De studentenavond

‘De avond van de studenten’, zo was de woensdagavond in de wandelgangen gaan heten. Het Festival Sonic Acts, dat vorige week vijf avonden lang bezit nam van Paradiso, was ooit opgericht om te demonstreren dat de elektronische dansmuziek en de ‘serieuze’ sonologie eigenlijk twee loten aan één stam zijn: gemaakt met dezelfde apparatuur en gebruikmakend van dezelfde muzikale principes.

Bleef over de kloof tussen low en high cultuur. Dat die kloof toch niet zo gemakkelijk te dichten is, blijkt uit verregaande versplintering dit jaar. Hoe bruisend het festival ook was, iedere avond had zijn eigen karakter en zijn eigen publiek. Zo had je de avond van cineast Frank Scheffer die een aantal acts met muziek en beeld presenteerde. De avond van Joost Rekveld met een serie experimentele films. De avond van Paul Koek die de highlights van de week nog eens remixte. De avond van Gert van Veen die gericht was op het traditionele danspubliek. En ten slotte dus die avond van de studenten (van het Koninklijk Conservatorium) geprogrammeerd door Konrad Boehmer.
De nieuwe stukken van de studenten werden op een prachtige manier omlijst door werken van Luigi Nono. Een hoogtepunt was het fascinerende La lontananza nostalgica utopica futura van Nono voor viool en tape, in een uitstekende vertolking door Mary Oliver. De muziek, die grotendeels uit flageoletten bestaat, is uiterst schimmig en roept het beeld op van gedachtenflarden die door de ruimte drijven. Gedachten die zich in het vage en diffuse gebied bevinden dat voorafgaat aan de afbakening in taal. De context met nieuw werk maakte duidelijk hoe relevant Nono nog altijd is op het gebied van ruimtelijkheid, klankonderzoek, het werken met tooncentra en het contrast tussen akoestische instrumenten en elektronica. En zo was het ook een kleine stap van Visage van Berio, gebaseerd op de vocale kunsten van Cathy Berberian, naar Strepidus Somnus van Paul Doornbusch. Dit stuk voor vier stemmen a capella is op taal, woorden en spreken gebaseerd. Woorden worden ontleed in lettergrepen die, indien vaak genoeg herhaald, een puur muzikale werking krijgen. De stem wordt in alle hoedanigheden van zingen, fluisteren, schreeuwen en lachen gebruikt, terwijl het viertal als vogels in een volière door elkaar kwettert. In theatraal opzicht - de zangers zijn in een naargeestig rood licht gehuld - lijkt het stuk de nachtmerrie te verbeelden van iemand die gekweld wordt door een innerlijk conflict.
Helaas waren lang niet alle optredens even interessant. Verbazingwekkend was de performance van Olivier Hijmans die met een interactieve handschoen Intangibly uitvoerde. Met deze handschoen, ooit ontworpen om elektronische muziek een visuele meerwaarde te geven, zat hij achter een tafel. Geheel in beslag genomen door het muzikale verloop zelf, deed Hijmans niet meer dan met het opgeheven vingertje van een schoolmeester naar het publiek zwaaien. Een van de beste performances was die van FURT, dat bestaat uit Richard Barrett en Paul Obermayer. Een wilde mix van samples werd met zoveel gevoel voor klank en timing aan elkaar verknoopt dat het leek alsof er een fontein van muziek klaterde. Begin en eind bestonden uit een Brahms-citaat (ter ere van zijn honderdste sterfdag) en hielden als boeksteunen de kolkende stroom muziek in bedwang.
Als een kostbaar kleinood was het filmpje Duo van Renato Maselli tussen de muzikale optredens verstopt. Het vlekkerige beeld suggereert dat het celluloid op het punt van vergaan is. Daar tussendoor zijn vaag de contouren van pianotoetsen en een vioolkam zichtbaar. De instrumenten spelen een ontroerend simpele melodie. Duo is melancholisch op het sentimentele af, maar met zoveel zorg gemaakt dat de charme het wint.
Na ruim drie uur muziek was de studentenavond ten einde. Andere jaren barstte op zo'n moment de dansmuziek los. Je zou er nog nostalgisch van worden.