De summer of love in krantekoppen

De eerste helft van juni 1967 gaat de Volkskrant bijna geheel over wereldbedreigende gevechten in het Midden-Oosten, die pas later overzichtelijk de Zesdaagse Oorlog zouden gaan heten. Naarmate juni verstrijkt, wordt er meer bericht over een gevaar uit Amerika: negers! De voorpagina van 13 juni heeft een kolossale kop: ‘Negeroproer in Florida’. De voorpagina op 16 juni: ‘Negers raken blanke jongen (15) in de rug’. Op 17 juni: ‘Negers werpen benzinebommen’. Op 26 juli meldt de Volkskrant dat Detroit eruitziet als Berlijn in 1945 en een dreigende foto met veel rookwolken onderstreept dat.

In Biafra woedt in die dagen een oorlog. Ongekend veel rampen vinden er en passant over de hele wereld plaats: vliegtuigen storten neer, een Nederlands munitieschip ‘springt’; tweehonderd doden, gigantische branden, aardbevingen, wervelstormen, tot aan Limburg toe. En dan rommelt het in China. Voorpaginakop op 10 juli: 'Hongkong bedreigd. Chinezen doden vijf grenswachten’. Op 4 augustus: 'Chaos in China. Moskou spreekt over burgeroorlog’. Dat er ondertussen ook in Vietnam nog steeds oorlog wordt gevoerd, blijkt uit een heldhaftige kop op 26 augustus bij een foto van Luns: 'Kamer vraagt einde bombardementen. Debat over Vietnam rommelig verlopen’.
In Nederland maakte men zich ondertussen druk over hetzelfde als waar men zich tegenwoordig druk over maakt, getuige een groot, alarmerend artikel op 5 juni, midden tussen het Israel-onheil: 'Randstad dreigt dicht te groeien’. Op 15 juni dankt prinses Beatrix het Nederlandse volk voor het medeleven bij de geboorte van haar eerste zoon, Willem-Alexander. Een belangrijke mededeling op 29 juni: de kleuren-tv begint al op 1 oktober.
Slechts druppelsgewijs krijgt de Volkskrant-lezer weet van de op handen zijnde tegencultuur. De beeldtaal van de jaren zestig is alleen zichtbaar in de psychedelische lettervoering van de enorme advertenties van De Gruyter. Er is een kort berichtje over de filmpremière van Elsje in Wonderland. Van Lennaert Nijgh. De recensent van de Volkskrant vond het maar niks: 'Boudewijn de Groot, zijn vrouw Anneke, provo Hans Tuynman en Rudolf Lucieer spelen erin. Het heet dat het meisje na de nacht in het bed van Boudewijn en Anneke te hebben doorgebracht met meer levenswijsheid naar Bloemendaal terugkeert. De manier waarop het Amsterdamse provotariaat zich tussen de ruïnes manifesteert is daarvoor te reldekedel.’
Popconcerten worden in die dagen nog niet besproken. Cultureel gezien richt de Volkskrant zich geheel op het Holland Festival. Haast elke dag wel een volle pagina. Pas op 12 juni, dus twee weken na dato, wordt er in de ditjes-en-datjesrubriek 'Zeg er 'ns wat van’ kort melding gemaakt van wat volgens hippere kringen dè culturele gebeurtenis van de zomer geweest moet zijn: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Het wekelijkse elpeehoekje wordt in de zomer van 1967 beheerd door Jan Donkers. Donkers bespreekt alleen soul en blues. Zuchtend en steunend schrijft hij aan het eind van de zomer over 'De lsd-poëzie en -popmuziek’. Ene 'HvanderM’ bespreekt dan maar de eerste elpee van San Francisco-hype Jefferson Airplane: 'Ik stel me voor dat het gebruik van drugs verruimend zou kunnen werken, me een dimensie méér zou kunnen geven, maar ik ben er niet van gediend.’ Op 28 augustus brengt de Volkskrant een foto van de Beatles met de Maharasji, en verheugend nieuws: 'De Beatles hebben besloten geen bewustzijnsverruimende middelen als lsd meer te gebruiken.’ Dat bleek dus wat te vroeg gejuicht.
In Nederland wordt de tegencultuur direct door de verzorgingsstaat ingekapseld. Op 11 augustus wordt er een hippie-happening in de RAI aangekondigd, 'waar bijna alles mag’. Deze is georganiseerd door het Bureau Jeugdzaken. 'Voor de hippies die hun wangen, benen, of buik willen beschilderen, liggen stapels kleurstoffen gereed.’ Organisator H. Wiedeman: 'Ja, als er vrijdagavond bijvoorbeeld marihuana wordt gerookt en wij merken het, dan moeten we daar natuurlijk wat aan doen.’ De eerste 'Love-Inners’ zullen verwelkomd worden met 'ruisende orgelmuziek’. Wiedeman: 'We willen ook orgelmuziek gebruiken als de stemming wat al te opgewonden mocht worden.’
Eind juli schrijft Jan Joost Lindner twee minireportages over de Amerikaanse westkust. In de eerste gaat het over 'de rendabele topless-cultus van San Francisco’. Uit de tweede, 'een zomer vol hippieleven’, blijkt dat het begrip 'Summer of Love’ toen al door underground-bladen als Cream was geïntroduceerd. Lindner stelt, terecht: 'Er is geen kristallen-bolkijker of sterrenwichelaar voor nodig om te voorspellen dat de opvolger van de Nederlandse provo een soort hippie is: de eerste tekenen zijn al te zien.’