Die eeuwige religie Israël

‘De strijd roept je op en dan kom je’

Een nieuwe beweging van met name religieuze joden strijdt zij aan zij met hun Palestijnse buren; tegen verdrijving en voor gerechtigheid. ‘Mijn activisme ontstond dankzij mijn geloof; niet ondanks mijn geloof.’

SHEIKH JERRACH, Oost-Jeruzalem - Het is vier uur op een vrijdagmiddag. De buitenthermometer bij het kruidenierswinkeltje van Tarik op de verlaten markt van Oost-Jeruzalem wijst 35˚C aan. Plotseling, alsof de dam van een stuwmeer doorbreekt, stroomt een grijze massa het plein op. Honderden mensen - gesluierde moslima’s, mannen met lange baard en keppeltje en religieuze vrouwen met pothoeden druk pratend met jonge meisjes in onthullende T-shirts en jeans - lopen in een stille stoet van het plein naar het huis van dr. Nabil Nubani. Dit huis is sinds 1956 in het bezit van de Palestijnse familie en moet volgens een vonnis van het gerechtshof ontruimd worden om er joodse settlers te huisvesten. Er wordt niet geschreeuwd, de wegen worden niet geblokkeerd en de enige tekenen dat het handelt om een demonstratie en niet om een toeristische rondleiding zijn de borden met leuzen als: ‘I have a dream’ en: 'Jeruzalem mag geen Hebron worden’. Een handvol agenten hangt verveeld tegen een muurtje en volgt de groep demonstranten zonder enige opwinding.
'Ik ben intens verontwaardigd dat wij, Israëlische joden, andere minderheidsgroepen, die hier legaal wonen, zomaar, zonder enige reden uit hun huizen zetten om hier zelf te gaan wonen’, zegt Nadav, een orthodoxe, doch egalitaire, jood uit Jeruzalem. Het activisme van deze 32-jarige student joodse geschiedenis, die werkt aan zijn thesis over de Romeinse bezetting van Israël ten tijde van de tweede tempel, komt voort uit een diepe betrokkenheid bij de behandeling van zijn Arabische buren in Jeruzalem. 'Mijn activisme ontstond dankzij mijn geloof, niet ondanks het geloof. Er zijn vele onrechtvaardigheden in dit gebied en voor het lijden van de Palestijnen geeft de overheid doorgaans nog een reden, al dan niet aanvaardbaar, maar het botte onrecht dat ik hier, als het ware in mijn achtertuin zie, slaat alles. Er zijn dingen waartegen je moet opkomen, zelfs als ze door de staat zijn geïnitieerd of als ze door de wet worden gelegaliseerd. Ik schaam mij dat joden de Palestijnse huizen zullen betrekken, terwijl als het ware de koffie van de vorige bewoners nog op het vuur staat. Ik kan niet aan de zijlijn blijven.’
Sinds januari 2010 demonstreert Nadav hier iedere vrijdag met zijn ouders, zijn vrouw en vrienden, allen orthodoxe joden die er net zo over denken als hij. 'Wat deze actie zo bijzonder maakt is dat joden en Palestijnen hier zij aan zij vechten voor rechtvaardigheid.’ Of de demonstraties effect hebben? Nadav heeft er een hard hoofd in, maar het aantal sympathisanten stijgt en de ontruimingen zijn voorlopig opgeschort.

EEN GROEP van 550 Palestijnse vluchtelingen - die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 naar deze wijk zijn gevlucht uit plaatsen als Haifa en Tel Aviv - dreigen voor de tweede keer dakloos en vluchteling te worden, want ze hebben een ontruimingsaanzegging van de sterke arm gekregen. Wat is er aan de hand? De Jordaanse bezetter nationaliseerde in de jaren vijftig de percelen in deze wijk onder de 'Wet op vijandig bezit’. In 1956 sloot Jordanië een deal met de Palestijnse families die van unwra vluchtelingenhulp kregen. De families deden afstand van hun claims op hulp in ruil voor het eigendom van de door unwra voor hen gebouwde woningen in Sheikh Jerrach. Het contract werd getekend maar de eigendomsoverdracht niet formeel geregistreerd.
Twintig jaar later werd de commissie van de joodse sefardische gemeenschap wakker. Ze vond een stoffig negentiende-eeuws Ottomaans eigendomsdocument waaruit zou blijken dat de percelen door een kleine joodse groep in de wijk waren gekocht. Die had de wijk veertig jaar later alweer verlaten, maar het eigendomsbewijs was er en de commissie liet het land onmiddellijk op haar naam zetten. Datzelfde jaar kregen de Palestijnse families de aanzegging dat ze huur aan de commissie moesten betalen.
Daarna hoorden de bewoners jarenlang niets meer, totdat in 2008 de commissie haar rechten overdroeg aan de Nahalat Shimon-organisatie, een settlers-vastgoedbedrijf dat zich bezighoudt met het opeisen van joods bezit en de ontruimingen van Palestijnse families uit de wijk. Die organisatie had een filed Town Plan Scheme (TPS) 12705 ingediend dat als het door de gemeente wordt goedgekeurd de afbraak van alle Palestijnse huizen, de uitzetting van vijfhonderd Palestijnen en de bouw van tweehonderd nieuwe wooneenheden voor settlers plant. Het is een aanvulling op andere bouwplannen van organisaties als Elad en Ateret Cohanim, die door de ministeries en autoriteiten worden gesteund om een joodse ring rond de oude stad te bouwen.
Enkele settlers namen het heft in eigen handen en bezetten het huis van de Al Kurd-familie. De wijk is aantrekkelijk voor joodse settlers. Hij vormt een smalle corridor tussen de joodse wijken Ramot Eshkol en Har Tsofim en de sjoel in de oude binnenstad ligt op een steenworp afstand. Rijke joden, zoals de Amerikaanse projectontwikkelaar Irving Moscovitz, financieren de ontheffing van het joods bezit en de staat betaalt de bewaking van de terreinen waar de settlers wonen en stelt veiligheidstroepen ter beschikking. Kortom, op het eerste gezicht een perfecte locatie voor jonge orthodox-joodse gezinnen. De Palestijnen toonden andere Ottomaanse documenten waaruit zou blijken dat het land zo'n anderhalve eeuw geleden aan de joodse bewoners was verhuurd en niet verkocht, doch het mocht niet baten. De overheid hanteert kennelijk het principe 'wie het eerst komt, het eerst maalt’.
Voor andere religieuze joden was daarmee de maat vol. Ze pikten de juridische touwtrekkerijen, het gemorrel van de overheid en toenemende treiterijen van settlers tijdens de vrijdaggebeden van de moslims in Sheikh Jerrach niet meer en startten in november vorig jaar een spontane solidariteitsactie met de Palestijnen.
Het is een burgerinitiatief dat niet door een joodse vredesorganisatie of Palestijnse actiegroep wordt aangestuurd.
UIT EEN VOORZICHTIGE schatting blijkt de meerderheid op deze vrijdagmiddag religieus joods te zijn of vrijzinnig joods maar afkomstig uit een orthodox gezin. Hun leeftijd varieert tussen de twintig en de vijftig. De meeste demonstranten die wij spreken zijn academisch geschoold - sommige studeerden in een jesjiva. Ze respecteren de halacha (de joodse wet) en joodse waarden als een zeer belangrijk onderdeel van hun leven. Sommigen zijn zionist, anderen antizionist. Ze zijn geen beroepsactivisten - de meesten hebben niet eerder aan demonstraties deelgenomen - en strijden zij aan zij met moslims voor concrete daden, niet voor vage principes of belangen. Meer dan honderd betogers zijn intussen al door de politie gearresteerd, verhoord en veroordeeld tot geldboetes van tienduizend sjekel (tweeduizend euro), maar dat weerhoudt hen niet. De beweging startte in november 2009 met een handvol demonstranten, nu zijn er volgens de deelnemers duizenden joodse sympathisanten.
'Dit is een heel nieuw fenomeen’, reageert rabbijn Jehiel Grenimann (59), waarschijnlijk de oudste deelnemer met taliet en keppel hier en organisator van de eerste demonstratie. 'Ik ben al meer dan dertig jaar geestelijk leider in dit land en het is voor het eerst dat ik zo'n grote opkomst van jonge religieuze joodse demonstranten zie. Dit geldt niet alleen voor deze wekelijkse demonstratie in Sheikh Jerrach; ik zie ook spontaan joodse bewegingen ontstaan in de Palestijnse dorpen Bi'lin en Ni'lin, in de stad Hebron, in de dorpen rond Nablus tijdens de olijfoogst en in de zuidelijke Hebron-heuvels. De motivatie van deze jonge religieuzen is gerechtigheid op basis van hun geloof en niet in de eerste plaats een vredesovereenkomst, zoals het verzwakte linkse Israëlische kamp nastreefde. Ze laten een fris geluid horen en zijn niet bang om met hun Palestijnse buren de handen ineen te slaan.’
Het geheim van het succes van deze door de politie als burgerlijke ongehoorzaamheid betitelde acties schuilt volgens de uit Australië geëmigreerde leider van een conservatief joodse congregatie en field director van Rabbis for Human Rights, in twee zaken: de locatie, direct onder de rook van de oude religieuze binnenstad, en de toenemende bewustwording van jonge religieuze joden van hun joodse identiteit in een moderne samenleving.
Maar staat het joodse geloof, vooral het orthodoxe geloof, zo'n moderne wereldlijke beschouwing niet in de weg?
Grenimann, die al jaren vecht voor de rechten van Palestijnen, schudt verbijsterd zijn hoofd. 'De vraagstelling impliceert dat humaniteit en sociale rechtvaardigheid tegenovergesteld zouden zijn aan joodse religieuze waarden. Wij, joden, hebben uiteraard aan deze beeldvorming bijgedragen door discriminatie van minderheden in Israël, maar het jodendom - met zijn vele stromingen en ideeën - heeft het grote voordeel dat de teksten en regels geïnterpreteerd mogen worden en dus niet door een geestelijk leider wordt bepaald wat wet is. Activisme en humaniteit zijn basisbeginselen. De thora zegt: tsedek, tsedek, tirdof. Gerechtigheid moet op een eerlijke manier worden uitgevoerd. De eerste activisten vind je in de bijbel: Jeremia en Amnon, en in het recente verleden de joodse activisten bij de Afrikaans-Amerikaanse burgerrechtenbeweging, zoals Abraham Joshua Heschel. Wat je nu ziet is dat jonge joden de maatschappij om hen heen toetsen aan hun religieuze waarden en omgekeerd.’
Grenimann zegt het voorzichtig. De beweging van jonge religieuze actievoerders is niet representatief voor de hele religieuze joodse gemeenschap, maar de acties hebben een positieve uitstraling op andere joodse groeperingen. Hij put hoop uit de veranderde stellingname van sommige leden van de ultraorthodox joodse gemeenschap, waaronder leden van de settlersbeweging. 'Het is nog zeer fragiel en geheim, maar onlangs startten wij een spontaan overleg tussen religieuze joodse activisten en settlers over de bestemming van deze wijk. Het zijn huiskamergesprekken tussen zo'n vijf à zes settlers en tien activisten. Het voordeel is dat alle deelnemers een religieuze opleiding hebben en met dezelfde bijbelspreuken en citaten kunnen debatteren. Onrecht valt onder geen enkele discipline recht te praten.’

ZOALS DE MEESTE vrienden die hier demonstreren komt Tomer Persico (36) uit een orthodox joods gezin. Hij kijkt voordurend op zijn horloge, want hij respecteert de sabbat, legt hij uit. Die zal bij zonsondergang intreden en dan kan hij niet meer met zijn auto naar huis rijden. Hij is zelf modern orthodox. Hij is geen activist, nam nooit deel aan demonstraties, ondertekende geen protestbrieven, maar de feiten in Sheikh Jerrach vormden een keerpunt in zijn leven. 'Het is juist de verering van Ha Sjem die mij beweegt. Het jodendom mag niet verworden tot immoraliteit. Het joodse volk dat zelf aan het juk van de slavernij in Egypte is ontvlucht en vele decennia later als minderheid in vreemde landen heeft geleefd om ten slotte in de shoah bijna vernietigd te worden, moet juist die humaniteit ten opzichte van minderheden tonen.’ Volgens Persico hebben joodse settlers jarenlang de vruchten geplukt van het eenzijdige en discriminerende beleid van de Israëlische overheid, en dat ten koste van zwakke minderheidsgroeperingen. De normen werden voor de joden verruimd en leidden tot hoetspa: brute overname van huizen en land.
De problematiek van Sheikh Jerrach motiveert Persico ook om op een breder vlak naar onrechtvaardigheid te gaan kijken. 'Wat er in deze wijk gebeurt is een weerspiegeling van een meer algemene politiek in Israël tegen minderheden en vooral Palestijnen.’
Een bekende orthodoxe activist is Jehuda Shaul (27). Hij kwam in 2004 in het nieuws met zijn tentoonstelling De stilte verbreken, waarin hij als net afgezwaaide soldaat van de Nahal-brigade een serie foto’s en verhalen van zojuist uit Hebron teruggekeerde dienstplichtige soldaten naar Israël bracht. Sindsdien werkt hij als directeur voor de gelijknamige organisatie, die de ervaringen van soldaten publiceert om de Israëlische samenleving met de werkelijkheid te confronteren. 'Het wordt tijd dat we de dingen waarin wij joden geloven in de praktijk brengen’, is zijn motto.
Als telg van een ultraorthodox (haridi-)gezin van tien kinderen volgde hij de jesjiva ktana - de zeer religieuze jongensschool - en genoot een strikte opvoeding in de gesloten joodse gemeenschap. Het keerpunt voor zijn politieke denken was een voettocht na zijn eindexamen dwars door Israël. 'Ik ontmoette voor het eerst niet-joden. Israëlische Palestijnen, bedoeïenen en gilonim (niet-religieuze joden) vertelden mij hun verhalen en ik ontdekte een heel andere Israëlische werkelijkheid.’ Tijdens zijn diensttijd werd die realiteit uitgebreid met de beelden van de bezetting. Het zette hem aan het denken. 'Als het joodse volk het recht op zelfbestemming heeft en op een eigen staat, dan bestaat dat recht toch ook voor andere volken.’
Thuis praat hij niet over zijn activisme. Zijn oudste zus is een settler en woont in Betar Elit en discussies over de bezette gebieden zijn zinloos en leiden slechts tot spanningen in het gezin. Maar zijn vader is de laatste tijd geïnteresseerd in wat zijn zoon doet. 'Hij kwam tijdens een van onze tentoonstellingen en hoorde een getuigenis over hoe het leger een Palestijnse begrafenisstoet had uiteengedreven. Mijn vader vroeg geschokt: “Zoon, heb jij dat gedaan?” en ik antwoordde: “O vader, maar we deden het ook met bruiloften.”’
Hij noemt zichzelf conservatief joods, maar voegt er onmiddellijk aan toe dat zijn religie hem heeft gevormd tot de persoon die hij nu is, met respect voor de mens, voor studie en kennis.Waarom Shaul in Sheikh Jerrach demonstreert, verklaart hij simpel: 'De daad bij het woord voegen. De strijd roept je op en dan kom je.’
Op een zaterdagavond nam hij deel aan een vreedzame betoging hier en zag hoe de politie met geweld de demonstratie uiteendreef en tientallen vrienden arresteerde.
'Als ergens twee of drie settlers wonen - legaal of illegaal - noemt Israël het een joodse wijk of settlement en die moet beschermd worden. Hier terroriseren settlers de Palestijnse bewoners en de staat biedt geen bescherming doch steunt de settlers. Deze rauwe directe discriminatie schokte me.’
Shaul strijdt in de eerste plaats voor de identiteit van zijn religie in de naam van zijn God. 'Wat in Israël gebeurt in de naam van het jodendom kan ik niet rechtvaardigen. Het is tijd dat we eerlijk zijn met onszelf en onze God en ons afvragen in welke wereld wij als joden en als mensen willen samenleven. Voor mij is dat een rechtvaardig en democratisch Israël.’
Of de protesten van nieuw religieus links zich zullen vertalen in acties op politiek niveau valt te bezien. Uit recente opiniepeilingen, uitgevoerd door de Israëlische krant Ha'aretz, blijkt dat de meerderheid van de Israëliërs tegen het stopzetten van de Israëlische bouwactiviteiten in Oost-Jeruzalem is. Ze vinden dat de overheid deze settlementbouw op dezelfde manier moet behandelen als bouwprojecten in Israël zelf. Intussen kunnen discussies in het Netanyahu-kabinet over de continuering van de settlementbouwstop - voorwaarde van de Palestijnse president Abbas om directe besprekingen met Israël te openen - tot de val van de coalitieregering leiden.
Het succes van de demonstraties in Sheikh Jerrach is volgens Shaul veel eenvoudiger: 'Als wij erin slagen om de huisvesting voor deze Palestijnen te behouden, zal dat een doorbraak in Israël en voor onze democratie zijn, die een boemerangeffect heeft voor andere gebieden en gemeenschappen; een eerste stap naar het herstel van onze normen en waarden.’