De Syrische bevolking lijdt honger

Damascus – Begin januari verschenen op de Facebook-pagina Qomhaneh Today beelden van zeven mannen die president Bashar al-Assad om brood vroegen. Qomhaneh, in de provincie Hama, is een overwegend soennitische plaats waarin men trouw aan Assad is. De Facebook-pagina is regeringsgezind. De actie geeft aan hoezeer ook Assads aanhangers het water aan de lippen staat.

Een maaltijd zonder brood is in Syrië geen maaltijd. Maar brood bemachtigen is een dagtaak geworden. Het betekent in ellenlange rijen uren wachten op het toegewezen rantsoen, dat duurder en minder wordt, en dan soms toch met lege handen huiswaarts keren. Wie het kan betalen koopt op de zwarte markt. Maar in het land dat voorheen een grote middenklasse kende, is dat slechts een enkeling.

Volgens de Verenigde Naties leeft zeker tachtig procent van de bevolking inmiddels onder de armoedegrens. Het wfp, het Wereldvoedselprogramma van de VN, meldt dat ruim negen miljoen mensen niet genoeg te eten hebben. In een half jaar tijd nam dat aantal toe met 1,4 miljoen, het betreft nu bijna de helft van de bevolking.

Volgens de organisatie zijn de etenswaren die tot het standaarddieet behoren in één jaar tijd ruim tweeënhalf keer zo duur geworden.

Van oudsher is tarwe het belangrijkste landbouwproduct. Aanhoudende droogte richtte ook voor de opstanden van 2011 schade aan en vervolgens zorgde de oorlog voor nog meer schade aan verbouw en oogst.

De drie provincies met de belangrijkste landbouwgronden, Aleppo, Raqqa en Hasakah, hebben zwaar geleden onder de gevechten van de afgelopen jaren.

Hoewel de jaarlijkse oogst door flinke regenval en verbeterde veiligheid verdubbelde, is de binnenlandse productie volgens schattingen van de fao, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, maar nauwelijks de helft van voor 2011. Het grootste deel van deze landbouwgrond staat bovendien onder controle van de Koerden. Die liggen regelmatig met Damascus in de clinch over de prijzen.

Recentelijk kwamen er nieuwe problemen bij. De crisis in buurland Libanon laat ook in Syrië sporen na. Libanese banken hebben Syrische tegoeden bevroren. Een groot deel van de ingevoerde tarwe was afkomstig uit Rusland, een cruciale bondgenoot van het regime.

Maar vanwege de coronacrisis zette Rusland een rem op de export van tarwe om de binnenlandse aanvoer veilig te stellen.

Gevluchte Syriërs krijgen van hun achtergebleven families voortdurend te horen dat de situatie nog nooit eerder zo nijpend was en dat ze regelmatig maaltijden overslaan.