De symboliek van legertrucks

Muziektheater Amsterdam, tot en met 28 oktober.
Eigenlijk kun je ze geen ongelijk geven, de joodse mannen en vrouwen die zich vol overgave aan de voeten van het gouden kalf neerstorten. Zelfs voor de toeschouwer van Schonbergs Moses und Aron is het met vuur, messen, jeeps, paarden en ander grootvee aangeklede spektakel dat de heidense priesters opvoeren, aantrekkelijker dan de boodschap die de tandenknarsende Mozes verkondigt. Van public relations of image building heeft deze profeet weinig kaas gegeten: korzelig en in zichzelf gekeerd staart Mozes voor zich uit, terwijl hij in een al even geremd Sprechgesang laat weten dat ‘mijn tong stroef is’.

Aaron daarentegen is het type dat de lachers snel op zijn hand krijgt. Ontspannen babbelt hij erop los, vertoont wat kunstjes en vertelt het morrende volk dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Regisseur Peter Stein heeft de tegenstelling tussen de twee broers mooi aangescherpt: Mozes - streng, hoekig en compromisloos - versus Aaron - warm, breedsprakig en aards. Het ene moment zijn het twee botsende karakters, het andere moment lijken het twee kanten van eenzelfde persoonlijkheid - alsof Mozes en Aaron elkaars alter-ego zijn. Zelfs het karige decor verspringt van kleur als Aaron zijn entree maakt: de kaarsrechte neonbuizen die de rechtlijnigheid van Mozes symboliseren beginnen te kantelen en te vertroebelen.
Maar voor alles is Moses und Aron een kooropera. Als een levend kolos vult de menigte het toneel, samenklonterend of verbrokkelend, versmolten als kwik of juist in twee kampen opgesplitst. De psychologie van de massa is dan ook een van de belangrijkste thema’s in Moses und Aron: de ontvankelijkheid voor demagogische praat, de plotselinge omslag in sfeer of het willoze kuddegedrag. Met andere woorden: irrationaliteit.
De grote rol van het koor is tegelijkertijd de moeilijke en onhandige kant van deze opera. Terwijl Mozes en Aaron hun nogal abstracte discussies voeren, blijft die menigte op en neer draven: nu eens opgewonden of dreigend, dan weer kwaad, gelaten of verward. Dat wordt op den duur vermoeiend en saai, temeer omdat een werkelijke climax in de enscenering ontbreekt. Weliswaar wordt met de naaktscene rond het gouden kalf de grens van het alledaagse even overschreden, het heeft veel weg van een verplicht nummertje.
Er is te veel op deze produktie van Moses und Aron aan te merken om van een doorslaand succes te spreken. Buitengewoon irritant bijvoorbeeld is het draaiende plateau in de vloer: volkomen nutteloos en erg afgezaagd. Je kunt een vraagteken zetten bij de symboliek van groene legertrucks of bij de inzet van een hoeveelheid vee die Aida niet misstaan had. Om nog maar te zwijgen over de moeizame stijlbreuk tussen het kale, geabstraheerde eerste bedrijf en het hyperrealistische tweede bedrijf waarin een stand-in koe met veel geweld en ketchup geslacht wordt.
In muzikaal opzicht wordt er echter een fenomenale prestatie geleverd. Dat geldt in de eerste plaats voor de twee solisten (David Pittman-Jennings en Chris Merritt), maar niet minder voor het Concertgebouworkest dat zich onder de strakke leiding van Pierre Boulez van zijn beste kant laat zien. Boulez dirigeerde op een dwingende manier, maar tegelijkertijd uiterst subtiel en transparant. Het koor onder leiding van Winfried Maczewski, dat niet eerder in zo'n groots en veeleisend stuk heeft gestaan, overtrof zichzelf. Terwijl de partituur vaak letterlijk veelstemmig is, slaagden de koorleden erin het te doen voorkomen alsof het een eenvoudige canon betrof. Hoe complex het weefsel ook werd, geen moment verloor de muziek aan helderheid of kleur. Een hoogtepunt vormde het tussenspel waarbij het koor in kleine plukjes over de zaal verspreid was en een ragfijn, hallucinerend vraag- en antwoordspel ten beste gaf.
Dat Moses und Aron een produktie met veel haken en ogen is, hoeft gezien het problematische karakter - onvoltooid, het koor in de hoofdrol en zonder de voor opera zo onontbeerlijke liefdesgeschiedenis - eigenlijk niet te verbazen. Dat maakt de keuze voor zo'n riskant stuk niet minder sympathiek.