetgeneratie, ziet de protesten vooral als een teken aan de wand: ‘Het is de eerste keer dat er een pan-Europees debat wordt gevoerd. Acta is een teken dat burgers geïnteresseerd zijn in politiek. En dat is fantastisch.’

Toch is er in Nederland nog weinig beroering, vergeleken met andere delen van Europa. Het waren er in Amsterdam niet meer dan een paar honderd toen er in Berlijn en Warschau tien­duizenden op de been kwamen. ‘In Nederland voelen we ons redelijk veilig’, zegt Simone Halink van Bits of Freedom, een Nederlandse organisatie voor het vrije internet. ‘In Oost-Europa hebben ze een heel ander politiek klimaat nog vers in het geheugen.’ Nederland werd vorige week het tweede land ter wereld – na Chili – waar internetaanbieders zich volgens de wet niet mogen bemoeien met het verkeer van hun gebruikers. Maar in dezelfde week sloot Nederland zich aan bij een ander groepje landen waar aanbieders een populaire website moeten blokkeren, The Pirate Bay, de downloadsite van wie de naam de inspiratie was voor de nu in Europa zo populaire piratenpartijen.

De Piratenpartij in Nederland is nog klein, maar heeft hoge verwachtingen. ‘We hebben nu zo’n vijfhonderd leden en we groeien snel,’ zegt Dirk Poot, bestuurslid van de partij. De campagne voor de verkiezingen zal binnenkort gaan beginnen. ‘Ik denk dat een zetel of twee, drie wel mogelijk moet zijn.’ Zijn piratenbroeders in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen zorgden zondag nog voor een stunt door uit het niets de vijfde grootste partij te worden met bijna acht procent van de stemmen – bijna net zo veel als de liberale fdp. Eerder wisten ze al zetels te bemachtigen in de deelstaatparlementen van Berlijn, Saarland en Sleeswijk-Holstein.

Acta, in de tussentijd, lijkt weinig kans meer te maken. Alle ogen zijn gericht op het Europees Parlement. De nieuwe afgevaardigde heeft zijn collega’s aangeraden tegen te stemmen. Alleen de christen-democraten en conservatieven zijn nog voor, al willen ook zij hier en daar een aanpassing maken. Tegenstanders blijven herhalen dat de race nog niet gelopen is. Zoals Jimmy Wales, die na het succes in de VS het Acta-dossier nauwlettend is blijven volgen. ‘Ik denk dat het gedaan is’, zei hij. ‘Maar mocht het er anders uit beginnen te zien, dan zullen we weer van ons laten horen.’ Zelfs Neelie Kroes, eurocommissaris voor Digitale Agenda en wellicht een stiekeme tegenstander, zei laatst dat ‘we waarschijnlijk in een wereld zonder Acta zullen leven’.

Verwerping zal de doodsteek betekenen voor het verfoeide verdrag. En niet alleen dat. Het zal ook een keerpunt betekenen, zegt Engström, in de grotere strijd om het internet. ‘Tot nu toe hebben we elk gevecht verloren. Mensen lagen te slapen. Acta heeft ze wakker geschud.’


Intellectueel eigendom

Acta, het Anti-Counterfeiting Trade Agreement, is een verdrag tussen landen ter bestrijding van de handel in namaak – van zowel digitale als tastbare producten, tv-series en handtasjes. Het verplicht de ondertekenaars onder meer om het recht op intellectueel eigendom op een strikte manier te handhaven.

Deelnemers zijn: de Europese Unie en de EU-lidstaten, Australië, Canada, Japan, Zuid-Korea, Marokko, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zwitserland en de Verenigde Staten. De meeste regeringen ­hebben al getekend, maar geen enkel parlement heeft nog geratificeerd. China, waar de meeste namaak vandaan komt, doet niet mee. Het land is in zekere zin de reden van het verdrag, omdat het dwarsligt in de Wereldhandelsorganisatie.

Voorstanders zeggen dat het de economie ten goede zal komen door een betere bescherming te garanderen van het recht op intellectueel ­eigendom. Tegenstanders zeggen onder meer dat het zal leiden tot een grootschalige controle van het internet door private bedrijven, en dat het ­fundamentele rechten zal schenden, zoals het recht op de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy.

Voorstanders zijn: de Europese Commissie, de meeste regeringsleiders (behalve de Poolse – zie tekst), de grote entertainmentindustrie en conservatieve politici. Tegenstanders zijn: de rest.