Op bezoek in het hoofdkwartier der nazi’s

De ‘Swastika’, de Duitse ‘Ku Klux Klan’

De Groene publiceerde op 20 oktober 1923 een met Hitlers beeltenis opgesierd artikel over de ultranationalistische, militaristische en extreem antisemitische ‘Hakenkruisbeweging’ dat werd geschreven door de joods-Amerikaanse journaliste Lily Winner.

NSDAP meeting, Bürgerbräukeller München, 1923 © Bundesarchiv

In het katholieke Beieren is een beweging ontstaan die verwant schijnt aan de Ku Klux Klan in de Verenigde Staten, met dit verschil dat alle verbittering en haat, hoofdzakelijk van katholieke, maar ook van protestantse zijde geconcentreerd is tegen de joden. De naam der beweging is ‘Haken Kruis’, met de ‘Swastika’ als symbool. Zij heeft een uitgesproken militaristische organisatie, goed bewapend, met een speciaal goed geoefend ‘Stormtroepen’-corps, onder leiding van de onbetrouwbare dwaas Adolf Hitler.

De naam ‘Haken Kruis’ is een soort van lieflijke benaming voor de werkelijke organisatie, officieel bekend als de ‘Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij’. Ik bracht het grootste gedeelte van vier dagen in haar hoofdkwartier door, waar ik kennis maakte met de leiders der beweging, me op de hoogte stelde van hun plannen, programma enz. en het ten slotte zo ver wist te brengen dat mij een onderhoud met Hitler zelf werd toegestaan. Het was een tijd van grote opwinding, daar Dr. Von Kahr juist militair dictator van Beieren was geworden en een van zijn eerste verordeningen was het verbieden van Hitlers bijeenkomsten.

Dat Hitler zijn partij een ‘Socialistische Arbeiderspartij’ noemt, is al heel dwaas. De partij is evenmin socialistisch als dat ze uit arbeiders bestaat. Haar leden zijn hoofdzakelijk oorlogszuchtige jongens, onontwikkelde knapen, zeer ontvankelijk voor een aanhitsing tot rassenhaat, en die noch analyseren noch begrijpen wat er verstaan wordt onder politiek of staatkunde. Behalve Hitler zag ik slechts één volwassen man in uniform en deze bleek geestelijk al even onrijp als de jongeren. Deze man, een lang en mager individu van ongeveer 35 jaar, met een ingevallen gezicht en een ongemakkelijk humeur, Fritz Henffstängel genaamd, laat zich erop voorstaan dat hij twintig jaar in de Verenigde Staten heeft doorgebracht.

Mijn vragen brachten de merkwaardige feiten aan het licht dat hij een vroegere bewoner was van het dorp Greenwich bij New York en tijdens de Wereldoorlog door de ‘Alien Property Custodian’ uit zijn zaak in kunstvoorwerpen was gezet. Hij is Hitlers rechterhand. Toen ik met verschillende dagbladcorrespondenten hierover sprak vertelden ze mij dat zijn beweringen en verhalen niet altijd klopten. Hij zegt dat hij een graad heeft behaald aan de Harvard University in Massachusetts en dat hij voetballer is. Hij vertelde mij, op mijn vraag of hij had mee gespeeld in een van de elftallen van Harvard, dat hij veel geroeid had. Ik maakte hem duidelijk dat ik begrepen had dat het speciaal de voetbalsport was waarin hij belang stelde, maar dat ontkende hij en hij beweerde dat hij, omdat hij piano speelde, geen enkel ruw spel durfde spelen uit vrees zijn handen te beschadigen. Ik ging op dit punt niet verder in. Het gevaar voor iemands handen bij het roeien scheen mij al even groot als bij het voetballen, doch de kwestie was slechts daarom van belang, om het type van mannen aan te tonen die de leiders zijn van deze beweging.

Hitler, de vroegere huisschilder, die zelfs in de oorlog geen officier is geweest, matigt zich een Napoleontische houding aan en spreekt veelbetekenend over Mussolini, hopende eenmaal Mussolini’s plaats in Duitsland in te nemen, zonder echter Mussolini’s persoonlijkheid en bekwaamheden te bezitten. Hij is een man van omstreeks 35 jaar, met bruin haar en koude visachtig blauwe ogen, het ene kleiner dan het andere, een echt gedegenereerd type met een zenuwachtige trek om zijn mondhoeken wanneer hij spreekt. Hij dwingt zijn gelaat tot een ernstige, onvriendelijke uitdrukking als om er de waarheid aan te verlenen van een man van betekenis. Verder heeft hij een bespottelijk klein Charlie Chaplin-snorretje, spreekt in korte afgebeten zinnen, met een zware stem, alsof het heil der wereld van zijn woorden afhing.

‘Zeg aan de Amerikanen’, zei hij tot mij, terwijl hij mij strak aankeek en de klemtoon legde op elk van zijn woorden, ‘dat mijn boodschap aan hen deze is: “Wanneer gij u niet bevrijdt van uw joden, Japanezen en negers, dan zal het reine hartenbloed van de natie bezoedeld worden.” Hun strijdkreet behoort te zijn “Amerika voor de Amerikanen”, zoals de mijne is “Duitsland voor de Duitsers”.’

Zijn hoofdkwartier maakt de indruk van dat van een legeraanvoerder. Zijn voornaamste helpers zijn kapitein Herrmann Esser, uit het vroegere Duitse leger; majoor Weiss, eveneens uit het leger en nu trainer van de ‘Stormtroepen’ van het ‘Haken Kruis’; Dietrich Ehrhardt, een derderangs dichter en de straks genoemde Fritz (of Frank) Henffstängel. De eerste drie mannen zijn allen beneden de dertig jaar.

Ik sprak uitvoerig en op verschillende tijden met deze vier mannen. Ze schenen zich meer bezig te houden met hun antisemitische bedrijf dan met Duitslands aangelegenheden of enige andere fase in de ‘Haken Kruis’–beweging. Was het mij wel bekend, informeerde Henffstängel statig, dat de Franse Revolutie was bespoedigd door de ‘jood’ Voltaire? Neen, ik moest bekennen dat ik altijd gedacht had dat dit niet zo eenvoudig in zijn werk was gegaan. De heer Ehrhardt, eveneens uitweidende over hetzelfde onderwerp, vertelde me nog andere verrassende historische zogenaamde ‘feiten’ en een andere man, die Henff-stängels assistent scheen te zijn, Rosenberg genaamd, wat volgens zijn verzekering geen joodse naam was, voegde daar zulke uitgezochte staaltjes aan toe als ware onder de aartsmisdadigers, namelijk onder de regeerders, paus Alexander de Zesde een jood en keizer Wilhelm de Tweede ook met joods bloed in zijn aderen, evenals koning Edward de Zevende van Engeland. Op de bewering dat koning Edward een jood was, kon ik een kreet van verwondering niet weerhouden, doch Rosenberg verzekerde het nogmaals. Had ik dan nooit gehoord dat koningin Victoria in zeer intieme verhouding had gestaan tot een joodse hofarts, Wolff genaamd? Ik moest ontkennen dat ik ooit één woord ten nadele van deze dame had gehoord, zelfs niet in haar verhouding tot Disraeli. Ah! Disraeli! Wist ik dan niet dat hij een jood was? Ik erkende dat ik dat wel eens gehoord had. (Wat zou Ford van ons gesprek genoten hebben!)

Behalve zijn strijdkreet: ‘Weg met de joden!’ heeft Hitler nog een tweede leus: ‘Weg met de communisten!’ Toch brengt een nauwkeurige lezing van het merkwaardige document dat hij het programma zijner partij noemt, het hoogst verbazende feit aan de dag dat hij de meeste communistische eisen van Sovjet-Rusland heeft gestolen. Een paar voorbeelden laat ik hier volgen:

Art. 10. De eerste plicht van iedere burger moet zijn ‘werken’. Het beroep van de persoon mag niet in strijd zijn met de belangen der gemeenschap, doch moet in overeenstemming zijn met en tot heil van het algemeen; daarom vragen wij:

Art. 11. Het afschaffen van onverdiende inkomsten. Het afschaffen van te hoge renten.

Art. 12. Met het oog op de kolossale offers van bloed en materiaal, welke iedere oorlog van het mensdom eist, moet het maken van oorlogswinst worden beschouwd als een misdaad tegen de natie. Daarom eisen wij de confiscatie van alle oorlogswinst.

Art. 13. Wij eisen de nationalisatie van alle vennootschappen.

Art. 14. Wij eisen aandeel in de winst van alle grote ondernemingen.

Art. 22. Wij eisen het afschaffen van huurtroepen en de formatie van een leger van burgers.

Art. 25. Wij eisen het welzijn van de gemeenschap vóór het persoonlijke welzijn en om dit te bereiken eisen wij het formeren van een sterke centrale macht met onvoorwaardelijke invloed en de formering van arbeidsraden.

Het document is vol van nog andere grootmoedige generalisaties en vele antisemitische wetten. Het is een opeenhoping van inconsequenties en oppervlakkigheden, slechts geschreven om indruk te maken op de lagere intellecten.

Het is niet gemakkelijk bij benadering Hitlers positie in Duitsland vast te stellen, waar op het ogenblik zovele partijen strijden om invloed te verkrijgen op een verhongerend en wanhopend volk. In Berlijn waar een bevel tot zijn inhechtenisneming is uitgevaardigd en waar zijn invloed niet wordt gevoeld, noemt men Hitler een demagoog, een waanzinnige, een onschadelijke politicus, wiens doel het is haat op te wekken als een zeker en gemakkelijk middel om een grote aanhang te verkrijgen. Men spot daar met hem.

Aan de andere kant wordt hij in Beieren en Zuid-Duitsland, waar het hem gelukt is een aanhang te verwerven van ongeveer vierhonderdduizend man sterk, door velen gevreesd, door anderen weer verafschuwd als een opruier en iemand die van de gelegenheid gebruik maakt, en neemt men hem meer au serieux dan ergens anders.

Het enige belangrijke in zijn partij is dat zij de enige goed bewapende en geoefende politieke partij is. Deze militaire organisatie is Hitlers grootste kracht. Op het moment blijkt hij op politiek gebied weinig of geen invloed te hebben. Het is misschien van gewicht dat toen Dr. Von Kahr, de nieuwe militaire dictator in Beieren, zijn ambt aanvaardde, het een van zijn eerste daden was alle leiders van de verschillende politieke partijen bij elkaar te roepen, met het doel zijn staatkundige inzichten uiteen te zetten en hun medewerking te verzoeken. Hitlers partij werd genegeerd en Hitler werd niet verzocht de bijeenkomst bij te wonen. Hitler zei dat dit gebeurde omdat Dr. Von Kahr wel wist waar hij, Hitler, stond.

Het verbieden van Hitlers bijeenkomsten werd algemeen beschouwd als een maatregel van orde zonder enige politieke betekenis, waarbij Hitler en de zijnen als rustverstoorders werden aangemerkt. Toch is er een geweldige macht in de krachtige militaire beweging die hij heeft samengesteld.

Er wordt beweerd dat, wanneer de communisten in Saksen en Noord–Duitsland, waar zij sterk georganiseerd zijn, een Rode revolutie zouden bewerken, Hitler dan eerst naam zou maken met zijn Stormtroepen. Wanneer hij en zijn organisatie er volkomen op berekend zouden blijken een Rode omwenteling te onderdrukken, dan zou voor hem zeker de mogelijkheid bestaan zich te hullen in het statiekleed van militair dictator van Duitsland op de manier van Mussolini. Doch wanneer men in aanmerking neemt wat voor een man hij is en welk soort mannen hij om zich heen heeft, is het moeilijk te geloven dat hij zich ooit tot een zodanige hoogte zal kunnen opwerken.